
2.1 Onze scholen
Openbaar Onderwijs Groningen bestaat uit 36 scholen (primair, voortgezet en speciaal onderwijs) en een onderwijsvoorziening (het OPDC). Onze scholen zijn te vinden in alle wijken van de stad Groningen. Daarnaast hebben we vestigingen in Haren voor voortgezet en speciaal onderwijs en in Emmen voor speciaal onderwijs. Het OPDC heeft als doel om de uitval van leerlingen door gedragsproblemen te voorkomen, en om thuiszittende leerlingen weer terug te leiden naar het onderwijs.
Door onze omvang als stichting kunnen wij een aantrekkelijk en evenwichtig onderwijsaanbod verzorgen in de stad Groningen, Haren en Emmen. Onze scholen kennen een breed palet aan onderwijssoorten en -concepten, waaronder Dalton, Montessori en Jenaplan. Ook zijn er scholen met een specifiek onderwijsaanbod voor nieuwkomers, voor tien- tot veertienjarigen, voor topsporters, voor leerlingen met afstand tot de arbeidsmarkt en voor hoogbegaafde leerlingen. Deze opsomming geeft een indruk van ons brede aanbod, maar is verre van compleet. Het laat zien dat ouders en leerlingen kunnen kiezen voor de school die het beste bij de leerling past.

Overzicht leerlingenaantallen per school (primair onderwijs)
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Overzicht leerlingenaantallen per school (primair onderwijs) | Aantal leerlingen peildatum 01-02-2024 |
|---|---|
| Beijumkorf | 346 |
| Boerhaaveschool | 181 |
| Brederoschool | 486 |
| De Driebond | 123 |
| De Feniks | 213 |
| De Pendinghe | 280 |
| De Petteflet | 315 |
| De Ploeg | 232 |
| De Starter | 376 |
| De Sterrensteen | 224 |
| De Swoaistee | 378 |
| De Vuurtoren | 266 |
| Het Karrepad | 445 |
| IKC Borgman Ebbinge | 306 |
| IKC Borgman Oosterpark | 348 |
| IKC Borgman Oosterpoort | 236 |
| IKC Groenewei | 359 |
| Joseph Haydnschool | 672 |
| Meander | 412 |
| Oosterhoogebrugschool | 368 |
Peildatum 1 februari 2024
Overzicht leerlingenaantallen per school (voortgezet onderwijs)
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Overzicht leerlingenaantallen per school (voortgezet onderwijs) | Aantal leerlingen peildatum 01 oktober 2024 |
|---|---|
| Harens Lyceum | 1504 |
| Heyderdahl College | 197 |
| Internationale Schakelklas | 448 |
| Kamerlingh Onnes | 947 |
| Leon van Gelder | 650 |
| Montessori Lyceum Groningen | 1054 |
| Montessori Vaklyceum | 526 |
| Praedinius Gymnasium | 780 |
| Simon van Hasselt | 137 |
| Topsport Talentschool | 342 |
| Werkman Stadslyceum | 1512 |
| Werkman VMBO | 340 |
Peildatum 1 oktober 2024
Overzicht leerlingaantallen per school (speciaal (basis)onderwijs)
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Overzicht leerlingenaantallen per school (speciaal onderwijs) | Aantal leerlingen peildatum 01-02-2024 |
|---|---|
| S.B.O. Bekenkamp (alle locaties) | 223 |
| W.A. van Lieflandschool (alle locaties) | 228 |
| Prins Johan Frisoschool (alle locaties) | 240 |
Peildatum 1 februari 2024
2.2 Onderwijsontwikkelingen
Strategische onderwijsthema's
Blijvende aandacht voor basisvaardigheden
Leerlingen hebben voldoende vaardigheden nodig op het gebied van taal, rekenen/wiskunde, burgerschap en digitale geletterdheid om gelijke kansen te krijgen in het vervolgonderwijs en op de arbeidsmarkt. De focus van onze scholen ligt de komende jaren nadrukkelijk nog op het verder versterken van deze basisvaardigheden. De doelstelling dat alle scholen in het po, so en vo een eigen plan van aanpak hebben voor de basisvaardigheden (behalve digitale geletterdheid) is voor 90% behaald. Zij zijn bezig deze verder te implementeren binnen school.
Op Plein-online (interne online omgeving voor medewerkers) is de pagina Werken aan basisvaardigheden ingericht voor de versterking van de basisvaardigheden voor het primair, voortgezet en speciaal onderwijs. Hier worden formats gedeeld voor beleidsplannen, voorbeeldplannen van collega-scholen en wetenschappelijke kennis die scholen verder helpen.
Leernetwerken
In 2024 is het leernetwerk voor de kwaliteitscoördinatoren in het voortgezet onderwijs opgericht. Dit leernetwerk komt een achttal keer per jaar bij elkaar om kennis en ervaring uit te wisselen op het gebied van kwaliteitszorg in het vo.
Nieuwkomersonderwijs
Het aantal leerlingen dat in Groningen nieuwkomersonderwijs volgt is in 2023 enorm gestegen. Het hoge aantal leerlingen bleef in 2024. Het nieuwkomersonderwijs wordt gecoördineerd door de coördinator nieuwkomers die voor alle schoolbesturen in de stad Groningen werkt. Hoe het nieuwkomersonderwijs is georganiseerd, is vastgelegd in een integraal beleidsplan nieuwkomersonderwijs. De beleidsplan is vertaald naar een uitvoeringsnotitie. Het beleidsplan nieuwkomers wordt jaarlijks geactualiseerd. Openbaar Onderwijs Groningen biedt onderwijs aan nieuwkomers in zowel het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs.
Basisonderwijs
In het basisonderwijs wordt nieuwkomers onderwijs aangeboden in de vorm van schakelgroepen. Op basis van het leerlingenaantal is in 2024 gestart met in totaal 14 'Schakelgroepen Nieuwkomers' in. Het gaat hierbij ook om schakelgroepen binnen scholen die niet onder Openbaar Onderwijs Groningen vallen (i.c. De Kleine Wereld en de Aquamarijn). In de loop van het jaar is het leerlingenaantal gestaag teruggelopen. Hieronder het overzicht van de schakelgroepen in het basisonderwijs:
School | Regio | Groepen 2024 |
De Heerdstee | Oost | 2 |
De Pendinghe | Noord | 2 |
IKC Borgman | Zuid | 2 |
De Kleine Wereld | Noordoost | 6 |
Feniks/Aquamarijn | Noordwest | 2 |
Totaal |
| 14 |
Voortgezet onderwijs
De Internationale Schakelklas Groningen (ISK) verzorgt het nieuwkomersonderwijs in Groningen voor het voortgezet onderwijs. De ISK geeft les aan leerlingen met veel verschillende nationaliteiten en de onderwijsachtergrond van leerlingen is heel divers. De meeste leerlingen hebben een (tijdelijke) verblijfsvergunning en stromen door naar regulier vervolgonderwijs in Nederland.
De ISK kende in 2024 vierlocaties: de Melisseweg, de Vinkenstraat, de Kiel, en een 1 klas op het Kamerlingh Onnes. In totaal had de ISK in 2024 daarmee ongeveer 490 onderwijsplekken (vergelijkbaar met de instroom in 2023). In het eerste deel van 2024 was sprake van een gestage instroom van nieuwe leerlingen. Naast deze instroom heeft de ISK te maken gehad met de komst van een grote groep 'Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen'. Hiermee is een wachtlijst en een leerlingenstop.
Na de zomer zijn de leerlingen van de wachtlijst ingestroomd en is ook de nieuwe instroom weer op gang gekomen. De verwachting is dat begin 2025 alle onderwijsplekken bezet zullen zijn en dat mogelijk weer een wachtlijst of leerlingenstop gaat ontstaan. We hebben de ambitie om kinderen die nieuw in Nederland komen binnen 3 maanden toegang te geven tot een volledig onderwijsaanbod. Dit sluit aan bij de Europese richtlijnen. In de praktijk lukt dit niet altijd. Daarom is in schooljaar 2023-2024 samen met de gemeente het programma 'Geen onderwijs, toch uitdaging' of wel GOTU ontwikkeld. Jongeren op de wachtlijst van de ISK krijgen de mogelijkheid om mee te doen aan een alternatief programma met onder andere Nederlandse taal, Engels, muziek, beweging en weerbaarheidstraining. Dit ter voorbereiding op de instroom op het ISK.
Schakelcoaches en het ECAG
het Expertise Centrum Anderstaligen Groningen (ECAG) heeft in 2024 vanuit extra middelen (bestuursakkoord) het schakelarrangement VO verder ontwikkeld en uitgebreid. Dit is een duaal traject waarin het ECAG en de vervolgschool samenwerken en bestaat uit de volgende onderdelen:
- Coaching door vervolgschoolcoach ECAG van ankerfiguur ontvangende school: het ondersteunen van de ontvangende school bij het opstarten van de ambulante begeleiding;
- Organiseren deskundigheidsbevordering door middel van scholingen (modulair en extern ingekocht);
- Consultatie (bijvoorbeeld niveaubepaling).
Daarnaast heeft de ISK schakelcoaches die het schakelproces van de ISK-leerlingen naar het MBO begeleiden. De expertise NT2 (Nederlands als tweede taal) voor zowel PO als VO wordt gebundeld onder leiding van het ECAG. Ook het schakelarrangement PO dat wordt uitgevoerd door de schakelcoaches PO is geïntensiveerd en bestaat uit de volgende onderdelen:
- Organiseren van een warme overdracht;
- Ondersteunen van de ontvangende school bij het opstarten van de ambulante begeleiding;
- Organiseren evaluatiemomenten;
- Organiseren deskundigheidsbevordering voor leerkrachten, IB-ers en onderwijsassistenten in de vorm van modulaire scholingen over NT2 en cultuursensitief werken;
- Geven van voorlichting aan schoolteams over NT2 en cultuursensitief werken.
Bijeenkomsten NT2
In 2024 is vanuit het ISK in samenwerking met het Samenwerkingsverband VO een bijeenkomst met als thema kansrijk onderwijs aan nieuwkomers plaatsgevonden voor de scholen voor voortgezet onderwijs. Ook voor het basisonderwijs was dit het geval. Dit met als doel samen goed in te blijven spelen op de ontwikkelingen.
Project meerwaarde
Na een succesvolle pilot in 2023 heeft 'Project Meerwaarde' in 2024 een vervolg gekregen op de Simon van Hasselt. Dit project heeft als doel om scholen uit te dagen scherper te kijken naar het eigen onderwijsconcept en de gestelde ambities, om dit vervolgens te toetsen aan de opbrengsten: of de beoogde doelen waarneembaar zijn in het leren van de leerlingen. Bij de Simon van Hasseltschool lag de focus op het onderwijsconcept van restorative practice (RP). Het project heeft inzicht gegeven in de mate waarin de visie op RP in de onderwijspraktijk vorm heeft gekregen en heeft de school aanbevelingen gegeven voor het zicht krijgen op de kwaliteit van uitvoer en de behaalde effecten op leerlingen. Het team heeft deze aanbevelingen meegenomen in het verdere traject van schoolontwikkeling.
Collegiale visitaties basiskwaliteit
In 2024 is gestart met een pilot voor collegiale visitaties basiskwaliteit binnen onze organisatie. Doel van deze visitaties is het zicht krijgen op de basiskwaliteit van de gevisiteerde school. Dit vormt de basis voor vervolgstappen gericht op borgen of verbeteren van de basiskwaliteit van het onderwijs en het stimuleren van ontwikkeling op eigen ambities van de scholen. In 2024 zijn een zestal collega's geschoold die in 2025 enkele scholen zullen visiteren. Na deze pilot volgt een evaluatie, waarbij het streven is om iedere school binnen ons bestuur eens in de vier jaar te visiteren.
2.3 Onderwijsresultaten
Basisonderwijs
Basisonderwijs
Basisscholen houden de voortgang en resultaten van hun leerlingen bij via het leerlingvolgsysteem (LVS) van Cito-LIB. Naast de afname van LVS-toetsen volgen scholen ook op andere manieren de vorderingen van de leerlingen. De scholen analyseren regelmatig de voortgangsresultaten en zetten die vervolgens in om handelingsgericht werken.
Sinds het schooljaar 2020-2021 beoordeelt de Inspectie van het Onderwijs of de leerlingen de referentieniveaus voor lezen, taalverzorging en rekenen beheersen om te bepalen of leerlingen genoeg hebben geleerd. De inspectie houdt daarbij rekening met de samenstelling van de leerlingenpopulatie (de schoolweging). Om een stabiel beeld te krijgen, kijkt de inspectie naar de resultaten van de eindtoets van de afgelopen drie schooljaren.
De inspectie beoordeelt twee referentieniveaus. Het eerste is het fundamenteel niveau (F) op lezen, taalverzorging en rekenen. Dit is het basisniveau voor taal en rekenen dat het overgrote deel van de leerlingen aan het einde van de basisschool tenminste zou moeten beheersen. Daarnaast is er de ambitie dat een groot deel van de leerlingen een hoger niveau haalt. Dit noemen we het streefniveau (S). Hoe hoger het cijfers voor de 'F' of de 'S', hoe hoger het niveau (variërend van 1 t/m 4).
Het percentage leerlingen dat niveau 1F en 2F/1S moet behalen noemt de Inspectie van onderwijs de signaleringswaarde. De signaleringswaarde voor 1F is gelijk voor alle scholen, namelijk 85%. Dit betekent dat 85% van de leerlingen het fundamentele niveau moet behalen. De signaleringswaarde van 2F/1S (de streefwaarde) is gekoppeld aan de schoolweging. Een lage schoolweging voor minder complexe leerlingenpopulatie en een hogere schoolweging voor leerlingen met een meer complexe achtergrond. De schoolweging is een maat voor de verwachte onderwijsprestaties. Bij een lagere schoolweging worden hogere onderwijsprestaties verwacht, met daarbij dus een hogere signaleringswaarde. Kortom hoe hoger de schoolweging, hoe lager het percentage leerlingen (de signaleringswaarde) dat minimaal het niveau 2F/1S moet halen voor taal en rekenen. De signaleringswaarden zijn zo gekozen dat ongeveer 90% van de scholen resultaten heeft die liggen boven de signaleringswaarden.
Doorstroomtoets
In januari 2024 is de doorstroomtoets afgenomen op alle basisscholen binnen onze stichting. Nagenoeg alle leerlingen hebben de doorstroomtoets van Cito op papier gemaakt en op één school hebben leerlingen de doorstroomtoets van Dia digitaal gemaakt.
De resultaten op de doorstroomtoets zijn positief te noemen wanneer we ernaar kijken als zijnde een nulmeting. Als we het afzetten tegen de gegevens die we hebben uit de eindtoets zien we een significante stijging in resultaten ten opzichte van het schooljaar 2022-2023. Op meerdere vakgebieden zien we forse stijgingen in de leerresultaten, waar we zeer tevreden mee zijn. Omdat de doorstroomtoets een andere toets is dan de eindtoets, blijven we de trend nauwlettend volgen en zullen we dit volgend jaar vergelijken ten opzichte van de dan afgenomen doorstroomtoets. Zo maken we een goed vergelijk tussen de leerresultaten van deze toets.
Onze focus ligt op het stellen van stevige schoolambities voor alle leergebieden, die passend zijn bij de schoolpopulatie en uitgaan van hoge verwachtingen in het pedagogisch-didactisch handelen ten aanzien van alle leerlingen. Wij werken eraan om schoolambities te vertalen naar groepsambities waarbij er een doelmatig onderwijsaanbod vanuit de leerlijnen wordt ingericht op de basisvaardigheden. Een logische opbouw in leerlijnen, doelen en passend aanbod in de groepen in nauwe afstemming met de bouwen, draagt bij aan goede onderwijsresultaten.
Wij zetten in op het versterken van de samenhang tussen de indicatoren basisvaardigheden, aanbod, zicht op ontwikkeling en pedagogisch-didactisch handelen.
Hieronder zijn de onderwijsresultaten voor 2024 te zien:
Onderwijsresultaten 1F (fundamenteel niveau)
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| School | 1F | 1F vergelijkbare scholen |
|---|---|---|
| Beijumkorf | 98,5% | 95,5% |
| Boerhaaveschool | 97,2% | 96,8% |
| Brederoschool | 100,0% | 97,2% |
| De Driebond | 100,0% | 96,9% |
| De Feniks | 98,7% | 97,2% |
| De Pendinghe | 90,9% | 93,3% |
| De Petteflet | 98,1% | 97,4% |
| De Ploeg | 100,0% | 95,4% |
| De Starter | 98,6% | 97,2% |
| De Sterrensteen | 93,6% | 93,0% |
| De Swoaistee | 94,6% | 96,3% |
| De Vuurtoren | 100,0% | 96,3% |
| Het Karrepad | 98,3% | 95,9% |
| IKC Borgman Ebbinge | 100,0% | 96,8% |
| IKC Borgman Oosterpark | 99,2% | 95,0% |
| IKC Borgman Oosterpoort | 98,7% | 97,2% |
| IKC Groenewei | 100,0% | 97,4% |
| Joseph Haydnschool | 100,0% | 98,4% |
| Meander | 100,0% | 97,2% |
| Oosterhoogebrugschool | 96,4% | 96,6% |
Signaleringswaarde: 85%
Onderwijsresultaten 2F/1S (streefniveau)
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| School | 2F/1S Totaal | 2F/1S landelijk gemiddelde | 2F/1S Signaleringswaarde |
|---|---|---|---|
| Beijumkorf | 71,1% | 58,6% | 45,5% |
| Boerhaaveschool | 62,5% | 65,9% | 53,6% |
| Brederoschool | 69,0% | 67,2% | 55,1% |
| De Driebond | 95,0% | 64,8% | 53,6% |
| De Feniks | 64,0% | 67,2% | 55,1% |
| De Pendinghe | 37,4% | 49,2% | 33,9% |
| De Petteflet | 67,6% | 69,5% | 58,6% |
| De Ploeg | 68,1% | 57,9% | 43,5% |
| De Starter | 82,3% | 67,2% | 58,6% |
| De Sterrensteen | 46,2% | 49,5% | 37,5% |
| De Swoaistee | 53,7% | 62,1% | 50,6% |
| De Vuurtoren | 82,6% | 62,1% | 49,0% |
| Het Karrepad | 71,8% | 60,2% | 49,0% |
| IKC Borgman Ebbinge | 76,2% | 65,9% | 55,1% |
| IKC Borgman Oosterpark | 67,4% | 55,1% | 39,5% |
| IKC Borgman Oosterpoort | 86,7% | 67,2% | 56,6% |
| IKC Groenewei | 84,6% | 69,5% | 58,6% |
| Joseph Haydnschool | 82,5% | 74,8% | 63,9% |
| Meander | 73,3% | 67,2% | 56,6% |
| Oosterhoogebrugschool | 62,2% | 63,3% | 50,6% |
Voortgezet onderwijs

De Inspectie van het Onderwijs beoordeelt de onderwijsresultaten van het voortgezet onderwijs met het Onderwijsresultatenmodel, in het onderzoekskader aangeduid als OR1. Deze indicator is als volgt uitgesplitst:
- R1: richt zich op de onderwijspositie in leerjaar drie ten opzichte van het basisschooladvies;
- R2: richt zich op de onderbouwsnelheid, waarbij het eventuele doorstromen of zittenblijven van leerlingen centraal staat;
- R3: richt zich op het bovenbouwsucces, waarbij het eventuele doorstromen of zittenblijven in de bovenbouw, en het wel of niet succesvol afronden van de schoolloopbaan met een diploma centraal staan;
- E: richt zich op de examencijfers van een school.
Aangepaste beoordeling
Door coronamaatregelen zijn in het jaar 2019-2020 geen centrale examens afgenomen en zijn de resultaten van de centrale examens tot en met schooljaar 2021-2022 vertekend. Omdat gewerkt wordt met een 3-jaars gemiddelde, was de indicator Examencijfers in 2024 niet vast te stellen en speelde deze indicator geen rol bij het berekend eindoordeel. De inspectie bouwt de gegevens van de indicator Examencijfers sinds het examenjaar 2023 weer op. Voor alle indicatoren van het Onderwijsresultatenmodel is bepaald dat er een kwalificatie (boven/onder de norm) berekend kan worden zodra er twee jaarscores beschikbaar zijn, waaronder de meest recente. Dit betekent dat de indicator Examencijfers weer berekend kan worden na de examenjaren 2023 en 2024. Vanaf schooljaar 2024-2025 betrekt de inspectie deze indicator dan weer in het onderwijsresultatenoordeel.
Vanuit ons kwaliteitssysteem hebben we voor onze scholen in het voortgezet onderwijs gekeken naar de indicatoren R1, R2, R3 en E. Onderstaand ziet hiervan de resultaten in een overzicht.
Onderwijspositie (R1)
In %
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Locatie | Jaarscore Onderwijspositie | Driejaargemiddelde Onderwijspositie | Norm Onderwijspositie |
|---|---|---|---|
| Harens Lyceum | 24,91% | 23,87% | -0,55% |
| Kamerlingh Onnes | 24,17% | 13,44% | -0,55% |
| Montessori Lyceum Groningen | 12,95% | 19,59% | 4,75% |
| Montessori Vaklyceum | 21,26% | 21,58% | -7,00% |
| Praedinius Gymnasium | 3,13% | 2,62% | 1,35% |
| Stadslyceum | 16,02% | 18,94% | 4,75% |
| Topsport Talentschool | 15,63% | 8,94% | -7,00% |
| Werkman VMBO | 12,50% | 14,71% | -10,05% |
Onderbouwsnelheid (R2)
In %
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Locatie | Jaarscore | 3-jaarsgemiddelde | Norm (gecorr.) |
|---|---|---|---|
| Harens Lyceum | 98,2% | 97,7% | 95,3% |
| Kamerlingh Onnes | 95,4% | 95,1% | 94,1% |
| Montessori Lyceum Groningen | 97,7% | 96,8% | 95,1% |
| Montessori Vaklyceum | 96,7% | 97,2% | 94,7% |
| Praedinius Gymnasium | 95,6% | 95,6% | 94,9% |
| Stadslyceum | 99,5% | 98,6% | 94,9% |
| Topsport Talentschool | 97,3% | 95,6% | 94,7% |
| Werkman VMBO | 95,2% | 95,0% | 93,2% |
Bovenbouwsucces (R3) VMBO
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Locatie | Jaarscore | 3-jaarsgemiddelde | Gecorrigeerde norm |
|---|---|---|---|
| Montessori vaklyceum (VMBO-B) | 88,6% | 88,9% | 84,8% |
| Werkman VMBO (VMBO-B) | 80,4% | 83,1% | 83,1% |
| Montessori vaklyceum (VMBO-K) | 83,5% | 83,7% | 84,8% |
| Werkman VMBO (VMBO-K) | 84,4% | 84,6% | 83,7% |
| Kamerlingh Onnes (VMBO-(G)T) | 81,1% | 87,2% | 83,4% |
| Montessori vaklyceum (VMBO-(G)T) | 82,2% | 81,5% | 85,6% |
| Topsport Talentschool (VMBO-(G)T) | 75,4% | 80,6% | 84,9% |
| Werkman VMBO (VMBO-(G)T) | 90,0% | 70,3% | 81,5% |
Bovenbouwsucces (R3) havo
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Locatie | Jaarscore | 3-jaarsgemiddelde | Gecorrigeerde norm |
|---|---|---|---|
| Kamerlingh Onnes | 76,8% | 77,4% | 78,9% |
| Stadslyceum | 81,1% | 80,7% | 80,2% |
| Topsport Talentschool | 76,4% | 72,8% | 79,9% |
| Montessori Lyceum Groningen | 77,3% | 74,2% | 81,2% |
| Harens lyceum | 78,8% | 76,8% | 81,5% |
Bovenbouwsucces (R3) vwo
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Locatie | Jaarscore | 3-jaarsgemiddelde | Gecorrigeerde norm |
|---|---|---|---|
| Kamerlingh Onnes | 88,2% | 84,8% | 80,3% |
| Stadslyceum | 85,2% | 84,4% | 81,2% |
| Topsport Talentschool | 78,4% | 81,5% | 79,5% |
| Montessori Lyceum Groningen | 79,2% | 79,0% | 81,2% |
| Harens lyceum | 83,7% | 82,5% | 81,7% |
| Praedinius Gymnasium | 83,7% | 82,5% | 81,7% |
Toelichting onderwijsresultaten (R1 t/m R3)
Wij zijn tevreden over de onderwijspositie van onze leerlingen ten opzichte van het basisschooladvies (R1). Onze scholen lijken leerlingen kansen te geven om op een hoger advies te proberen de onderwijsloopbaan voort te zetten. In onze onderbouwresultaten (R2) zien we over het algemeen ook een goede doorstroom. Onze leerlingen stromen soepel door, zonder te veel vertraging op te lopen binnen onze scholen.
Als stichting hebben wij geconstateerd dat onze bovenbouwsucces resultaten (R3) nog niet altijd voldoende zijn binnen onze verschillende afdelingen (vmbo, havo en vwo). Deze constatering nemen wij serieus en vanuit hier zijn wij bezig met gericht interventies. Een voorbeeld van een interventie is het beter bestendigen van een doorlopende leerlijn binnen onze scholen, een goed belegd fundament van de basisvaardigheden en inzet op een goede determinatie zodat leerlingen realistische kansen krijgen en zij hun onderwijsloopbaan succesvol kunnen afronden.
Examencijfers VMBO
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Locatie | Jaarscore | Gecorr. Norm | Twee jaarsgemiddelde |
|---|---|---|---|
| Montessori vaklyceum (VMBO-B) | 6,67 | 6,33 | 6,56 |
| Werkman VMBO (VMBO-B) | 6,47 | 6,4 | 6,49 |
| Montessori vaklyceum (VMBO-K) | 6,44 | 6,21 | 6,43 |
| Werkman VMBO (VMBO-K) | 6,22 | 6,17 | 6,25 |
| Kamerlingh Onnes (VMBO-(G)T) | 6,34 | 6,09 | 6,26 |
| Montessori vaklyceum (VMBO-(G)T) | 6,21 | 6,16 | 6,24 |
| Topsport Talentschool (VMBO-(G)T) | 6,08 | 6,12 | 6,04 |
| Werkman VMBO (VMBO-(G)T) | 5,89 | 6,04 | 5,88 |
Slagingspercentages en examencijfers 2024
Als stichting zijn wij positief over onze slagingspercentages van het afgelopen schooljaar. Onze scholen hebben ten opzichte van schooljaar 2022-2023 een mooie verbeterslag laten zien. Er wordt door onze scholen weer op, en net boven, het landelijke gemiddelde slagingspercentage gescoord.
Evenals ons verbeterde slagingspercentage zien we in de examencijfers ook een lichte stijging ten opzichte van de jaarscore van schooljaar 2022-2023. Samen met onze scholen kijken wij hierdoor trots terug op deze resultaten. Gezien het onder druk staande bovenbouwsucces, houden wij onze examencijfers nauwlettend in de gaten. Waar nodig vinden interventies plaats op basis van analyses van achterliggende oorzaken van teruglopende cijfers en wordt er gericht ingezet op aanpassingen van onderwijsprogramma's in relatie tot doorlopende leerlijnen, PTA's (programma van toetsing en afsluiting) en het toetsbeleid.
Scholen met alternatieve onderwijsresultaten
De Leon van Gelder heeft in afstemming met de onderwijsinspectie een eigen, alternatieve systematiek voor het meten van onderwijsresultaten. Dat is een afgeleide van het reguliere model. Op deze manier houdt de school zicht op de onderwijsresultaten en delen deze met de Onderwijsinspectie. Gezien het verschil in berekeningen achter deze alternatieve onderwijsresultaten worden deze resultaten niet meegenomen in dit jaarverslag. De school werkt naar aanleiding van het inspectieoordeel Onvoldoende (december 2024) aan een hersteltraject.
Gespecialiseerd onderwijs
Speciaal onderwijs is er voor leerlingen die zeer moeilijk leren, die een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking hebben of langdurig ziek zijn. Het speciaal basisonderwijs is er voor leerlingen die speciale pedagogische en didactische ondersteuning nodig hebben om tot ontwikkeling te komen. Hier gaat het om leerlingen met lichtere problematiek. Openbaar Onderwijs Groningen biedt het volgende speciale onderwijs aan:
- Sbo: speciaal basisonderwijs
- So: speciaal onderwijs (basisschool leeftijd)
- Vso: voortgezet speciaal onderwijs
Met behulp van het Landelijke Doelgroepenmodel (LDGM) brengen scholen de ontwikkeling, onderwijsbehoeften en een mogelijk uitstroomperspectief van leerlingen met leer- en ontwikkelingsachterstanden zo goed mogelijk in beeld. In de didactische schoolstandaarden staat de leerrendementsverwachting per leerroute en per leerjaar. De rendementsverwachtingen zijn gekoppeld aan de CITO-uitslag of leerlijn. Alle leerlingen worden in hun onderwijsperspectiefplan (OPP) gevolgd in hun ontwikkeling.
De inspectie heeft in oktober 2024 een kwaliteitsonderzoek uitgevoerd op de W.A. van Lieflandschool. De school maakte deel uit van een steekproef van scholen waar de inspectie een kwaliteitsonderzoek uitvoerde. Het eindoordeel was voldoende.
Voortgezet speciaal onderwijs
Alle (v)so-scholen hebben de streefniveaus per leerroute op elkaar afgestemd. Een aandachtspunt in de doorontwikkeling is om per schoolsoort de onderwijsresultaten gezamenlijk in beeld te kunnen gaan brengen.
Toetsing en examinering voortgezet onderwijs
De verantwoordelijkheid van toetsing en examinering is belegd bij de afzonderlijke scholen. Alle scholen voor voortgezet onderwijs hebben een examencommissie met vastgelegde taken en verantwoordelijkheden. Het College van Bestuur heeft in 2024, met instemming van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad voor het voortgezet onderwijs, het gezamenlijke Examenreglement 2024-2025 vastgesteld. Hiermee voldoen we op dit punt aan de wettelijke eisen. Per schooljaar worden er bijeenkomsten georganiseerd voor de examensecretarissen. Tijdens deze bijeenkomsten werd gewerkt aan intervisie, casuïstiek en uitwisseling van kennis en actuele gebeurtenissen. Komend jaar zullen we blijven werken in deze structuur.
2.4 Onderwijskwaliteit
Inspectiebezoek aan scholen
Primair onderwijs
In 2024 is er binnen ons primair onderwijs een steekproefkwaliteitsonderzoek geweest op De Starter. Deze school is in het voorjaar van 2024 bezocht door de inspectie en kreeg een voldoende oordeel terug. Dit oordeel is dan ook een prachtig resultaat voor alle medewerkers van De Starter die met hard werken en focus zich hiervoor hebben ingezet.
Voortgezet onderwijs
In het voortgezet onderwijs zijn meerdere scholen in het voorjaar van 2024 bezocht door de inspectie vanwege een steekproefkwaliteitsonderzoek. Wij blikken terug op een leerzame, maar ook intensieve periode door de steekproefkwaliteitsonderzoeken, herstelonderzoek en kwaliteitsonderzoek. Onze medewerkers van deze scholen hebben met hun inzet en harde werk laten zien dat de afgenomen steekproefkwaliteitsonderzoeken mooie resultaten hebben opgeleverd.
Herstelonderzoek Montessori Vaklyceum
In september 2024 heeft het herstelonderzoek plaatsgevonden op het Montessori Vaklyceum naar aanleiding van het oordeel ‘zeer zwak’ die de school vorig schooljaar heeft gekregen van de Inspectie van het Onderwijs. De school heeft aangetoond een verbeterslag te hebben gemaakt, het oordeel ‘zeer zwak’ is komen te vervallen en de school heeft als bijgestelde oordeel nu een ‘onvoldoende’. Er hebben veranderingen in de schoolleiding plaatsgevonden en de school wordt bij de uitvoering van het verbeterplan ondersteund door onze afdeling Onderwijs en Kwaliteit. Bij de uitvoering en voortgang van het verbeterplan worden medewerkers, ouders, de medezeggenschapsraad en leerlingen betrokken.
Kwaliteitsonderzoek Leon van Gelder
De inspectie heeft in oktober 2024 een kwaliteitsonderzoek uitgevoerd op de Leon van Gelder (afdelingen vmbo-b, vmbo-k en vmbo-gt). De inspectie heeft de onderwijskwaliteit van de Leon van Gelder, afdelingen vmbo-b, vmbo-k en vmbo-gt als 'Onvoldoende' beoordeeld. De school kreeg herstelopdrachten op het gebied van pedagogisch-didactisch handelen, burgerschap en de sturing op kwaliteit. In november 2025 doet de inspectie onderzoek om het herstel te beoordelen. De school is inmiddels gestart met een verbetertraject met ondersteuning vanuit de afdeling Onderwijs & Kwaliteit.
Speciaal onderwijs
De Inspectie van het Onderwijs heeft op 30 mei 2024 een kwaliteitsonderzoek uitgevoerd op de locatie SO De Springplank in Emmen (nevenvestiging van de Prins Johan Frisoschool in Haren). De basiskwaliteit van de school is als voldoende beoordeeld. Er zijn herstelopdrachten gegeven voor de standaarden: Basisvaardigheden (OP0), Visie, ambities en doelen (SKA1), Uitvoering en kwaliteitscultuur (SKA2) en voor Evaluatie, verantwoording en dialoog (SKA3). De herstelopdrachten zullen in het tweede kwartaal van 2025 gereed zijn.
2.5 Passend onderwijs
Basisonderwijs
Verwijzing naar speciaal onderwijs so, sbo en vso
Soms heeft een leerling extra onderwijsbehoeften. Wanneer een basisschool geen passend onderwijsaanbod (meer) kan bieden, doet de school een aanvraag bij het Samenwerkingsverband (SWV) om de leerling te verwijzen naar het speciaal (basis) onderwijs. De Commissie van Advies (CvA) beoordeelt voor het SWV de aanvragen voor een toelaatbaarheidsverklaring (TLV). Het aanvragen van deze verklaring voor s(b)o kent een minimale (1) en een uitgebreide route (2). Het (voortgezet) speciaal onderwijs bestaat uit 4 clusters:
- Cluster 1: blinde, slechtziende leerlingen;
- Cluster 2: dove, slechthorende leerlingen of met een taal-spraakontwikkelingsstoornis;
- Cluster 3: lichamelijk gehandicapte en/of verstandelijk gehandicapte en langdurig zieke leerlingen (somatisch);
- Cluster 4: kinderen met psychische stoornissen en gedragsproblemen.
In 2024 zijn 52 nieuwe TLV-aanvragen gedaan voor het speciaal basisonderwijs (sbo), waarvan 50 zijn toegekend. Voor het speciaal onderwijs (so) zijn 33 nieuwe TLV-aanvragen gedaan, waarvan 27 voor cluster 3, en 6 voor cluster 4. In totaal zijn 29 aanvragen toegekend. In 2024 zijn 35 TLV-aanvragen geweest voor het speciaal voortgezet onderwijs - vso, waarvan 33 zijn toegekend.
Middelen Passend Onderwijs
Middelen basisonderwijs
Openbaar Onderwijs Groningen valt onder het Samenwerkingsverband PO 20.01 9 (SWV). Voor het bieden van Passend Onderwijs krijgt Openbaar Onderwijs Groningen middelen vanuit dit Samenwerkingsverband. De inkomsten Passend Onderwijs bedragen € 1.346.371,-.
- Ongeveer 40% hiervan ontvangen de reguliere basisscholen rechtstreeks ten behoeve van versterking van de basisondersteuning. Deze middelen zijn inmiddels geoormerkt;
- De overige 60% wordt besteed aan expertise om de school heen, georganiseerd vanuit het Kennis Centrum Openbaar Onderwijs (KCOO). Dat betekent concreet: expertise van orthopedagogen, ambulant begeleiders, onderwijsassistenten (arrangeren) en specialisten hoogbegaafdheid (inzet in bovenschoolse plusklassen).
Doordat veel leerlingen met gedragsvraagstukken in de afgelopen jaren zijn verwezen naar het sbo heeft dat een hogere deelnamepercentage leerlingen in het sbo tot gevolg.
De doelstellingen in het kader van Passend Onderwijs worden bepaald door het SWV. Over de voortgang van de doelstellingen rapporteren we ook aan het SWV.

Middelen voortgezet onderwijs
Vanuit het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs VO 20.01 is er gekozen voor een hybride model van financiering van Passend Onderwijs. Scholen ontvangen zelf een deel van de middelen. Daarnaast ontvangen schoolbesturen middelen om de inzet van (extra) ondersteuning op de scholen mogelijk te maken. De scholen voor voortgezet onderwijs dienen hiervoor een ondersteuningsplan in, waarbij ze aangeven welke doelen ze nastreven.
Inzet middelen voortgezet onderwijs
De middelen vanuit het Samenwerkingsverband VO zijn als volgt ingezet:
- Kleinschalig aanbod onderwijsvormen (KOV) binnen de scholen om maatwerk te bieden aan (met name hoog functionerende) leerlingen met internaliserende problematiek en verminderde belastbaarheid om uitval te voorkomen;
- De uitvoering van de zorg op de school door inzet van de ondersteuningsteams op de scholen. De inzet is gepleegd op het gebied van hoogbegaafdheid, ernstige taal- en rekenproblematiek, groepsgericht werken en inzet van trainingen op het gebied van sociaal-emotionele problematiek;
- Inzet van middelen om leerlingen passende ondersteuning te geven en om de (wettelijke) zorgplicht uit te voeren op het gebied van leren en/of sociaal-emotionele ontwikkeling en gedrag.
Daarnaast ontvangen de scholen voor voortgezet onderwijs lumpsummiddelen vanuit DUO. Deze middelen worden ingezet ten behoeve van de versterking van de basisondersteuning op de scholen door inzet van onderwijsondersteunend personeel binnen het ondersteuningsteam op school en het versterken van de kwaliteitszorg.

Vervolg naar inclusiever onderwijs
In 2024 wordt opnieuw gestuurd vanuit het Samenwerkingsverband en vanuit onze organisatie zelf om de ambities met betrekking tot inclusiever onderwijs te formuleren. Op bovenschools niveau is er gewerkt aan de volgende doelen met betrekking tot de kernambities:
- Continuering van inzetten op optimale basisondersteuning op de scholen voor voortgezet onderwijs door het opnieuw vormgeven van het dyslexiebeleid en beleid rondom hoofbegaafdheid.
- Het experiment onderwijs-zorgarrangement van het OPDC wordt uitgevoerd en tussentijds geëvalueerd. Dit experiment is bedoeld voor leerlingen met complexe, meervoudige problematiek waarbij opbouw van onderwijs plaatsvindt binnen de jeugdhulpverlening. Verkennende activiteiten ten aanzien van het aanbieden van een collectief aanbod voor een praktijkgericht curriculum binnen de scholen voor voortgezet onderwijs in samenwerking met externe partijen.
2.6 Subsidies voor verbetering onderwijs en onderwijsachterstanden
Gemeentelijke subsidies
Jaarlijks ontvangt een deel van de scholen in het primair onderwijs gemeentelijke subsidies in het kader van het creëren van gelijke kansen. Het betreffen scholen met een hoger schoolgewicht (>30). De gemeentelijke subsidies worden ingezet voor onder andere:
- Een brugfunctionaris;
- Voor- en vroegschoolse educatie (VVE);
- Schakelgroepen/taalinterventies;
- Een veilig en pedagogisch schoolklimaat via Vreedzaam en gezonde voeding.
De subsidie wordt hiermee voornamelijk ingezet voor de inzet van personeel, maar ook het inkopen van activiteiten. Eveneens maken scholen gebruik van subsidies ter vergoeding van de ouderbijdragen. Dit gebeurt vooral op de scholen waar sprake is van relatief veel armoedeproblematiek.
Positief opgroeien in de wijk
Naast de meer schoolspecifieke subsidies ontvingen scholen in 2024 ook wijksubsidies. Deze wijksubsidies zijn gericht op het positief opgroeien van kinderen en jongeren in deze wijken. Hierbij gaat het onder andere om Lewenborg XL, het pedagogisch wijkplan Selwerd, Paddepoel, Tuinwijk (SPT) en het wijkplan ‘Kansen voor kinderen’ in de Wijert.
Verlengde schooldag
De scholen in de wijken Lewenborg/Beijum, Korreweg, Oosterpark, Paddepoel en Vinkhuizen namen in 2023 al deel aan de subsidies gericht op het ontwikkelen van een verlengde en verrijkte schooldag; een breed naschools onderwijsaanbod. In 2024 zijn hier de wijken Hoogkerk (Ploeg), de Wijert (Brederoschool) en Campus Kluiverboom (VMBO Werkman en Heyerdahl) samen met de ISK aan toegevoegd. Deze nu in totaal 13 scholen van Openbaar Onderwijs Groningen ontwerpen samen met partners in de wijk een integraal talentprogramma en voeren dit niet alleen uit op hun eigen school, maar voor alle kinderen in de wijk, ter bevordering van kansengelijkheid.
Subsidie Verbetering basisvaardigheden 2024
Meerdere scholen hebben in 2024 de subsidie Verbetering basisvaardigheden ontvangen. De subsidie wordt aan de hand van een door de school opgesteld activiteitenplan, ingezet op taal, rekenen-wiskunde, digitale vaardigheden en burgerschap. In 2024 is het aantal scholen dat gebruik heeft gemaakt van de subsidie uitgebreid van 13 naar 23 scholen (PO, VO en (V) S(B)O).
Nationaal Programma Onderwijs (NPO)
We hebben in 2021 tot en met 2023 in totaal € 26,9 miljoen aan middelen vanuit het NPO ontvangen. Hiervan is ultimo 2024 in totaal € 20,9 miljoen uitgegeven. De resterende € 6,0 miljoen is vastgelegd in een bestemmingsreserve. Dit resterend bedrag zal worden besteed in 2025.
In 2021 hebben alle scholen een schoolscan uitgevoerd en op basis hiervan een programma geschreven voor de besteding van de NPO-middelen. Op alle scholen is instemming verkregen van de MR op dit plan. De interventies op onze scholen zijn voornamelijk gericht op de extra inzet van personeel en ondersteuning en effectievere inzet van onderwijs om kennis en vaardigheden te verbeteren. Enkele voorbeelden van gekozen interventies:
- Groepsverkleining en extra instructie buiten de groep;
- Voorkomen van lesuitval;
- Scholing en professionalisering;
- Extra zorgbegeleiding en inzet op sociaal-emotionele ontwikkeling.
Ongeveer 1,5% van de uitgaven in 2024 is besteed aan personeel dat niet in loondienst is (PNIL). Dit betreft inhuur op detacheringsbasis van leerkrachten vanuit andere besturen. Minder dan 0,1% van de middelen is in 2024 ingezet voor de inhuur van begeleidings- en ondersteuningsuren door commerciële bedrijven.
Er zijn geen middelen vanuit het NPO-bovenschools ingezet.

2.7 Onderzoek en ontwikkeling
Onderzoek en ontwikkeling staan centraal bij de activiteiten vanuit onze onderzoeksagenda. We werken hiervoor met leernetwerken zoals ons primoraat en auctoraat. Dit zijn leernetwerken rondom een strategisch ontwikkelthema, waarin leraren, leraren in opleiding, onderzoekers en lerarenopleiders op een systematische manier samen werken aan onderwijsverbetering.
Primoraat en auctoraat hoge verwachtingen
Het primoraat is met de overgang naar het nieuwe koersplan gekoppeld aan de ambitie van het werken vanuit hoge verwachtingen. In 2024 lag hierbij de focus op het leernetwerk rondom het kansrijk verwijzen van leerlingen met een disharmonisch profiel (taal versus (leer)potentie). Hierbij zijn door de deelnemers gezamenlijk twee onderzoeksvragen geformuleerd: Aan welke voorwaarden moet een proces voldoen waarbij leerlingen (uit de beoogde doelgroep) een realistisch en onderbouwd passend advies krijgen bij de doorstroom van PO naar VO? En: Aan welke voorwaarden moet een kansrijk aanbod in het VO voldoen om de doorgaande lijn voor deze leerlingen kansrijk en passend te houden? Hiermee willen ze in 2025 toewerken naar een handreiking voor een werkwijze voor kansrijk verwijzen van po naar vo en een terugkoppeling van vo naar po.
Daarnaast heeft het primoraat in samenwerking met de Hanzehogeschool een plan opgesteld om een vorm van lesson study te integreren bij de opleiding van lio's (leraar in opleiding) binnen onze organisatie, vergelijkbaar met de huidige systematiek als in het vo bij de samenwerking met NHL Stenden.
Het auctoraat is eveneens gekoppeld aan de ambitie van het werken vanuit hoge verwachtingen. Hierin wordt met ondersteuning van een NRO-subsidie een meerjarig onderzoek gedaan naar het bevorderen van ‘student agency’ in het voortgezet onderwijs. Hier zijn drie scholen bij betrokken, elk met de focus op een eigen thema van de school. Dit zijn het Praedinius Gymnasium (metacognitie), het Stadslyceum (formatief handelen) en het Kamerlingh Onnes (eigenaarschap). Het auctoraat werkt hierbij samen met de Groninger Opleidingsschool en het lectoraat Didactiek voor Vak en Beroep van NHL Stenden en krijgt ondersteuning vanuit de Stichting Auctoraten.
