
5.1 Financieel beleid
Ons algemene financiële beleid ligt vast in een meerjarig financieel statuut. Per begrotingsjaar maken we een financiële kaderbrief met de uitwerking van de ontwikkelingen die voor het komend begrotingsjaar relevant zijn.
We streven naar een duurzaam financieel evenwicht. Dit betekent dat de begroting over een periode van minimaal vijf jaar een voldoende positief saldo moet laten zien om te blijven voldoen aan de gestelde financiële normen. Eenmalige tekorten zijn toegestaan, mits de begroting in meerjarenperspectief sluitend is en het buffervermogen boven de gestelde norm blijft.
Signaleringswaarden
De Inspectie voor het Onderwijs hanteert signaleringswaarden voor de kengetallen solvabiliteit, liquiditeit en de ratio normatief publiek eigen vermogen. Deze signaleringwaarden zijn geen harde normen maar helpen de Inspectie signaleren of er mogelijk een risicovolle of ongewenste situatie is of dreigt.
Onze interne normen zijn gebaseerd op de signaleringswaarden die de Inspectie voor het Onderwijs hanteert. Als uit het meerjarenperspectief blijkt dat we negatief van de signaleringswaarden afwijken, voeren we maatregelen in om het evenwicht te herstellen.
De inspectie hanteert de volgende signaleringswaarden:
| Kengetal | Signaleringswaarde inspectie |
|---|---|
| Solvabiliteit 2 | Lager dan 0,3 |
| Liquiditeit (current ratio) voor grote instellingen | Lager dan 0,5 absoluut lager dan € 100.000 |
| Ratio normatief publiek eigen vermogen | Hoger dan 1,0 |
De inspectie hanteert voor een organisatie met onze omvang een liquiditeitsnorm van 0,5. Intern hanteren wij een liquiditeitsnorm van 0,75. De motivatie hierbij is het hebben van voldoende middelen om de salarissen van personeel, evenals andere dringende verplichtingen, te kunnen betalen. Dit vraagt om een liquiditeit van 0,75.
De ratio normatief publiek eigen vermogen is een signaleringswaarde om bovenmatige reserves bij onderwijsinstellingen en samenwerkingsverbanden aan te tonen. Indien het eigen vermogen boven deze waarde uitstijgt, zal de inspectie bij het bestuur van de instelling aandringen op het besteden van deze reserves.
Intern hanteren we daarnaast nog een eigen norm voor het eigen vermogen. Op basis van een uitgevoerde risicoanalyse is bepaald dat er een buffer moet zijn van minimaal 5,65% van de totale Rijksbijdragen (genormaliseerd, dus exclusief eenmalige subsidies).
Toewijzing van middelen binnen het bestuur (allocatie)
Onze begroting kent de volgende onderdelen:
- Variabele budgetten van de scholen: dit betreft de door de schoolleider direct te beïnvloeden budgetten, zoals personeelslasten en leermiddelen;
- Semi-vaste budgetten van de scholen: kosten voor huisvesting, ICT en meubilair, overige ICT- en huisvestingslasten. Deze bedragen worden bovenschools beheerd maar wel geheel ingezet op de verschillende scholen;
- Sectorbudgetten: bovenschoolse activiteiten ten behoeve van de scholen, bijvoorbeeld budgetten voor onderwijsontwikkeling en professionalisering;
- Budgetten van de ondersteunende diensten en het college van bestuur.
Bij de verdeling van de middelen over de scholen hanteren we in de basis de bekostigingssystematiek van het ministerie van OCW. Dat wil zeggen dat de budgetten zijn gebaseerd op de leerlingenaantallen van 1 oktober (VO) of 1 februari (PO) voorafgaand aan het begrotingsjaar.
Voor bepaalde opbrengsten wijken we af van bovenstaande systematiek en kiezen we een eigen passende verdeling over de scholen en onderdelen.
De activiteiten die we bovenschools uitvoeren (3 en 4) worden bekostigd met een bijdrage van de scholen. Deze bijdrage is gebaseerd op het niveau van dienstverlening dat vanuit de ondersteunende diensten en de sectorbudgetten geleverd wordt per onderwijssoort (VO/PO/SO). De bijdrage wordt uitgedrukt in een vast percentage van de rijksbekostiging.
Segmentatie
Onze administratie is ingericht in kostenplaatsen. Elke kostenplaats is toe te wijzen aan een school of dienst en hoort bij een specifieke onderwijssoort. De baten en lasten worden verantwoord op de kostenplaats waarop zij betrekking hebben.
Gemeenschappelijke baten en lasten verdelen we over de verschillende onderwijssoorten. De segmentatie in de jaarrekening bepalen we vanuit deze interne structuur.
Treasurybeleid
Ons treasurybeleid voldoet aan de regels zoals deze zijn gesteld in de regeling Beleggen, lenen en derivaten 2016. De uitgangspunten zijn dat alle transacties gericht zijn op de continuïteit van de instelling en dat het aantrekken en uitzetten van middelen plaatsvindt bij betrouwbare partners.
In ons treasurystatuut wordt de interne beheersing van financieringen en geldstromen beschreven. In ons statuut is vastgelegd dat we niet beleggen in aandelen, private activiteiten of gebruik maken van afgeleide financiële instrumenten.
Openbaar Onderwijs Groningen heeft geen beleggingen of leningen uitstaan.
Al onze middelen worden beschouwd als publieke middelen. We maken geen onderscheid tussen publieke en private middelen. Overschotten op de liquide middelen worden in rekening courant aangehouden bij het ministerie van Financiën (middels schatkistbankieren). Ultimo 2025 is de hoogte van de direct opeisbare tegoeden € 27,3 miljoen. Ultimo 2024 was dit tegoed € 21,8 miljoen. Daarnaast hebben we de mogelijkheid gebruik te maken van een rekening-courantfaciliteit of een lening bij het ministerie van Financiën. In 2025 is hier geen gebruik van gemaakt, noch van andere vormen van externe financiering.
Vermogensbeleid
Het eigen vermogen van Openbaar Onderwijs Groningen is grotendeels vrij besteedbaar.
De algemene reserve kent een minimale omvang, zoals beschreven onder het kopje 'Signaleringswaarden'.
5.2 Financiële situatie 2025
Resultaat
in €1.000,-
| Baten | |||
| 2025 | Begroting | 2024 | |
| Rijksbijdragen | 182.013 | 171.852 | 171.635 |
| Overige overheidsbijdragen en -subsidies | 5.680 | 4.205 | 4.998 |
| Baten werk in opdracht van derden | 0 | 0 | 0 |
| Overige baten | 7.422 | 4.120 | 6.440 |
| Totaal baten | 195.115 | 180.177 | 183.073 |
| Lasten | |||
| 2025 | Begroting | 2024 | |
| Personeelslasten | 150.909 | 150.326 | 150.177 |
| Afschrijvingen | 7.098 | 7.433 | 7.050 |
| Huisvestingslasten | 10.917 | 10.611 | 10.219 |
| Overige lasten | 17.912 | 14.970 | 17.012 |
| Totaal lasten | 186.836 | 183.340 | 184.458 |
| Saldo baten en lasten | 8.279 | -3.163 | -1.385 |
| Financiële baten en lasten | 295 | 500 | 543 |
| Totaal resultaat | 8.574 | -2.663 | -842 |
| Resultaatbestemming: | |||
| 2025 | Begroting | 2024 | |
| Resultaat boekjaar | 8.574 | -2.663 | -842 |
| Onttrekking bestemmingsreserve NPO | 6.019 | 2.935 | 3.383 |
| Onttrekking bestemmingsreserve onderwijsakkoord VO | 561 | 318 | 721 |
| Onttrekking bestemmingsreserve basisvaardigheden | 500 | -500 | |
| Dotatie Algemene reserve | 15.654 | 590 | 2.762 |
Het resultaat over boekjaar 2025 is € 8,6 miljoen positief. Begroot was € 2,7 miljoen negatief.
De positieve afwijking ten opzichte van de begroting kan onder andere worden verklaard door opname van de vordering op OCW uit 2022 (€ 3,4 miljoen, zie voor toelichting onderstaand bij Rijksbijdragen), verschil tussen de indexatie van de bekostiging en de cao-effecten (€ 1,2 miljoen), stijging tarief van de werkdrukmiddelen (€ 0,9 miljoen), voordeel op incidentele subsidies die niet volledig besteed zijn (€ 0,9 miljoen), meer groeibekostiging dan begroot (€ 0,7 miljoen), aanvullende Rijksbijdragen (€ 0,8 miljoen), lager uitvallende energielasten (€ 0,6 miljoen), lagere afschrijvingen door later investeren (€ 0,5 miljoen), herijking van het ondersteuningsbureau (€ 0,4 miljoen) en overige kleinere effecten.
Rijksbijdragen
De rijksbijdragen zijn € 172,0 miljoen en bestaan uit € 103,6 miljoen voor het VO en € 78,3 miljoen voor het PO.
De rijksbijdragen zijn hoger dan begroot en de realisatie 2024, dit komt vooral door indexatie van de bekostiging, de extra rijksbijdragen uit 2022 en incidentele aanvullende subsidies.
De extra rijksbijdragen uit 2022 zijn het gevolg van de rechtszaak die 222 schoolbesturen, waaronder Openbaar Onderwijs Groningen, hebben aangespannen tegen het ministerie van OCW aangaande gemiste bekostiging in 2022 bij de wijziging van de bekostigingssystematiek. De schoolbesturen zijn in het gelijk gesteld waardoor de minister moet overgaan tot betaling en de scholen de baten meenemen in het resultaat van 2025. De waarde inclusief rente bedraagt voor ons naar schatting € 3,4 miljoen.
Een en ander wordt nader toegelicht in de jaarrekening.
Overige overheidsbijdragen
De overige overheidsbijdragen betreffen met name gemeentelijke subsidies voor maatschappelijke projecten.
Overige baten
De overige baten bestaan vooral uit subsidies in het kader van armoedebeleid vanuit het Jeugdeducatiefonds, Rijkssubsidies waarvan de inkomsten lopen via een ander bestuur (als penvoerder), ouderbijdragen, verhuuropbrengsten en detacheringsopbrengsten.
Personeelslasten
De personeelslasten ad € 150,9 miljoen zijn als volgt verdeeld: € 80,7 miljoen voor het VO, € 61,7 miljoen voor het PO en € 8,5 miljoen voor de centrale ondersteuning.
De personeelslasten zijn gestegen ten opzichte van vorig jaar en ook hoger dan begroot als gevolg van cao-maatregelen en inzet van subsidiemiddelen.
Huisvestingslasten
De huisvestingslasten liggen in lijn met de begroting en de realisatie over 2024. De onderhoudslasten vallen hoger uit, maar dit effect wordt opgeheven door lagere energielasten.
Overige lasten
De overige lasten zijn hoger dan begroot, omdat bepaalde subsidies en bijbehorende uitgaven (m.n. schoolmaaltijden en andere maatregelen vergoed door het Jeugdeducatiefonds) niet zijn meegenomen in de begroting.
Financiële baten en lasten
De financiële baten en lasten bestaan uit € 0,5 miljoen rentebaten op de rekening courant bij de schatkist, en € 0,2 miljoen rentelasten voortvloeiend uit de stijging van de contante waarde van de voorzieningen.
De rentestand is eind december 1,9% (ultimo 2024: 2,9%) en het banksaldo is € 27,3 miljoen.
Balans
in €1.000,-
| Activa | |||||
| 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||
| Vaste activa | |||||
| Materiële vaste activa | 47.889 | 47.610 | |||
| Totaal vaste activa | 47.889 | 47.610 | |||
| Vlottende activa | |||||
| Vorderingen | 8.124 | 6.433 | |||
| Liquide middelen | 27.351 | 21.823 | |||
| Totaal vlottende activa | 35.475 | 28.256 | |||
| Totaal activa | 83.364 | 75.866 | |||
| Passiva | |||||
| 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||
| Eigen vermogen | 51.063 | 42.489 | |||
| Voorzieningen | 5.807 | 6.152 | |||
| Kortlopende schulden | 26.494 | 27.225 | |||
| Totaal passiva | 83.364 | 75.866 |
De materiële vaste activa nemen toe met het saldo van investeringen en afschrijvingen. Er wordt jaarlijks meer geïnvesteerd dan afgeschreven.
De liquide middelen zijn gestegen ten opzichte van 2024. Dit is deels in lijn met het positieve resultaat van 2025. Verder zijn er geoormerkte subsidies ontvangen in 2025 die pas in een later jaar worden uitgegeven.
Het eigen vermogen neemt toe met het resultaat van € 8,6 miljoen positief.
Binnen de voorzieningen zijn verschuivingen opgetreden, maar het totaalniveau is stabiel en ligt in lijn met 2024. Vooral de voorziening voor werkloosheidsuitkeringen is gestegen. Dit kan worden verklaard doordat de periode waarin de NPO-middelen en voor een aantal scholen ook de middelen voor verbetering basisvaardigheden ingezet konden worden is afgelopen en de tijdelijke contracten die met deze middelen werden bekostigd zijn beëindigd.
Vermogen
in €1.000,-
| Stand per | Resultaat | Overige mutaties | Stand per | |
| 1-1-2025 | 31-12-2025 | |||
| Algemene reserve | 35.409 | 15.654 | 0 | 51.063 |
| Bestemmingsreserves publiek | 7.080 | -7.080 | 0 | 0 |
| Eigen vermogen | 42.489 | 8.574 | 0 | 51.063 |
Kengetallen
in €1.000,-
| Kengetal | Waarde | Signaleringswaarde inspectie |
|---|---|---|
| Solvabiliteit 2 | 61% | Lager dan 30% |
| Liquiditeit (current ratio) voor grote instellingen | 1,34 | Lager dan 0,5, absoluut lager dan € 100.000 |
| Ratio normatief publiek eigen vermogen | 0,87 | Hoger dan 1,0 |
Het positieve resultaat 2025, vooruitvangen subsidiebedragen en vertraagde investeringsuitgaven dragen bij aan een positieve ontwikkeling van de liquiditeitsratio.
De Inspectie van het Onderwijs hanteert als signaleringswaarde voor het vermogen het normatief eigen vermogen. Dit is het vermogen dat een onderwijsinstelling redelijkerwijs nodig heeft om bezittingen te financieren en risico’s op te vangen. Hiervoor is een rekensystematiek ontwikkeld. Besturen dienen zich te verantwoorden wanneer het eigen vermogen boven deze nieuwe norm uitkomt.
De signaleringswaarde voor de ratio normatief publiek eigen vermogen voor Openbaar Onderwijs Groningen is ultimo 2025 is als volgt:
| Signaleringswaarde | |
| 0,5*aanschafwaarde gebouwen * 1,27 | 34.569 |
| Boekwaarde resterende MVA | 14.420 |
| 0,05*totale baten | 9.756 |
| Totaal signaleringswaarde | 58.745 |
| Totaal EV per jaareinde | 51.063 |
| Ruimte onder de signaleringswaarde | 7.682 |
Dit is voor de inspectie de bovengrens voor het door Openbaar Onderwijs Groningen aan te houden eigen vermogen. Het werkelijke eigen vermogen bedraagt eind 2025 € 51,1 miljoen (2024: € 42,8 miljoen), en is dus ruim beneden de signaleringswaarde.
5.3 Continuïteitsparagraaf
De gegevens in deze paragraaf zijn afkomstig uit de jaarrekening 2025 (gegevens 2024 en 2025) en de meerjarenbegroting 2026-2030 (gegevens toekomstige jaren). De raad van toezicht heeft de meerjarenbegroting 2026-2030 vastgesteld op 12 december 2025.
Financiële begroting 2026
in €1.000,-
| Baten | Realisatie 2024 | Begroting 2025 | Realisatie 2025 | Begroting 2026 |
| Rijksbijdragen | 171.635 | 171.852 | 182.013 | 181.122 |
| Overige overheidsbijdragen | 4.998 | 4.205 | 5.680 | 4.203 |
| Overige baten | 6.440 | 4.120 | 7.422 | 4.006 |
| Totaal baten | 183.073 | 180.177 | 195.115 | 189.331 |
| Lasten | ||||
| Personele lasten | 150.177 | 150.326 | 150.909 | 152.292 |
| Afschrijvingslasten | 7.050 | 7.433 | 7.098 | 7.493 |
| Huisvestingslasten | 10.219 | 10.611 | 10.917 | 11.863 |
| Overige lasten | 17.012 | 14.970 | 17.912 | 17.463 |
| Totaal lasten | 184.458 | 183.340 | 186.836 | 189.111 |
| Saldo baten en lasten | -1.385 | -3.163 | 8.279 | 220 |
| Financiële baten en lasten | 543 | 500 | 295 | 400 |
| Totaal resultaat | -842 | -2.663 | 8.574 | 620 |
Meerjarenbegroting 2026-2030
in €1.000,-
| Meerjarenbegroting (x € 1.000) | |||||
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
| Rijksbijdragen | 181.123 | 187.513 | 191.276 | 196.441 | 201.745 |
| Overige overheidsbijdragen | 4.203 | 4.245 | 4.287 | 4.330 | 4.374 |
| Overige baten | 4.006 | 4.108 | 4.213 | 4.320 | 4.431 |
| Totaal baten | 189.332 | 195.867 | 199.777 | 205.091 | 210.549 |
| Lasten | |||||
| Personele lasten | 152.292 | 158.136 | 161.905 | 166.762 | 171.765 |
| Afschrijvingslasten | 7.493 | 7.469 | 7.682 | 7.916 | 8.222 |
| Huisvestingslasten | 11.863 | 11.982 | 12.101 | 12.222 | 12.345 |
| Overige lasten | 17.463 | 17.638 | 17.814 | 17.992 | 18.172 |
| Totaal lasten | 189.111 | 195.224 | 199.502 | 204.893 | 210.504 |
| Financiële baten en lasten | 400 | 300 | 300 | 300 | 300 |
| Totaal resultaat | 621 | 942 | 574 | 499 | 345 |
| Resultaatbestemming: | |||||
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
| Resultaat boekjaar | 621 | 942 | 574 | 499 | 345 |
| Mutatie bestemmingsreserves | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Dotatie Algemene reserve | 621 | 942 | 574 | 499 | 345 |
De indexering van de Rijksbijdragen loopt in de pas met de indexering van de personele lasten, aangezien loonstijgingen in beginsel door het Rijk worden gecompenseerd. Bij de berekening is uitgegaan van een stabiel leerlingenaantal, en een stabiel aantal fte’s. De overige baten en lasten zijn normatief geïndexeerd met 2-3%. De afschrijvingslasten zijn berekend op basis van de bekende meerjareninvesteringsplanning.
Het incidenteel hogere resultaat van 2027 komt door een overlap van incidentele en structurele middelen voor basisvaardigheden. Voor enkele scholen loopt de tijdelijke subsidie nog tot en met 31 juli 2027, terwijl er voor alle scholen per 1 januari 2027 een structurele bekostiging is meegenomen. Hier staan ook lasten tegenover, maar door een inverdieneffect blijft er per saldo een positief resultaat over.
Ten tijde van het opstellen van de begroting 2026 was de cao 2025 nog in onderhandeling en is een inschatting hiervan meegenomen in de begroting. Inmiddels is voor zowel de sector voortgezet als primair onderwijs een nieuwe cao afgesloten. Beide cao’s lopen tot en met 28 februari 2027.
Van de meeste schoolpanden zijn wij juridisch eigenaar en handelen we als zodanig. De gemeente heeft economisch claimrecht op deze panden. Voor een deel van de gebouwen is overdracht niet mogelijk of wenselijk, bijvoorbeeld omdat meerdere gebruikers in het pand zijn gehuisvest. In deze gevallen worden de gebouwen van de gemeente gehuurd. Dit zal in de nabije toekomst niet veranderen. We huren het pand waarin het ondersteuningsbureau is gevestigd, plus enkele tijdelijke huisvestingsvoorzieningen bij diverse scholen.
In de meerjarenbegroting is rekening gehouden met het meerjarenonderhoudsplan dat is afgestemd op het integraal huisvestingsplan van de gemeente.
Leerlingenaantallen
| Leerlingaantallen | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
| real. | real. | real. | begr. | begr. | begr. | begr. | ||
| peildatum VO | 01-10-2023 | 01-10-2024 | 01-10-2025 | 01-10-2026 | 01-10-2027 | 01-10-2027 | 01-10-2027 | |
| peildatum PO+SO | 01-02-2023 | 01-02-2024 | 01-02-2025 | 01-02-2026 | 01-02-2027 | 01-02-2027 | 01-02-2027 | |
| VO-scholen* | 8.546 | 8.368 | 8.202 | 8.236 | 8.187 | 8.130 | 8.130 | |
| Basisscholen | 6.528 | 6.566 | 6.708 | 6.825 | 6.843 | 6.905 | 6.905 | |
| SBO | 227 | 222 | 203 | 196 | 220 | 220 | 220 | |
| SO-scholen | 472 | 485 | 476 | 416 | 447 | 447 | 447 | |
| Totaal | 15.773 | 15.641 | 15.589 | 15.673 | 15.697 | 15.702 | 15.702 | |
| * exclusief VAVO |
VAVO: Voortgezet Algemeen Volwassenenonderwijs, dit betreft een traject waarbij leerlingen bij ons staan ingeschreven maar elders lessen volgen om hun diploma te halen.
Personele bezetting
De gemiddelde netto bezetting over het hele jaar 2025 was 1.538 fte. Onderstaand is de verwachte ontwikkeling van de personele bezetting weergegeven, zoals is af te leiden uit de meerjarenbegroting 2026-2030.
We verwachten dat de personele bezetting in de basis stabiel blijft, in lijn met het leerlingenaantal.
| Personele bezetting (in FTE) | ||||||
| 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
| Bestuur / Management | 77 | 77 | 77 | 77 | 77 | 77 |
| Personeel primair proces / docerend Personeel | 1.044 | 1.024 | 1.030 | 1.031 | 1.031 | 1.031 |
| Ondersteunend personeel / overige medewerkers | 417 | 387 | 388 | 389 | 389 | 389 |
| 1.538 | 1.488 | 1.495 | 1.497 | 1.497 | 1.497 |
Meerjarenbalans
in €1.000,-
| 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
| Materiële vaste activa | 47.610 | 47.889 | 50.736 | 52.046 | 52.148 | 51.563 | 52.192 |
| Vorderingen | 6.433 | 8.124 | 7.892 | 6.890 | 7.366 | 7.785 | 8.144 |
| Liquide middelen | 21.823 | 27.351 | 26.534 | 27.863 | 28.567 | 29.952 | 30.044 |
| 75.866 | 83.364 | 85.162 | 86.798 | 88.081 | 89.301 | 90.381 | |
| 0 | |||||||
| Algemene reserve | 35.409 | 51.063 | 51.684 | 52.626 | 53.201 | 53.700 | 54.045 |
| Bestemmingsreserves | 7.080 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Voorzieningen | 6.152 | 5.807 | 6.364 | 6.427 | 6.490 | 6.554 | 6.619 |
| Kortlopende schulden | 27.225 | 26.494 | 27.113 | 27.745 | 28.390 | 29.047 | 29.717 |
| 75.866 | 83.364 | 85.162 | 86.798 | 88.081 | 89.301 | 90.381 | |
| Liquiditeit | 1,04 | 1,34 | 1,27 | 1,25 | 1,27 | 1,30 | 1,29 |
De meerjarenbalans is ten opzichte van het begrotingsdocument 2026 aangepast aan de realisatie 2025 en dit is tevens doorgerekend naar de komende jaren.
In 2025 zijn de eindsaldi van de bestemmingsreserves NPO, onderwijsakkoord en VBV overgeheveld naar de algemene reserve. Vanaf 2026 is geen rekening gehouden met nieuw te vormen bestemmingsreserves. Hiertoe is nog geen aanleiding bekend.
Kengetallen
Met bovenstaande meerjarenbegroting en meerjarige balans ontwikkelen de door de inspectie van het onderwijs gehanteerde kengetallen zich als volgt:
| Norm | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
| Liquiditeit | > 0,5 | 1,34 | 1,27 | 1,25 | 1,27 | 1,30 | 1,29 |
| Solvabiliteit 2 | > 0,3 | 0,61 | 0,61 | 0,61 | 0,60 | 0,60 | 0,60 |
| Eigen vermogen | < 1 | 0,87 | 0,85 | 0,85 | 0,85 | 0,86 | 0,86 |
| Absolute omvang liquide middelen | 27.351 | 26.534 | 27.863 | 28.567 | 29.952 | 30.044 |
Alle ratio's scoren ten opzichte van de signaleringsgrenzen positief.
Risicomanagement en belangrijkste risico's
In paragraaf 6.6 Risicomanagement wordt hier nader op ingegaan.