Spring naar inhoud

Financiën

5.1 Financieel beleid

Ons algemene financiële beleid ligt vast in een meerjarig financieel statuut. Per begrotingsjaar maken we een financiële kaderbrief met de uitwerking van de ontwikkelingen die voor het komend begrotingsjaar relevant zijn.

We streven naar een duurzaam financieel evenwicht. Dit betekent dat de begroting over een periode van minimaal vijf jaar een voldoende positief saldo moet laten zien om te blijven voldoen aan de gestelde financiële normen. Eenmalige tekorten zijn toegestaan, mits de begroting in meerjarenperspectief sluitend is en het buffervermogen boven de gestelde norm blijft.

Signaleringswaarden
De Inspectie voor het Onderwijs hanteert signaleringswaarden voor de kengetallen solvabiliteit, liquiditeit en de ratio normatief publiek eigen vermogen. Deze signaleringwaarden zijn geen harde normen maar helpen de Inspectie signaleren of er mogelijk een risicovolle of ongewenste situatie is of dreigt.

Onze interne normen zijn gebaseerd op de signaleringswaarden die de Inspectie voor het Onderwijs hanteert. Als uit het meerjarenperspectief blijkt dat we negatief van de signaleringswaarden afwijken, voeren we maatregelen in om het evenwicht te herstellen.

De inspectie hanteert de volgende signaleringswaarden:

Kengetal

Signaleringswaarde inspectie

Solvabiliteit 2                          Lager dan 0,3
Liquiditeit (current ratio) voor grote instellingenLager dan 0,5 absoluut lager dan € 100.000
Ratio normatief publiek eigen vermogenHoger dan 1,0

De inspectie hanteert voor een organisatie met onze omvang een liquiditeitsnorm van 0,5. Intern hanteren wij een liquiditeitsnorm van 0,75. De motivatie hierbij is het hebben van voldoende middelen om de salarissen van personeel, evenals andere dringende verplichtingen, te kunnen betalen. Dit vraagt om een liquiditeit van 0,75.

De ratio normatief publiek eigen vermogen is een signaleringswaarde om bovenmatige reserves bij onderwijsinstellingen en samenwerkingsverbanden aan te tonen. Indien het eigen vermogen boven deze waarde uitstijgt, zal de inspectie bij het bestuur van de instelling aandringen op het besteden van deze reserves.
Intern hanteren we daarnaast nog een eigen norm voor het eigen vermogen. Op basis van een uitgevoerde risicoanalyse is bepaald dat er een buffer moet zijn van minimaal 5,65% van de totale Rijksbijdragen (genormaliseerd, dus exclusief eenmalige subsidies).


Toewijzing van middelen binnen het bestuur (allocatie)

Onze begroting kent de volgende onderdelen:

  1. Variabele budgetten van de scholen: dit betreft de door de schoolleider direct te beïnvloeden budgetten, zoals personeelslasten en leermiddelen;
  2. Semi-vaste budgetten van de scholen: kosten voor huisvesting, ICT en meubilair, overige ICT- en huisvestingslasten. Deze bedragen worden bovenschools beheerd maar wel geheel ingezet op de verschillende scholen;
  3. Sectorbudgetten: bovenschoolse activiteiten ten behoeve van de scholen, bijvoorbeeld budgetten voor onderwijsontwikkeling en professionalisering;
  4. Budgetten van de ondersteunende diensten en het college van bestuur.

Bij de verdeling van de middelen over de scholen hanteren we in de basis de bekostigingssystematiek van het ministerie van OCW. Dat wil zeggen dat de budgetten zijn gebaseerd op de leerlingenaantallen van 1 oktober (VO) of 1 februari (PO) voorafgaand aan het begrotingsjaar.

Voor bepaalde opbrengsten wijken we af van bovenstaande systematiek en kiezen we een eigen passende verdeling over de scholen en onderdelen.

De activiteiten die we bovenschools uitvoeren (3 en 4) worden bekostigd met een bijdrage van de scholen. Deze bijdrage is gebaseerd op het niveau van dienstverlening dat vanuit de ondersteunende diensten en de sectorbudgetten geleverd wordt per onderwijssoort (VO/PO/SO). De bijdrage wordt uitgedrukt in een vast percentage van de rijksbekostiging.

Segmentatie
Onze administratie is ingericht in kostenplaatsen. Elke kostenplaats is toe te wijzen aan een school of dienst en hoort bij een specifieke onderwijssoort. De baten en lasten worden verantwoord op de kostenplaats waarop zij betrekking hebben.

Gemeenschappelijke baten en lasten verdelen we over de verschillende onderwijssoorten. De segmentatie in de jaarrekening bepalen we vanuit deze interne structuur.

Treasurybeleid
Ons treasurybeleid voldoet aan de regels zoals deze zijn gesteld in de regeling Beleggen, lenen en derivaten 2016. De uitgangspunten zijn dat alle transacties gericht zijn op de continuïteit van de instelling en dat het aantrekken en uitzetten van middelen plaatsvindt bij betrouwbare partners.

In ons treasurystatuut wordt de interne beheersing van financieringen en geldstromen beschreven. In ons statuut is vastgelegd dat we niet beleggen in aandelen, private activiteiten of gebruik maken van afgeleide financiële instrumenten.

Openbaar Onderwijs Groningen heeft geen beleggingen of leningen uitstaan.

Al onze middelen worden beschouwd als publieke middelen. We maken geen onderscheid tussen publieke en private middelen. Overschotten op de liquide middelen worden in rekening courant aangehouden bij het ministerie van Financiën (middels schatkistbankieren). Ultimo 2025 is de hoogte van de direct opeisbare tegoeden € 27,3 miljoen. Ultimo 2024 was dit tegoed € 21,8 miljoen. Daarnaast hebben we de mogelijkheid gebruik te maken van een rekening-courantfaciliteit of een lening bij het ministerie van Financiën. In 2025 is hier geen gebruik van gemaakt, noch van andere vormen van externe financiering.

Vermogensbeleid
Het eigen vermogen van Openbaar Onderwijs Groningen is grotendeels vrij besteedbaar.
De algemene reserve kent een minimale omvang, zoals beschreven onder het kopje 'Signaleringswaarden'.

5.2 Financiële situatie 2025

Resultaat

in €1.000,-

Baten      
  2025 Begroting 2024
Rijksbijdragen 182.013 171.852 171.635
Overige overheidsbijdragen en -subsidies 5.680 4.205 4.998
Baten werk in opdracht van derden 0 0 0
Overige baten 7.422 4.120 6.440
       
Totaal baten 195.115 180.177 183.073
       
Lasten      
  2025 Begroting 2024
Personeelslasten 150.909 150.326 150.177
Afschrijvingen 7.098 7.433 7.050
Huisvestingslasten 10.917 10.611 10.219
Overige lasten 17.912 14.970 17.012
       
Totaal lasten 186.836 183.340 184.458
       
Saldo baten en lasten 8.279 -3.163 -1.385
       
Financiële baten en lasten 295 500 543
       
Totaal resultaat 8.574 -2.663 -842
Resultaatbestemming:      
  2025 Begroting 2024
Resultaat boekjaar 8.574 -2.663 -842
Onttrekking bestemmingsreserve NPO                                6.019 2.935 3.383
Onttrekking bestemmingsreserve onderwijsakkoord VO                561 318 721
Onttrekking bestemmingsreserve basisvaardigheden 500   -500
Dotatie Algemene reserve                                      15.654 590 2.762

Het resultaat over boekjaar 2025 is € 8,6 miljoen positief. Begroot was € 2,7 miljoen negatief.
De positieve afwijking ten opzichte van de begroting kan onder andere worden verklaard door opname van de vordering op OCW uit 2022 (€ 3,4 miljoen, zie voor toelichting onderstaand bij Rijksbijdragen), verschil tussen de indexatie van de bekostiging en de cao-effecten (€ 1,2 miljoen), stijging tarief van de werkdrukmiddelen (€ 0,9 miljoen), voordeel op incidentele subsidies die niet volledig besteed zijn (€ 0,9 miljoen), meer groeibekostiging dan begroot (€ 0,7 miljoen), aanvullende Rijksbijdragen (€ 0,8 miljoen), lager uitvallende energielasten (€ 0,6 miljoen), lagere afschrijvingen door later investeren (€ 0,5 miljoen), herijking van het ondersteuningsbureau (€ 0,4 miljoen) en overige kleinere effecten.

Rijksbijdragen
De rijksbijdragen zijn € 172,0 miljoen en bestaan uit € 103,6 miljoen voor het VO en € 78,3 miljoen voor het PO.
De rijksbijdragen zijn hoger dan begroot en de realisatie 2024, dit komt vooral door indexatie van de bekostiging, de extra rijksbijdragen uit 2022 en incidentele aanvullende subsidies.

De extra rijksbijdragen uit 2022 zijn het gevolg van de rechtszaak die 222 schoolbesturen, waaronder Openbaar Onderwijs Groningen, hebben aangespannen tegen het ministerie van OCW aangaande gemiste bekostiging in 2022 bij de wijziging van de bekostigingssystematiek. De schoolbesturen zijn in het gelijk gesteld waardoor de minister moet overgaan tot betaling en de scholen de baten meenemen in het resultaat van 2025. De waarde inclusief rente bedraagt voor ons naar schatting € 3,4 miljoen.
Een en ander wordt nader toegelicht in de jaarrekening.

Overige overheidsbijdragen 
De overige overheidsbijdragen betreffen met name gemeentelijke subsidies voor maatschappelijke projecten.

Overige baten
De overige baten bestaan vooral uit subsidies in het kader van armoedebeleid vanuit het Jeugdeducatiefonds, Rijkssubsidies waarvan de inkomsten lopen via een ander bestuur (als penvoerder), ouderbijdragen, verhuuropbrengsten en detacheringsopbrengsten.

Personeelslasten
De personeelslasten ad € 150,9 miljoen zijn als volgt verdeeld: € 80,7 miljoen voor het VO, € 61,7 miljoen voor het PO en € 8,5 miljoen voor de centrale ondersteuning.
De personeelslasten zijn gestegen ten opzichte van vorig jaar en ook hoger dan begroot als gevolg van cao-maatregelen en inzet van subsidiemiddelen. 

Huisvestingslasten
De huisvestingslasten liggen in lijn met de begroting en de realisatie over 2024. De onderhoudslasten vallen hoger uit, maar dit effect wordt opgeheven door lagere energielasten.

Overige lasten
De overige lasten zijn hoger dan begroot, omdat bepaalde subsidies en bijbehorende uitgaven (m.n. schoolmaaltijden en andere maatregelen vergoed door het Jeugdeducatiefonds) niet zijn meegenomen in de begroting.

Financiële baten en lasten
De financiële baten en lasten bestaan uit € 0,5 miljoen rentebaten op de rekening courant bij de schatkist, en € 0,2 miljoen rentelasten voortvloeiend uit de stijging van de contante waarde van de voorzieningen.
De rentestand is eind december 1,9% (ultimo 2024: 2,9%) en het banksaldo is € 27,3 miljoen.

Balans

in €1.000,-

  Activa        
      31-12-2025   31-12-2024
  Vaste activa        
  Materiële vaste activa 47.889   47.610  
  Totaal vaste activa   47.889   47.610
           
  Vlottende activa        
  Vorderingen 8.124   6.433  
  Liquide middelen 27.351   21.823  
  Totaal vlottende activa   35.475   28.256
           
  Totaal activa   83.364   75.866
           
  Passiva        
      31-12-2025   31-12-2024
  Eigen vermogen 51.063   42.489  
  Voorzieningen 5.807   6.152  
  Kortlopende schulden 26.494   27.225  
           
  Totaal passiva   83.364   75.866

De materiële vaste activa nemen toe met het saldo van investeringen en afschrijvingen. Er wordt jaarlijks meer geïnvesteerd dan afgeschreven.
De liquide middelen zijn gestegen ten opzichte van 2024. Dit is deels in lijn met het positieve resultaat van 2025. Verder zijn er geoormerkte subsidies ontvangen in 2025 die pas in een later jaar worden uitgegeven.
Het eigen vermogen neemt toe met het resultaat van € 8,6 miljoen positief.
Binnen de voorzieningen zijn verschuivingen opgetreden, maar het totaalniveau is stabiel en ligt in lijn met 2024. Vooral de voorziening voor werkloosheidsuitkeringen is gestegen. Dit kan worden verklaard doordat de periode waarin de NPO-middelen en voor een aantal scholen ook de middelen voor verbetering basisvaardigheden ingezet konden worden is afgelopen en de tijdelijke contracten die met deze middelen werden bekostigd zijn beëindigd.

Vermogen

in €1.000,-

  Stand per Resultaat Overige mutaties Stand per
  1-1-2025     31-12-2025
Algemene reserve 35.409 15.654 0 51.063
Bestemmingsreserves publiek 7.080 -7.080 0 0
Eigen vermogen 42.489 8.574 0 51.063
         

Kengetallen

in €1.000,-

Kengetal Waarde Signaleringswaarde inspectie
Solvabiliteit 2 61% Lager dan 30%
Liquiditeit (current ratio) voor grote instellingen  1,34  Lager dan 0,5, absoluut lager dan € 100.000
Ratio normatief publiek eigen vermogen  0,87  Hoger dan 1,0

Het positieve resultaat 2025, vooruitvangen subsidiebedragen en vertraagde investeringsuitgaven dragen bij aan een positieve ontwikkeling van de liquiditeitsratio.  

De Inspectie van het Onderwijs hanteert als signaleringswaarde voor het vermogen het normatief eigen vermogen. Dit is het vermogen dat een onderwijsinstelling redelijkerwijs nodig heeft om bezittingen te financieren en risico’s op te vangen. Hiervoor is een rekensystematiek ontwikkeld. Besturen dienen zich te verantwoorden wanneer het eigen vermogen boven deze nieuwe norm uitkomt.
De signaleringswaarde voor de ratio normatief publiek eigen vermogen voor Openbaar Onderwijs Groningen is ultimo 2025 is als volgt:

Signaleringswaarde  
0,5*aanschafwaarde gebouwen * 1,27 34.569
Boekwaarde resterende MVA 14.420
0,05*totale baten 9.756
Totaal signaleringswaarde 58.745
Totaal EV per jaareinde 51.063
Ruimte onder de signaleringswaarde 7.682

Dit is voor de inspectie de bovengrens voor het door Openbaar Onderwijs Groningen aan te houden eigen vermogen. Het werkelijke eigen vermogen bedraagt eind 2025 € 51,1 miljoen (2024: € 42,8 miljoen), en is dus ruim beneden de signaleringswaarde.

5.3 Continuïteitsparagraaf

De gegevens in deze paragraaf zijn afkomstig uit de jaarrekening 2025 (gegevens 2024 en 2025) en de meerjarenbegroting 2026-2030 (gegevens toekomstige jaren). De raad van toezicht heeft de meerjarenbegroting 2026-2030 vastgesteld op 12 december 2025.

Financiële begroting 2026

in €1.000,-

Baten Realisatie 2024 Begroting 2025 Realisatie 2025 Begroting 2026
Rijksbijdragen 171.635 171.852 182.013 181.122
Overige overheidsbijdragen 4.998 4.205 5.680 4.203
Overige baten 6.440 4.120 7.422 4.006
Totaal baten 183.073 180.177 195.115 189.331
         
Lasten        
Personele lasten 150.177 150.326 150.909 152.292
Afschrijvingslasten 7.050 7.433 7.098 7.493
Huisvestingslasten 10.219 10.611 10.917 11.863
Overige lasten 17.012 14.970 17.912 17.463
Totaal lasten 184.458 183.340 186.836 189.111
         
Saldo baten en lasten -1.385 -3.163 8.279 220
         
Financiële baten en lasten 543 500 295 400
         
Totaal resultaat -842 -2.663 8.574 620

Meerjarenbegroting 2026-2030

in €1.000,-

Meerjarenbegroting (x € 1.000)          
  2026 2027 2028 2029 2030
Rijksbijdragen 181.123 187.513 191.276 196.441 201.745
Overige overheidsbijdragen 4.203 4.245 4.287 4.330 4.374
Overige baten 4.006 4.108 4.213 4.320 4.431
Totaal baten 189.332 195.867 199.777 205.091 210.549
           
Lasten          
Personele lasten 152.292 158.136 161.905 166.762 171.765
Afschrijvingslasten 7.493 7.469 7.682 7.916 8.222
Huisvestingslasten 11.863 11.982 12.101 12.222 12.345
Overige lasten 17.463 17.638 17.814 17.992 18.172
Totaal lasten 189.111 195.224 199.502 204.893 210.504
           
Financiële baten en lasten 400 300 300 300 300
           
Totaal resultaat  621   942   574   499   345 
Resultaatbestemming:          
  2026 2027 2028 2029 2030
Resultaat boekjaar 621 942 574 499 345
Mutatie bestemmingsreserves                     0 0 0 0 0
Dotatie Algemene reserve                                      621 942 574 499 345

De indexering van de Rijksbijdragen loopt in de pas met de indexering van de personele lasten, aangezien loonstijgingen in beginsel door het Rijk worden gecompenseerd. Bij de berekening is uitgegaan van een stabiel leerlingenaantal, en een stabiel aantal fte’s. De overige baten en lasten zijn normatief geïndexeerd met 2-3%. De afschrijvingslasten zijn berekend op basis van de bekende meerjareninvesteringsplanning.

Het incidenteel hogere resultaat van 2027 komt door een overlap van incidentele en structurele middelen voor basisvaardigheden. Voor enkele scholen loopt de tijdelijke subsidie nog tot en met 31 juli 2027, terwijl er voor alle scholen per 1 januari 2027 een structurele bekostiging is meegenomen. Hier staan ook lasten tegenover, maar door een inverdieneffect blijft er per saldo een positief resultaat over.

Ten tijde van het opstellen van de begroting 2026 was de cao 2025 nog in onderhandeling en is een inschatting hiervan meegenomen in de begroting. Inmiddels is voor zowel de sector voortgezet als primair onderwijs een nieuwe cao afgesloten. Beide cao’s lopen tot en met 28 februari 2027.

Van de meeste schoolpanden zijn wij juridisch eigenaar en handelen we als zodanig. De gemeente heeft economisch claimrecht op deze panden. Voor een deel van de gebouwen is overdracht niet mogelijk of wenselijk, bijvoorbeeld omdat meerdere gebruikers in het pand zijn gehuisvest. In deze gevallen worden de gebouwen van de gemeente gehuurd. Dit zal in de nabije toekomst niet veranderen. We huren het pand waarin het ondersteuningsbureau is gevestigd, plus enkele tijdelijke huisvestingsvoorzieningen bij diverse scholen.

In de meerjarenbegroting is rekening gehouden met het meerjarenonderhoudsplan dat is afgestemd op het integraal huisvestingsplan van de gemeente.

Leerlingenaantallen

Leerlingaantallen 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030  
  real. real. real. begr. begr. begr. begr.  
peildatum VO 01-10-2023 01-10-2024 01-10-2025 01-10-2026 01-10-2027 01-10-2027 01-10-2027  
peildatum PO+SO 01-02-2023 01-02-2024 01-02-2025 01-02-2026 01-02-2027 01-02-2027 01-02-2027  
VO-scholen*  8.546   8.368   8.202   8.236   8.187   8.130   8.130   
Basisscholen  6.528   6.566   6.708   6.825   6.843   6.905   6.905   
SBO  227   222   203   196   220   220   220   
SO-scholen  472   485   476   416   447   447   447   
Totaal  15.773   15.641   15.589   15.673   15.697   15.702   15.702   
                 
* exclusief VAVO                

VAVO: Voortgezet Algemeen Volwassenenonderwijs, dit betreft een traject waarbij leerlingen bij ons staan ingeschreven maar elders lessen volgen om hun diploma te halen.

Personele bezetting

De gemiddelde netto bezetting over het hele jaar 2025 was 1.538 fte. Onderstaand is de verwachte ontwikkeling van de personele bezetting weergegeven, zoals is af te leiden uit de meerjarenbegroting 2026-2030.

We verwachten dat de personele bezetting in de basis stabiel blijft, in lijn met het leerlingenaantal.

Personele bezetting (in FTE)            
  2025 2026 2027 2028 2029 2030
Bestuur / Management  77   77   77   77   77   77 
Personeel primair proces / docerend Personeel  1.044   1.024   1.030   1.031   1.031   1.031 
Ondersteunend personeel / overige medewerkers  417   387   388   389   389   389 
  1.538 1.488 1.495 1.497 1.497 1.497

Meerjarenbalans

in €1.000,-

  2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Materiële vaste activa 47.610 47.889 50.736 52.046 52.148 51.563 52.192
Vorderingen 6.433 8.124 7.892 6.890 7.366 7.785 8.144
Liquide middelen 21.823 27.351 26.534 27.863 28.567 29.952 30.044
  75.866 83.364 85.162 86.798 88.081 89.301 90.381
      0        
Algemene reserve 35.409 51.063 51.684 52.626 53.201 53.700 54.045
Bestemmingsreserves 7.080 0 0 0 0 0 0
Voorzieningen 6.152 5.807 6.364 6.427 6.490 6.554 6.619
Kortlopende schulden 27.225 26.494 27.113 27.745 28.390 29.047 29.717
  75.866 83.364 85.162 86.798 88.081 89.301 90.381
               
Liquiditeit 1,04 1,34 1,27 1,25 1,27 1,30 1,29

De meerjarenbalans is ten opzichte van het begrotingsdocument 2026 aangepast aan de realisatie 2025 en dit is tevens doorgerekend naar de komende jaren.
In 2025 zijn de eindsaldi van de bestemmingsreserves NPO, onderwijsakkoord en VBV overgeheveld naar de algemene reserve. Vanaf 2026 is geen rekening gehouden met nieuw te vormen bestemmingsreserves. Hiertoe is nog geen aanleiding bekend.

Kengetallen

Met bovenstaande meerjarenbegroting en meerjarige balans ontwikkelen de door de inspectie van het onderwijs gehanteerde kengetallen zich als volgt:

  Norm 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Liquiditeit > 0,5 1,34 1,27 1,25 1,27 1,30 1,29
Solvabiliteit 2 > 0,3 0,61 0,61 0,61 0,60 0,60 0,60
Eigen vermogen < 1 0,87 0,85 0,85 0,85 0,86 0,86
Absolute omvang liquide middelen   27.351 26.534 27.863 28.567 29.952 30.044

Alle ratio's scoren ten opzichte van de signaleringsgrenzen positief.

Risicomanagement en belangrijkste risico's

In paragraaf 6.6 Risicomanagement wordt hier nader op ingegaan.