
Balans per 31 december 2025
x € 1.000
| Activa | ||||
| 31-12-2025 | 31-12-2024 | |||
| Vaste activa | ||||
| Materiële vaste activa | 47.889 | 47.610 | ||
| Totaal vaste activa | 47.889 | 47.610 | ||
| Vlottende activa | ||||
| Vorderingen | 8.124 | 6.433 | ||
| Liquide middelen | 27.351 | 21.823 | ||
| Totaal vlottende activa | 35.475 | 28.256 | ||
| Totaal activa | 83.364 | 75.866 | ||
| Passiva | ||||
| 31-12-2025 | 31-12-2024 | |||
| Eigen vermogen | 51.063 | 42.489 | ||
| Voorzieningen | 5.807 | 6.152 | ||
| Kortlopende schulden | 26.494 | 27.225 | ||
| Totaal passiva | 83.364 | 75.866 |
De toelichting bij de balans en staat van baten en lasten maakt integraal onderdeel uit van de jaarrekening 2025.
Staat van baten en lasten over 2025
x € 1.000
| Baten | |||
| 2025 | Begroting | 2024 | |
| Rijksbijdragen | 182.013 | 171.852 | 171.635 |
| Overige overheidsbijdragen en -subsidies | 5.680 | 4.205 | 4.998 |
| Baten werk in opdracht van derden | 0 | 0 | 0 |
| Overige baten | 7.422 | 4.120 | 6.440 |
| Totaal baten | 195.115 | 180.177 | 183.073 |
| Lasten | |||
| 2025 | Begroting | 2024 | |
| Personeelslasten | 150.909 | 150.326 | 150.177 |
| Afschrijvingen | 7.098 | 7.433 | 7.050 |
| Huisvestingslasten | 10.917 | 10.611 | 10.219 |
| Overige lasten | 17.912 | 14.970 | 17.012 |
| Totaal lasten | 186.836 | 183.340 | 184.458 |
| Saldo baten en lasten | 8.279 | -3.163 | -1.385 |
| Financiële baten en lasten | 295 | 500 | 543 |
| Totaal resultaat | 8.574 | -2.663 | -842 |
| Resultaatbestemming: | |||
| 2025 | Begroting | 2024 | |
| Resultaat boekjaar | 8.574 | -2.663 | -842 |
| Onttrekking bestemmingsreserve NPO | 6.019 | 2.935 | 3.383 |
| Onttrekking bestemmingsreserve onderwijsakkoord VO | 561 | 318 | 721 |
| Onttrekking bestemmingsreserve basisvaardigheden | 500 | -500 | |
| Dotatie Algemene reserve | 15.654 | 590 | 2.762 |
De toelichting bij de balans en staat van baten en lasten maakt integraal onderdeel uit van de jaarrekening 2025.
Het resultaat over boekjaar 2025 is € 8,6 miljoen positief. Begroot was € 2,7 miljoen negatief.
De positieve afwijking ten opzichte van de begroting kan onder andere worden verklaard door opname van de vordering inzake de Rijksbijdragen PO uit 2022 (€ 3,4 miljoen), verschil tussen indexatie van de bekostiging en cao-effecten (€ 1,2 miljoen), stijging van het tarief van de werkdrukmiddelen (€ 0,9 miljoen), voordeel op incidentele subsidies die niet volledig besteed zijn (€ 0,9 miljoen), meer groeibekostiging dan begroot (€ 0,7 miljoen), aanvullende Rijksbijdragen (€ 0,8 miljoen), lager uitvallende energielasten (€ 0,6 miljoen), lagere afschrijvingen door later investeren (€ 0,5 miljoen), herijking van het ondersteuningesbureau (€ 0,4 miljoen) en overige kleinere effecten.
Kasstroomoverzicht over 2025
x € 1.000
| 2025 | 2024 | |||
| Kasstroom uit operationele activiteiten | ||||
| Saldo Baten en Lasten | 8.279 | -1.385 | ||
| Aanpassing voor: | ||||
| Afschrijvingen (4.2) | 6.945 | 7.015 | ||
| Boekresultaten afstoting vaste activa (4.2) | 230 | 551 | ||
| Mutaties voorzieningen (2.2) | -345 | 814 | ||
| Verandering in vlottende middelen: | ||||
| Vorderingen (1.2.2) (-/-) | -1.691 | -395 | ||
| Schulden (2.4) | -731 | 3.568 | ||
| Kasstroom uit bedrijfsoperaties | 12.687 | 10.168 | ||
| Ontvangen interest | 513 | 766 | ||
| Betaalde interest (6) (-/-) | 218 | 223 | ||
| 295 | 543 | |||
| Totaal kasstroom uit operationele activiteiten | 12.982 | 10.711 | ||
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | ||||
| Investeringen in MVA (1.1.2) (-/-) | -7.454 | -9.686 | ||
| Desinvesteringen in MVA (1.1.2) | ||||
| Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten | -7.454 | -9.686 | ||
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | ||||
| Nieuw opgenomen leningen | 0 | 0 | ||
| Aflossing langlopende schulden | 0 | 0 | ||
| Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten | 0 | 0 | ||
| Mutatie liquide middelen | 5.528 | 1.025 | ||
| Het verloop van de geldmiddelen is als volgt: | ||||
| Beginstand liquide middelen | 21.823 | 20.798 | ||
| Mutatie liquide middelen | 5.528 | 1.025 | ||
| Eindstand liquide middelen | 27.351 | 21.823 |
De toelichting bij het kasstroomoverzicht maakt integraal onderdeel uit van de jaarrekening 2025.
Toelichting bij de balans en staat van baten en lasten
Grondslagen
Gehanteerde grondslagen bij het opstellen van de jaarrekening
Verslaggevende entiteit
Stichting Openbaar Onderwijs Groningen, gevestigd te Leonard Springerlaan 39, 9727KB Groningen, is een stichting en is ingeschreven in het handelsregister onder nummer 01166995.
Toegepaste standaarden
De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving Onderwijs. De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen. De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s, wat tevens de functionele valuta is van de stichting. Alle financiële informatie in euro’s is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal.
Verslaggevingsperiode
Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2025, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2025.
Continuïteit
Bij de waarderingsgrondslagen wordt uitgegaan van de continuïteit van de organisatie.
Oordeel en schattingen
De opstelling van de jaarrekening vereist dat het bestuur oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft. De volgende waarderingsgrondslagen zijn naar de mening van het bestuur het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereisen schattingen en veronderstellingen:
- materiële vaste activa (afschrijvingstermijnen)
- personele voorzieningen
Segmentatie
Binnen Openbaar Onderwijs Groningen is de administratie ingericht in kostenplaatsen. Elke kostenplaats is toe te wijzen aan één bepaalde onderwijssoort (VO, PO inclusief SO en algemene ondersteuning). De baten en lasten worden verantwoord op de kostenplaats waar zij betrekking op hebben. Gemeenschappelijke baten en lasten worden verdeeld over de verschillende kostenplaatsen.
De segmentatie in de jaarrekening wordt bepaald vanuit deze interne structuur.
Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat
Voor zover niet anders vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen historische kosten. Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen ervan naar de organisatie toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Activa die hier niet aan voldoen worden niet in de balans verwerkt, maar worden aangemerkt als niet in de balans opgenomen activa. Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard gaat met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Onder verplichtingen worden mede voorzieningen begrepen. Verplichtingen die hier niet aan voldoen worden niet in de balans opgenomen, maar worden verantwoord als niet in de balans opgenomen verplichtingen.
Baten worden in de staat van baten en lasten opgenomen wanneer een vermeerdering van het economische potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, voor zover de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaats gevonden, voor zover de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans opgenomen als een transactie niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting. Dergelijke transacties geven evenmin aanleiding tot het verantwoorden van resultaten. Bij de beoordeling of er sprake is van een belangrijke verandering in de economische realiteit wordt uitgegaan van de economische voordelen en risico’s die zich naar waarschijnlijkheid in de praktijk zullen voordoen, en niet van voordelen en risico’s waarvan redelijkerwijze niet te verwachten is dat zij zich voordoen.
Indien een transactie er toe leidt dat (nagenoeg) alle rechten op toekomstige economische voordelen en (nagenoeg) alle risico's met betrekking tot een actief of verplichting aan een derde zijn overgedragen wordt het actief of de verplichting niet langer in de balans opgenomen. Verder worden activa en verplichtingen niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en/of betrouwbaarheid van de waarde. De resultaten van de transactie worden in dat geval direct in de staat van baten en lasten opgenomen, rekening houdend met eventuele voorzieningen die dienen te worden getroffen in samenhang met de transactie.
Indien de weergave van de economische realiteit leidt tot het opnemen van activa waarvan de rechtspersoon niet het juridisch eigendom bezit, wordt dit feit vermeld.
Bij de bepaling van het resultaat is uitgegaan van het baten- en lastenstelsel. Dit betekent dat de opbrengsten en kosten worden toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.
Materiële vaste activa
Materiële vaste activa worden in de balans verwerkt indien het waarschijnlijk is dat de toekomstige prestatie-eenheden met betrekking tot dat actief zullen toekomen aan Openbaar Onderwijs Groningen en de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.
Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen kostprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen, rekening houdend met de restwaarde van het actief. De kostprijs van de genoemde activa bestaat uit de verkrijgingsprijs en overige kosten om de activa op hun plaats en in de staat te krijgen noodzakelijk voor het beoogde gebruik.
Afschrijving vindt jaarlijks lineair plaats op basis van de geschatte gebruiksduur. Afschrijving start op het moment dat een actief beschikbaar is voor het beoogde gebruik en wordt beëindigd bij buitengebruikstelling of bij afstoting. Buiten gebruik gestelde activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde. Investeringssubsidies worden in mindering gebracht op de kostprijs van de activa waarop de subsidies betrekking hebben.
De afschrijvingstermijnen voor de investeringen zijn in lijn met de waarderingsgrondslagen, rekening houdend met de reeds afgeschreven termijnen. Op terreinen wordt niet afgeschreven.
Bij de aanschaf van aangewezen artikelen in alle categorieën waarvoor wordt voldaan aan het criterium van activeren, geldt een activeringsgrens van € 1.500. Het criterium voor activeren is of er sprake is van een duurzaam goed, dat thuishoort in een van de genoemde rubrieken.
De gemeente Groningen heeft de schoolgebouwen waar Openbaar Onderwijs Groningen in is gehuisvest gefinancierd en om niet overgedragen aan de stichting. Indien de stichting afstand wil doen van een gebouw heeft de gemeente het eerste recht tot koop (economisch claimrecht). Voor een deel van de gebouwen is overdracht niet mogelijk of wenselijk, bijvoorbeeld omdat meerdere gebruikers in het pand zijn gehuisvest. In deze gevallen worden de gebouwen van de gemeente gehuurd. Het gebouw waar het ondersteuningsbureau in gehuisvest is, wordt gehuurd van een derde partij.
Groot onderhoud wordt geactiveerd met toepassing van de componentenbenadering. Bij eerste ingebruikname worden de afzonderlijke componenten gesplitst verwerkt in de juiste afschrijvingscategorie.
De levensduur van de materiële vaste activa waarop de afschrijvingen worden gebaseerd is als volgt:
| Gebouwen en terreinen | |
| Casco gebouwen | 40 jaar |
| Daken | 20 jaar |
| Goten en hemelwaterafvoer | 15 jaar |
| Aanpassing gebouwen/renovatie | 20 jaar |
| Buitenterreinen verhard | 20 jaar |
| Zonnepanelen | 20 jaar |
| Zonwering | 10 jaar |
| Installaties lang | 15 jaar |
| Installaties kort | 10 jaar |
| Uren externe projectleiding | 20 jaar |
| Schoolpleininrichting | 10 jaar |
| Schilderwerk | 6 jaar |
| Inventaris en apparatuur | |
| Meubilair | 12 jaar |
| Projectinventaris | 6-7 jaar |
| Leermiddelen PO | 8 jaar |
| Leermiddelen VO | 4 jaar |
| Computers en toebehoren | 5 jaar |
| Digiborden | 10 jaar |
| Laptopkarren | 10 jaar |
Schattingswijziging waardering materiële vaste activa
Jaarlijks vindt een inventarisatie plaats van gebouwen en locaties, alsmede bijbehorende activa, welke niet meer in gebruik zijn of op termijn buiten gebruik worden gesteld. Op basis van deze inventarisatie vindt afwaardering of versnelde afschrijving plaats. Het effect met betrekking tot de huidige periode is verwerkt in de winst-en-verliesrekening; het effect op toekomstige perioden wordt verwerkt in de winst-en-verliesrekening van die toekomstige perioden.
Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa
Voor materiële vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort.
Wanneer de boekwaarde van een actief (of een kasstroomgenererende eenheid) hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Indien sprake is van een bijzonder waardeverminderingsverlies van een kasstroomgenererende eenheid, wordt het verlies allereerst toegerekend aan goodwill die is toegerekend aan de kasstroomgenererende eenheid. Een eventueel restant verlies wordt toegerekend aan de andere activa van de eenheid naar rato van hun boekwaarden.
Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief (of kasstroomgenererende eenheid) geschat.
Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval wordt de boekwaarde van het actief (of kasstroomgenererende eenheid) opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief (of kasstroomgenererende eenheid) zou zijn verantwoord.
Vervreemding van vaste activa
Voor verkoop beschikbare vaste activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde.
Vorderingen en overlopende activa
De grondslagen voor de waardering van vorderingen en effecten zijn beschreven onder het hoofd Financiële instrumenten.
Gezien de korte looptijd van de vorderingen benadert de boekwaarde de waarde in het economisch verkeer. De onder de vorderingen en overlopende activa opgenomen vorderingen hebben een looptijd korter dan een jaar.
Financiële instrumenten
Financiële instrumenten omvatten investeringen in aandelen en obligaties, handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen en overige financieringsverplichtingen, afgeleide financiële instrumenten (derivaten), handelsschulden en overige te betalen posten. In de jaarrekening zijn de volgende categorieën financiële instrumenten opgenomen: handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, handelsschulden en overige te betalen posten.
Financiële activa en financiële verplichtingen worden in de balans opgenomen op het moment dat contractuele rechten of verplichtingen ten aanzien van dat instrument ontstaan. Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen.
Financiële instrumenten worden bij de eerste waardering verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. Indien echter financiële instrumenten bij de vervolgwaardering worden gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de staat van baten en lasten, worden direct toerekenbare transactiekosten bij de eerste waardering direct verwerkt in de staat van baten en lasten.
Na de eerste opname worden financiële instrumenten op de hieronder beschreven manier gewaardeerd.
Financiële instrumenten (en afzonderlijke componenten van financiële instrumenten) worden in de jaarrekening gepresenteerd in overeenstemming met de economische realiteit van de contractuele bepalingen. Presentatie vindt plaats op basis van afzonderlijke componenten van financiële instrumenten als financieel actief, financiële verplichting of als eigen vermogen.
Aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen van vorderingen die door de stichting worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs worden zowel op het niveau van specifieke activa als op collectief niveau in aanmerking genomen. Van afzonderlijk belangrijke vorderingen wordt beoordeeld of deze individueel onderhevig zijn aan bijzondere waardevermindering. Van de overige vorderingen wordt collectief beoordeeld of deze onderhevig zijn aan bijzondere waardevermindering, door vorderingen met vergelijkbare risicokenmerken samen te voegen.
Als in een latere periode de waarde van het actief, onderhevig aan een bijzondere waardevermindering, stijgt en het herstel objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na de opname van het bijzondere waardeverminderingsverlies, wordt het bedrag uit hoofde van het herstel (tot maximaal de oorspronkelijke kostprijs) opgenomen in de staat van baten en lasten.
Bepaling reële waarde
De reële waarde van een financieel instrument is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en van elkaar onafhankelijk zijn.
De reële waarde van niet-beursgenoteerde financiële instrumenten wordt bepaald door de verwachte kasstromen contant te maken tegen een disconteringsvoet die gelijk is aan de geldende risicovrije marktrente voor de resterende looptijd vermeerderd met krediet- en liquiditeitsopslagen.
Verstrekte leningen en overige vorderingen
Verstrekte leningen en overige vorderingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen. De effectieve rente en eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen worden direct in de lasten verwerkt. Aan- en verkopen van financiële activa die tot de categorie verstrekte leningen en overige vorderingen behoren, worden verantwoord op de transactiedatum.
Kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen
Kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode. De effectieve rente wordt direct in de staat van baten en lasten verwerkt.
Salderen
Een financieel actief en een financiële verplichting worden gesaldeerd als de stichting beschikt over een deugdelijk juridisch instrument om het financiële actief en de financiële verplichting gesaldeerd af te wikkelen en de stichting het stellige voornemen heeft om het saldo als zodanig netto of simultaan af te wikkelen. Als sprake is van een overdracht van een financieel actief dat niet voor verwijdering uit de balans in aanmerking komt, wordt het overgedragen actief en de daarmee samenhangende verplichting niet gesaldeerd.
Liquide middelen
Liquide middelen omvatten kasgelden, tegoeden op bank- en girorekeningen en wissels en cheques. De liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. De liquide middelen staan ter vrije beschikking aan de organisatie. Openbaar Onderwijs Groningen kan gebruik maken van de kredietruimte van € 12,9 miljoen die vanuit het Ministerie van Financiën beschikbaar is.
Eigen Vermogen
Het Eigen Vermogen wordt onderscheiden in algemene reserve, bestemmingsreserve publiek en bestemmingsreserve privaat.
De algemene reserve bevat middelen die geen specifieke bestemming kennen en vrij besteedbaar zijn door de instelling. Vanuit het rechtmatigheidsaspect dienen bestedingen ten dienste van het onderwijs plaats te vinden. De reserve muteert afhankelijk van de toevoegingen en onttrekkingen als gevolg van de jaarlijkse verdeling van het exploitatiesaldo. Bestemmingsreserves publiek zijn opgebouwd uit overheidsmiddelen en moeten worden aangewend voor onderwijsdoelstellingen. De bestemmingsreserves zijn reserves met een beperkte bestedingsmogelijkheid, die door het bestuur is aangebracht. Er bestaat echter geen betalingsverplichting.
Voorzieningen
Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer er sprake is van:
• een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting die het gevolg is van een gebeurtenis in het verleden;
• waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt; en
• het waarschijnlijk is dat voor afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen nodig is.
Rechten en verplichtingen voortvloeiend uit eenzelfde overeenkomst worden niet in de balans opgenomen indien en voor zover noch de stichting noch de tegenpartij heeft gepresteerd. Opname in de balans geschiedt wanneer de nog te ontvangen respectievelijk te leveren prestatie en tegenprestatie niet (meer) met elkaar in evenwicht zijn en dit voor Openbaar Onderwijs Groningen nadelige gevolgen heeft.
Indien (een deel van) de uitgaven die noodzakelijk zijn om een voorziening af te wikkelen waarschijnlijk geheel of gedeeltelijk door een derde worden vergoed bij afwikkeling van de voorziening, wordt de vergoeding als afzonderlijk actief gepresenteerd.
Indien de tijdswaarde van geld materieel is en de periode waarover de uitgaven contant worden gemaakt meer dan een jaar is, worden voorzieningen gewaardeerd tegen de contante waarde van de beste schatting van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen en verliezen af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde indien de tijdswaarde van het geld niet materieel is of de periode waarover de uitgaven contant worden gemaakt maximaal een jaar is.
Dotaties aan de voorzieningen lopen via de staat van baten en lasten. Uitgaven in verband met het doel waarvoor de voorziening is gevormd gaan ten laste van de voorziening. Vrijval ten gunste van de exploitatie vindt plaats als blijkt dat de voorziening (deels) niet meer nodig is voor zijn oorspronkelijke doel.
De voorziening sociaal beleid, reorganisaties en overig rechtspositioneel houdt verband met de geschatte kosten van afvloeiing van een aantal medewerkers op verschillende afdelingen binnen Openbaar Onderwijs Groningen. De waardering vindt plaats op basis van de contante waarde van de verwachte kosten.
De voorziening verlofsparen en sabbatical leave omvat de voorziening spaarverlof en de voorziening duurzame inzetbaarheid.
De voorziening spaarverlof betreft een voorziening voor medewerkers die deelnemen aan de spaarverlofregeling. De berekening is gebaseerd op de loonkosten voor deze medewerkers en de omvang van het opgebouwde spaarverlof. De waardering vindt plaats op basis van de contante waarde van de loonkosten van het totale spaarverlof.
De voorziening duurzame inzetbaarheid betreft een voorziening voor medewerkers werkzaam in het VO die hebben aangegeven hun persoonlijk budget-uren te willen sparen. Sinds 1 juli 2023 kan er niet meer worden gespaard en wordt er nog alleen opgenomen waarmee de voorziening afneemt.
De jubileumvoorziening betreft een voorziening voor toekomstige jubileumuitkeringen. De voorziening betreft het geschatte bedrag van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. De voorziening wordt gewaardeerd tegen contante waarde.
De voorziening werkloosheidsuitkeringen betreft een voorziening voor toekomstige (boven-)wettelijke WW-uitkeringen. Dit betreft oud-medewerkers die ultimo 2025 recht hebben op een WW-uitkering, voor dat deel dat voor rekening van de stichting komt.
Voor de inschatting van de WW-uitkeringstermijn is rekening gehouden met de historie van de betreffende uitkeringsgerechtigden.
De voorziening tijdelijke contracten betreft een voorziening voor de toekomstige WW-rechten en transitievergoedingen van tijdelijk personeel.
De voorziening langdurig zieken betreft de voorziening voor de loonkosten voor zieke medewerkers waarvan verwacht wordt dat zij instromen in de WIA/WGA of ziek uit dienst gaan, tot het moment van uitdiensttreding, alsmede de verwachte transitievergoedingen bij uitstroom.
Kortlopende schulden en overlopende passiva
De waardering van kortlopende schulden is toegelicht onder het hoofd Financiële instrumenten.
Overlopende passiva betreffen vooruitontvangen bedragen (waaronder geoormerkte subsidies) en nog te betalen bedragen ter zake van lasten die aan een verstreken periode zijn toegekend. Van de bedragen die voor meerdere jaren beschikbaar zijn gesteld, wordt het nog niet bestede gedeelte op deze post aangehouden. Vrijval ten gunste van de staat van baten en lasten geschiedt naar rato van de besteding.
Gezien de korte looptijd van de kortlopende schulden benadert de boekwaarde de waarde in het economisch verkeer. De onder de kortlopende schulden en overlopende passiva opgenomen verplichtingen hebben een looptijd korter dan een jaar.
Leasing
Openbaar Onderwijs Groningen kan financiële en operationele leasecontracten afsluiten. Een leaseovereenkomst waarbij de voor- en nadelen verbonden aan het eigendom van het leaseobject geheel of nagenoeg geheel door de lessee worden gedragen, wordt aangemerkt als een financiële lease. Alle andere leaseovereenkomsten classificeren als operationele leases. Bij de leaseclassificatie is de economische realiteit van de transactie bepalend en niet zozeer de juridische vorm. Classificatie van de lease vindt plaats op het tijdstip van het aangaan van de betreffende leaseovereenkomst.
Operationele leases
Als Openbaar Onderwijs Groningen optreedt als lessee in een operationele lease, wordt het leaseobject niet geactiveerd. Leasebetalingen inzake operationele leases worden lineair over de leaseperiode ten laste respectievelijk ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht, tenzij een andere toerekeningssystematiek meer representatief is voor het patroon van de met het leaseobject te verkrijgen voordelen.
Rijksbijdragen, overige overheidsbijdragen en –subsidies
De Rijksbijdragen bestaan uit bekostiging en subsidies. De bekostiging en niet-geoormerkte subsidies worden volledig verantwoord in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft. Geoormerkte subsidies worden naar rato van de verrichte werkzaamheden als baten verantwoord.
Overige overheidsbijdragen en -subsidies worden aanvankelijk in de balans opgenomen als vooruitontvangen baten, zodra er redelijke zekerheid bestaat dat zij zullen worden ontvangen en dat er voldaan zal worden aan de daaraan verbonden voorwaarden. Subsidies ter compensatie van gemaakte kosten worden systematisch als opbrengsten in de staat van baten en lasten opgenomen in dezelfde periode als die waarin de kosten worden gemaakt. Subsidies met betrekking tot investeringen in materiële vaste activa worden in mindering gebracht op het desbetreffende actief en als onderdeel van de afschrijvingen verwerkt in de staat van baten en lasten.
De bijdragen van de gemeenten in huisvestingsprojecten en de bijbehorende lasten worden niet apart weergegeven in de staat van baten en lasten maar lopen via de balans.
Baten werk in opdracht van derden
Opbrengsten van werk in opdracht van derden worden in de staat van baten en lasten als baten opgenomen voor een bedrag gelijk aan de kosten als vaststaat dat deze kosten declarabel zijn. Een eventueel positief resultaat wordt genomen naar rato van het stadium van voltooiing van de transactie op verslagdatum (de zogeheten percentage-of-completionmethode). Het stadium van voltooiing wordt bepaald aan de hand van beoordelingen van de verrichte werkzaamheden. Voor een eventueel verwacht negatief resultaat wordt een voorziening getroffen. Zodra een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van het resultaat van een onderhanden project, worden de projectopbrengsten en -kosten als opbrengsten en kosten in de staat van baten en lasten verwerkt naar rato van de verrichte prestaties per balansdatum.
Overige baten
Overige baten bestaan uit baten uit verhuur en detachering en overige baten. Opbrengsten uit hoofde van verleende diensten worden in de staat van baten en lasten als baten opgenomen naar rato van het stadium van voltooiing van de transactie op verslagdatum. Het stadium van voltooiing wordt bepaald aan de hand van de tot dat moment gemaakte kosten in verhouding tot de geschatte kosten van de totaal te verrichten dienstverlening.
Personeelsbeloningen
De beloningen van het personeel worden als last in de staat van baten en lasten verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door de stichting.
Voor de beloningen met opbouw van rechten worden de verwachte lasten gedurende het dienstverband in aanmerking genomen. Ontvangen bijdragen voortvloeiend uit levensloopregelingen worden in aanmerking genomen in de periode waarover deze bijdragen zijn verschuldigd. Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht.
Indien een beloning wordt betaald, waarbij geen rechten worden opgebouwd (bijvoorbeeld doorbetaling in geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid) worden de verwachte lasten verantwoord in de periode waarover deze beloning is verschuldigd. Voor op balansdatum bestaande verplichtingen tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen (inclusief ontslagvergoedingen) aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid wordt een voorziening opgenomen.
De verantwoorde verplichting betreft de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichting op balansdatum af te wikkelen. De beste schatting is gebaseerd op contractuele afspraken met personeelsleden (CAO en individuele arbeidsovereenkomsten). Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht.
Pensioenen
Voor de medewerkers is een pensioenregeling getroffen die kwalificeert als een toegezegde pensioenregeling. Deze pensioenregeling is ondergebracht bij een bedrijfstakpensioenfonds (ABP) en wordt in de jaarrekening verwerkt als toegezegde verplichtingenbenadering. Uitgangspunt is dat de in de verslagperiode te verwerken pensioenlast gelijk is aan de over die periode aan het pensioenfonds verschuldigde pensioenpremies. Voor zover de verschuldigde premies op balansdatum nog niet zijn voldaan, wordt hiervoor een verplichting opgenomen. Als de op balansdatum reeds betaalde premies de verschuldigde premies overtreffen, wordt een overlopende actiefpost opgenomen voor zover sprake is van een terugbetaling voor het fonds of van verrekening met in de toekomst verschuldigde premies.
Eind 2025 was de dekkingsgraad van ABP 123,5%. Dit is een stijging van 11,6 procentpunt ten opzichte van ultimo 2024 (111,9%).
De beleidsdekkingsgraad op basis van een 12-maands gemiddelde was 118,3% ultimo december 2025 (2024: 113,1%).
Omdat de beleidsdekkingsgraad op 31 december 2024 lager was dan de vereiste dekkingsgraad van 126,3%, heeft ABP de opdracht gekregen een herstelplan te berekenen. De berekening van het herstelplan moet laten zien of ABP binnen 10 jaar (vanaf eind 2024) de vereiste dekkingsgraad haalt. Volgens de doorrekening van het herstelplan kan het vereiste niveau van 126,3% worden bereikt wanneer in de berekening geen verhoging van de pensioenen wordt meegenomen. Jaarlijks beoordeelt ABP of de pensioenen verhoogd kunnen worden. Per 1 januari 2026 zijn de pensioenen met 2,84% verhoogd.
Ontslagvergoedingen
Ontslagvergoedingen zijn vergoedingen die worden toegekend in ruil voor de beëindiging van het dienstverband. Een uitkering als gevolg van ontslag wordt als verplichting en als last verwerkt als Openbaar Onderwijs Groningen zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van een ontslagvergoeding. Als het ontslag onderdeel is van een reorganisatie, worden de kosten van de ontslagvergoeding opgenomen in een reorganisatievoorziening.
Ontslagvergoedingen worden gewaardeerd met inachtneming van de aard van de vergoeding. Als de ontslagvergoeding een verbetering is van de beloningen na afloop van het dienstverband, vindt waardering plaats volgens dezelfde grondslagen die worden toegepast voor pensioenregelingen. Andere ontslagvergoedingen worden gewaardeerd op basis van de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichting af te wikkelen.
Huisvestings- en Overige lasten
De bijdragen van de gemeenten in huisvestingsprojecten en de bijbehorende lasten worden niet apart weergegeven in de staat van baten en lasten maar lopen via de balans.
Kasstroomoverzicht
De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen en beleggingen die zonder beperkingen en zonder materieel risico van waardeverminderingen als gevolg van de transacties kunnen worden omgezet in geldmiddelen. Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. Bij gebruik van de indirecte methode wordt de kasstroom uit de operationele activiteiten afgeleid uit het resultaat. Het resultaat waar het kasstroomoverzicht van uitgaat, wordt aangepast aan de volgende posten:
- Mutaties in voorraden en operationele vorderingen en schulden, waaronder handelsdebiteuren en handelscrediteuren, voorzieningen en overlopende posten, maar geen investeringscrediteuren;
- Resultaatposten die geen kasstroom tot gevolg hebben in dezelfde periode;
- Resultaatposten waarvan de ontvangsten en uitgaven niet classificeren als operationele activiteiten, maar als investerings- of financieringsactiviteiten.
Verbonden Partijen
Transacties met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Van deze transacties wordt de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht toegelicht.
Gebeurtenissen na balansdatum
Gebeurtenissen die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en die blijken tot aan de datum van het opmaken van de jaarrekening worden verwerkt in de jaarrekening.
Gebeurtenissen die geen nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum worden niet in de jaarrekening verwerkt. Als dergelijke gebeurtenissen van belang zijn voor de oordeelsvorming van de gebruikers van de jaarrekening, worden de aard en de geschatte financiële gevolgen ervan toegelicht in de jaarrekening.
Activa
Vaste activa
Materiële vaste activa (x € 1.000)
| Aanschafwaarde | Cumulatieve afschrijvingen | Boekwaarde | Investeringen | Desinvesteringen aanschafwaarde | Desinvesteringen cum.afschr. | Afschrijvingen | Aanschafwaarde | Cumulatieve afschrijvingen | Boekwaarde | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1-1-2025 | 1-1-2025 | 1-1-2025 | 31-12-2025 | 31-12-2025 | 31-12-2025 | |||||
| Gebouwen en terreinen | 51.000 | 18.990 | 32.010 | 4.250 | 811 | 793 | 2.773 | 54.439 | 20.970 | 33.469 |
| Inventaris en apparatuur | 42.736 | 27.136 | 15.601 | 3.203 | 3.105 | 2.894 | 4.172 | 42.834 | 28.414 | 14.420 |
| Materiële vaste activa | 93.736 | 46.126 | 47.610 | 7.454 | 3.916 | 3.686 | 6.945 | 97.273 | 49.384 | 47.889 |
De materiële vaste activa van Openbaar Onderwijs Groningen bestaan uit eigen investeringen in gebouwen, inventaris, apparatuur en leermiddelen.
De post gebouwen en terreinen bestaat voornamelijk uit investeringen en verbouwingen in de scholen. Alle planmatig onderhoud wordt geactiveerd volgens de componentenmethode. De post inventaris en apparatuur betreft de reguliere investeringen in het onderwijs, inclusief de leermiddelen.
In 2025 heeft een inventarisatie plaatsgevonden van reeds volledig afgeschreven activa en de mate waarin deze nog in gebruik zijn. Als gevolg hiervan is een correctie op de cumulatieve aanschaf- en afschrijvingswaarde doorgevoerd van € 2,4 miljoen (boekwaarde nihil).
In 2025 heeft een afwaardering plaatsgevonden van alle leermiddelen en inventaris met een aanschafwaarde lager dan € 1.000. De reden hiervoor is dat de aanschafwaarde van deze activa onder de activeringsgrens ligt. De totale boekwaarde hiervan bedroeg € 0,1 miljoen.
Vlottende activa
Vorderingen (x € 1.000)
| 31-12-2025 | 31-12-2024 | |
|---|---|---|
| Debiteuren algemeen | 2.028 | 1.788 |
| Vorderingen op OCW | 3.479 | 170 |
| Overige overheden | 817 | 1.858 |
| Overige vorderingen | 990 | 804 |
| Vooruitbetaalde kosten | 810 | 1.813 |
| Vorderingen | 8.124 | 6.433 |
De vorderingen op debiteuren bevatten met name vorderingen uit hoofde van verhuur van ruimten, detachering en verrekening van leerlingen. Het overgrote deel van deze vorderingen is na balansdatum door de debiteuren voldaan.
De vordering op het ministerie van OCW betreft met name de vordering aangaande de bekostiging 2022 van het primair onderwijs, als resultaat van de aangespannen rechtszaak. De vordering uit 2022 wordt in de volgende paragraaf toegelicht.
De vorderingen op overige overheden betreffen vorderingen op de gemeente Groningen inzake subsidies voor met name huisvestingsprojecten. Deze zijn lager dan in 2024 doordat een groot deel van de openstaande vorderingen op de gemeente zijn afgewikkeld in 2025.
De vooruitbetaalde kosten betreffen kosten die betaald zijn in 2025 maar (deels) betrekking hebben op 2026 of later. Deze post is gedaald ten opzichte van 2024 doordat in 2024 enkele grote facturen met betrekking tot 2025 al vooruitontvangen en betaald waren, terwijl dit in 2025 niet het geval was.
Alle vorderingen hebben een verwachte looptijd van korter dan een jaar.
Vordering OCW naar aanleiding van de bekostiging 2022
Per 1 januari 2023 is de bekostiging van het primair onderwijs na wetswijziging vereenvoudigd. Daarmee is de bekostigingssystematiek gewijzigd.
Bij de overgang van de oude naar de nieuwe bekostigingssystematiek zijn schoolbesturen door de regelgeving en besluitvorming van de minister met een groot materieel probleem geconfronteerd. Waar de schoolbesturen in een (school)jaar normaal gesproken 100% aan bekostiging ontvangen, is dat in de overgang naar de nieuwe bekostigingssystematiek circa 93% voor het schooljaar 2022-2023.
Schoolbesturen in het primair onderwijs werden daardoor in de periode augustus tot en met december 2022 door de minister met circa 7% gekort op hun bekostiging. Dit komt voor ons schoolbestuur neer op € 2,8 miljoen.
De minister stelt zich op het standpunt dat dit materieel grote probleem voor het schoolbestuur slechts “een boekhoud-technische correctie" is "aangezien de totale bekostiging van het Rijk naar scholen niet wijzigt door de vereenvoudiging”. De overgang van een oude naar een nieuwe bekostigingssystematiek is echter niet louter een papieren exercitie; de keuzes die daarbij worden gemaakt hebben werkelijk een negatief effect op het onderwijsproces. De keuze van de minister om de schoolbesturen in 2022 fors minder bekostiging toe te kennen heeft reële consequenties. Voor Openbaar Onderwijs Groningen geldt dat het eigen vermogen en de liquiditeit onder druk kunnen komen te staan.
Openbaar Onderwijs Groningen heeft met 221 andere schoolbesturen, juridisch begeleid door advocatenkantoor Stibbe en gecoördineerd vanuit de PO-Raad, gezamenlijk bezwaar gemaakt tegen de beschikkingen voor de laatste vijf maanden van 2022. Dit bezwaar is op 30 november 2022 door de minister ongegrond verklaard. De financiële belangen en de relevante juridische vragen naar aanleiding van de beslissing op bezwaar van de minister zijn het volgens Openbaar Onderwijs Groningen waard om de kwestie aan een onafhankelijke partij, zijnde de bestuursrechter, voor te leggen. Daarom heeft Openbaar Onderwijs Groningen gezamenlijk met 221 andere schoolorganisaties beroep bij de rechtbank Midden-Nederland ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de minister.
De rechtbank heeft op 21 juni 2024 het beroep van 222 schoolorganisaties gegrond verklaard. Zij zijn onderwijsbekostiging misgelopen in de overgangsperiode (augustus – december 2022) voorafgaand aan de vereenvoudiging van de bekostiging in het primair onderwijs. De rechtbank gaf de schoolbesturen gelijk en oordeelde dat de staatssecretaris het tekort moet aanvullen. De staatssecretaris is tegen die uitspraak in hoger beroep gegaan. In september 2025 vond de zitting plaats. Op 25 maart 2026 is het hoger beroep van de staatssecretaris door de Raad van State ongegrond verklaard, is de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd en zijn de schoolbesturen in het gelijk gesteld.
Omdat de uitspraak definitief is, de vordering betrekking heeft op bekostiging uit het verleden en de vordering in het verleden opgenomen was onder de Niet in de balans opgenomen rechten, is de vordering ultimo 2025 opgenomen op de balans en als bate toegevoegd aan het resultaat van 2025.
De waarde van deze vordering inclusief rente is naar schatting € 3,4 miljoen.
Liquide middelen (x € 1.000)
| 31-12-2025 | 31-12-2024 | |
|---|---|---|
| Kasmiddelen | 7 | 6 |
| Tegoeden op bankrekeningen | 145 | 138 |
| Rekening courant tegoed Schatkistbankieren | 27.199 | 21.679 |
| Liquide middelen | 27.351 | 21.823 |
De hoogte van de liquide middelen wordt beïnvloed door de ontvangst van verschillende subsidies die in de komende jaren nog worden uitgegeven.
Openbaar Onderwijs Groningen maakt gebruik van schatkistbankieren. De hoofdbankrekening wordt aan het einde van de dag afgeroomd naar een rekening courant met het Ministerie van Financiën (zero-balancing). Naast de hoofdbankrekening houden we nog aparte rekeningen aan voor de inning van ouderbijdragen.
Passiva
Eigen vermogen
Eigen vermogen (x € 1.000)
| Stand per | Resultaat | Overige mutaties | Stand per | Stand per | Resultaat | Overige mutaties | Stand per | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1-1-2025 | 31-12-2025 | 1-1-2024 | 31-12-2024 | ||||||
| Algemene reserve | 35.409 | 15.654 | 0 | 51.063 | 32.647 | 2.762 | 0 | 35.409 | |
| Bestemmingsreserves publiek | 7.080 | -7.080 | 0 | 0 | 0 | 10.684 | -3.604 | 0 | 7.080 |
| Eigen vermogen | 42.489 | 8.574 | 0 | 51.063 | 0 | 43.331 | -842 | 0 | 42.489 |
Uitsplitsing:
| Stand per | Resultaat | Overige mutaties | Stand per | Stand per | Resultaat | Overige mutaties | Stand per | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1-1-2025 | 31-12-2025 | 1-1-2024 | 31-12-2024 | ||||||
| Bestemmingsreserve NPO | 6.019 | -6.019 | 0 | 0 | 0 | 9.402 | -3.383 | 6.019 | |
| Bestemmingsreserve onderwijsakkoord VO | 561 | -561 | 0 | 0 | 0 | 1.282 | -721 | 561 | |
| Bestemmingsreserve basisvaardigheden | 500 | -500 | 0 | 0 | 0 | 0 | 500 | 500 | |
| Bestemmingsreserves publiek | 7.080 | -7.080 | 0 | 0 | 0 | 10.684 | -3.604 | - | 7.080 |
Ultimo 2025 bedraagt het Eigen Vermogen € 51,1 miljoen. Hiervan is € 3,4 miljoen bestemd voor bepaalde doelen. De overige bestemmingsreserves zijn volledig vrijgevallen in de algemene reserve.
Het jaar is afgesloten met een positief resultaat van € 8,6 miljoen. Voorgesteld wordt om het financieel resultaat over 2025 als volgt te bestemmen:
| Dotatie algemene reserve | 15.654 |
| Onttrekking bestemmingsreserve NPO | -6.019 |
| Onttrekking bestemmingsreserve onderwijsakkoord VO | -561 |
| Onttrekking bestemmingsreserve basisvaardigheden | -500 |
| Totaal resultaat | 8.574 |
De bestemmingsreserve NPO kon worden uitgegeven tot en met 31 juli 2025.
De reserve onderwijsakkoord VO bestond uit werkdrukmiddelen uit het akkoord uit 2022. Deze kon worden uitgegeven tot en met 2025.
In 2024 is een bestemmingsreserve gevormd voor verbetering van basisvaardigheden op de scholen die niet in aanmerking komen voor de subsidie Verbetering Basisvaardigheden. Medio 2025 hebben de laatste scholen de subsidie toegekend gekregen waarmee alle scholen de subsidie nu hebben gehad en de bestemmingsreserve dus niet aangesproken hoeft te worden.
Het eigen vermogen van het onderwijs is bedoeld om de belangrijkste risico’s (vooral leerlingfluctuatie) op te vangen. Voor de hoogte van het eigen vermogen is een bandbreedte vastgelegd. De hoogte en inzet van reserves en voorzieningen is genormeerd in de bestuurlijke uitgangspunten rond de reserves (eigen vermogen) en voorzieningen.
De Inspectie van het Onderwijs hanteert als signaleringswaarde voor het vermogen het normatief eigen vermogen. Dit is het vermogen dat een onderwijsinstelling redelijkerwijs nodig heeft om bezittingen te financieren en risico’s op te vangen. Hiervoor is een rekensystematiek ontwikkeld. Besturen dienen zich te verantwoorden wanneer het eigen vermogen boven deze nieuwe norm uitkomt.
De signaleringswaarde normatief eigen vermogen van Openbaar Onderwijs Groningen bedraagt ultimo 2025 € 58,7 miljoen. Het werkelijke eigen vermogen van Openbaar Onderwijs Groningen (€ 51,1 miljoen) blijft onder deze waarde.
Het vermogensbeleid van Openbaar Onderwijs Groningen stelt dat het vermogen zowel een bufferfunctie als een financieringsfunctie voor de vervanging van activa heeft. De interne norm voor de financieringsfunctie betreft 55% van de vervangingswaarde van de materiële vaste activa. De norm voor de bufferfunctie bedraagt 5,65% van de totale baten. Ultimo 2025 voldoet Openbaar Onderwijs Groningen aan deze normen.
Voorzieningen
Personele voorzieningen (x € 1.000)
| Stand per 01-01-2025 | Dotaties | Onttrekkingen | Vrijval | Stand per 31-12-2025 | Kortlopend deel<1 jaar | Langlopend deel>1 jaar | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Personele voorzieningen | 6.152 | 2.777 | 2.245 | 877 | 5.807 | 2.188 | 3.619 |
| 6.152 | 2.777 | 2.245 | 877 | 5.807 | 2.188 | 3.619 |
Uitsplitsing:
| Stand per 01-01-2025 | Dotaties | Onttrekkingen | Vrijval | Stand per 31-12- | Kortlopend deel<1 jaar | Langlopend deel>1 jaar | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Voorziening sociaal beleid en rechtspositieregelingen | 424 | 29 | 255 | 167 | 31 | 232 | -201 |
| Verlofsparen en sabbatical leave | 2.259 | 228 | 520 | 0 | 1.967 | 31 | 1.936 |
| Jubileumvoorziening | 1.251 | 382 | 208 | 104 | 1.321 | 0 | 1.321 |
| werkloosheidsuitkeringen | 474 | 968 | 332 | 189 | 921 | 611 | 310 |
| tijdelijke contracten | 493 | 275 | 140 | 220 | 408 | 409 | -1 |
| Langdurig zieken | 1.251 | 895 | 790 | 197 | 1.159 | 905 | 254 |
| Personele voorzieningen | 6.152 | 2.777 | 2.245 | 877 | 5.807 | 2.188 | 3.619 |
Voor de berekening van de contante waarde van de voorzieningen is een disconteringsvoet van 1,92% gehanteerd (2024: 2,9%).
De voorziening sociaal beleid, reorganisatie en overige rechtspositionele regelingen betreft enkele medewerkers waar afspraken mee zijn gemaakt over vroegtijdig beëindigen van de arbeidsovereenkomst. De voorziening is gedaald doordat enkele gevallen uit 2024 zijn afgewikkeld.
De voorziening voor verlofsparen en sabbatical leave bestaat uit gespaarde uren vanuit de spaarverlofregeling en de regeling duurzame inzetbaarheid VO. Er worden nog wel uren gespaard uit hoofde van spaarverlof, maar niet meer vanuit duurzame inzetbaarheid. Per saldo daalt het aantal gespaarde uren. Daarnaast is de voorziening geïndexeerd voor salarisstijgingen. Op het spaarsaldo van duurzame inzetbaarheid zit geen maximum. Wel wordt het spaarsaldo na vier jaar in waarde bevroren.
De jubileumvoorziening heeft betrekking op uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband en is grotendeels langlopend. De voorziening betreft het geschatte bedrag van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. De berekening is gebaseerd op rechten vanuit de cao, blijfkans en leeftijd.
De voorziening werkloosheidsuitkeringen heeft betrekking op wachtgelduitkeringen aan medewerkers die uit dienst zijn. Sommige uitkeringsrechten hebben een significante looptijd. Deze voorziening is significant gestegen ten opzichte van 2024 doordat er in 2025 veel tijdelijke contracten, o.a. ingezet op NPO-middelen, zijn beëindigd.
De voorziening tijdelijke contracten heeft betrekking op de werkloosheidskosten die ontstaan na het beëindigen van een tijdelijk contract. Dit betreft zowel de transitievergoeding als de uitkeringslasten. De inschatting is dat circa 50% van de tijdelijke contracten niet wordt verlengd en dat hier gemiddeld 3 maanden uitkeringslasten voor komen en een transitievergoeding welke berekend is volgens de wettelijke rekenregels.
De voorziening langdurig zieken is gevormd voor de loonkosten in de ziekteperiode van langdurig zieke medewerkers waarvan de verwachting is dat zij instromen in de WGA/WIA of ziek uit dienst gaan, inclusief eventuele transitievergoedingen voor medewerkers waarvan de verwachting is dat zij ziek uit dienst gaan. Een deel van deze vergoeding kan worden teruggevorderd bij het UWV. Aangezien voor deze compensatie op balansdatum nog geen toekenning is verkregen vanuit het UWV is hier uit voorzichtigheid geen vordering voor opgenomen in de jaarrekening. Ook loopt deze regeling nog maar tot 1 januari 2027 waardoor de kans groot is dat voor de meeste gevallen geen compensatie meer wordt ontvangen.
Kortlopende schulden
Kortlopende schulden (x € 1.000)
| 31-12-2025 | 31-12-2024 | |
|---|---|---|
| Schulden aan gemeenten | 1.236 | 2.546 |
| Crediteuren | 1.696 | 3.386 |
| Belastingen en premies sociale verzekeringen | 7.281 | 6.734 |
| Pensioenen | 1.876 | 1.919 |
| Overige kortlopende schulden | 3.505 | 4.102 |
| Vooruit ontvangen subsidies OCW | 5.197 | 3.489 |
| Vakantiegeld en vakantiedagen | 4.653 | 4.540 |
| Overige overlopende passiva | 1.050 | 509 |
| Kortlopende schulden | 26.494 | 27.225 |
De kortlopende schulden hebben naar verwachting een looptijd korter dan een jaar. De boekwaarde van de opgenomen schulden benadert de reële waarde ervan, gegeven het kortlopende karakter.
De schulden aan de belastingdienst, ABP en het UWV voor de pensioenen, sociale premies en loonbelasting hebben betrekking op de salarissen van december en de BTW-aangifte over het vierde kwartaal.
De vooruitontvangen subsidies OCW betreffen specifieke geoormerkte subsidies welke zijn ontvangen in 2025 maar nog niet volledig zijn uitgegeven. De besteding van deze subsidies vindt plaats in het kalenderjaar 2026 en verder. Hierin zijn ultimo 2025 onder andere de subsidie Verbetering basisvaardigheden (€ 2,4 miljoen), Digitale school (€ 0,7 miljoen) en Techkwadraat (€ 0,5 miljoen) opgenomen.
De overige overlopende passiva bevatten onder andere vooruitontvangen ouderbijdragen voor activiteiten in 2026 en verder.
Financiële instrumenten
Algemeen
Openbaar Onderwijs Groningen maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van financiële instrumenten die de stichting in enige mate kunnen blootstellen aan valutarisico, rente- en kasstroomrisico, reële-waarderisico, marktrisico, kredietrisico en liquiditeitsrisico. In de jaarrekening zijn de volgende categorieën financiële instrumenten opgenomen: debiteuren, crediteuren (financiële activa en financiële verplichtingen), geldmiddelen, overige vorderingen en overige financiële verplichtingen.
Kredietrisico
Openbaar Onderwijs Groningen loopt kredietrisico over vorderingen opgenomen onder debiteuren en overige vorderingen. Het maximale kredietrisico dat de stichting loopt bedraagt de boekwaarde van deze financiële instrumenten. De blootstelling aan kredietrisico van de stichting wordt hoofdzakelijk bepaald door de individuele kenmerken van de afzonderlijke debiteuren. De vorderingen uit hoofde van debiteuren betreffen hoofdzakelijk verrekeningen aangaande inzet personeel en in- en uitstroom van leerlingen. De overige vorderingen bestaan hoofdzakelijk uit vorderingen op overheden. Het kredietrisico van deze partijen is zeer gering.
Renterisico's en kasstroomrisico
Er is geen sprake van langlopende financieringen met variabel rentende leningen. De overige kortlopende vorderingen en schulden zijn niet rentedragend of het rente-effect is van verwaarloosbare betekenis. De stichting loopt hiervoor een beperkt renterisico over de vorderingen en schulden.
Liquiditeitsrisico
De stichting bewaakt haar liquiditeitspositie door middel van opvolgende liquiditeitsbegrotingen. Er wordt op toegezien dat voor de stichting steeds voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen.
Jaarlijks wordt een liquiditeitsbegroting en een meerjaren liquiditeitsraming opgesteld. De liquiditeitsbegroting wordt periodiek geactualiseerd aan de hand van de werkelijke cijfers. De liquiditeitsbegroting laat het beeld zien van de liquiditeiten gedurende het kalenderjaar en is de monitor voor het verloop van de geldmiddelen (liquiditeit) gedurende het kalenderjaar.
Openbaar Onderwijs Groningen heeft een rekeningcourant faciliteit bij het Ministerie van Financiën (schatkistbankieren). Op basis van de huidige liquiditeitsbegroting is de verwachting dat geen gebruik hoeft te worden gemaakt van de faciliteit.
Reële waarde
De reële waarde van in de balans opgenomen financiële instrumenten verantwoord onder kasmiddelen, kortlopende vorderingen en kortlopende schulden benadert de boekwaarde daarvan. Er zijn geen indicaties dat de marktwaarde lager is dan de boekwaarde van de betreffende posten.
Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen
Niet in de balans opgenomen verplichtingen
| < 1 jaar | 1 - 5 jaar | > 5 jaar | |
| Schoonmaak | 3.456 | 6.912 | - |
| WGA/ERD verzekering | 779 | - | - |
| Lease reprografie | 230 | 288 | - |
| Accountancydiensten | 94 | - | - |
| Internetdiensten | 352 | - | - |
| Huur gebouwen | 241 | 913 | 518 |
| Groenonderhoud | 162 | - | - |
| Arbodienstverlening | 444 | 1.776 | 444 |
| Arbeidsongeschiktheidsverzekering | 673 | 1.346 | - |
| Leerlingvolgsysteem PO | 8 | - | - |
| Leerlingvolgsysteem VO | 260 | 671 | - |
| Personeels- en salarisadministratiesysteem | 306 | - | - |
| Totaal verplichtingen | 7.004 | 11.904 | 962 |
De niet in de balans opgenomen verplichtingen zijn langlopende overeenkomsten met een contractuele waarde waaruit één of meerdere verplichtingen voortvloeien. Bovenstaand zijn de contractuele bedragen weergegeven voor de looptijd tot eerstvolgende vervaldatum, onderverdeeld naar kort (resterende looptijd korter dan 1 jaar), middellang (1 tot en met 5 jaar) en lang (langer dan 5 jaar).
Baten
Rijksbijdragen
x € 1.000
| 2025 | begroting | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Rijksbijdragen OCW | 158.902 | 152.142 | 149.515 |
| Overige subsidies OCW | 12.511 | 9.456 | 11.624 |
| Inkomensoverdracht van Rijksbijdragen | 10.600 | 10.254 | 10.496 |
| Rijksbijdragen | 182.013 | 171.852 | 171.635 |
Uitsplitsing:
| 2025 | begroting | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Rijksbijdrage OCW | 158.902 | 152.142 | 149.515 |
| Rijksbijdragen OCW | 158.902 | 152.142 | 149.515 |
| Overige subsidies OCW | |||
| Geoormerkte subsidies | 4.612 | 2.665 | 3.572 |
| Niet-geoormerkte subsidies | 7.899 | 6.791 | 8.052 |
| Overige subsidies OCW | 12.511 | 9.456 | 11.624 |
De totale Rijksbijdragen zijn in 2025 € 9,4 miljoen hoger dan in 2024. Dit komt met name door de extra Rijksbekostiging PO uit 2022, de indexatie van de Rijksbekostiging PO en VO (referentieruimte) en de inzet van geoormerkte subsidies.
De Rijksbijdragen zijn € 10,1 miljoen hoger dan begroot. Dit is met name te verklaren door de extra bekostiging 2022 (€ 3,4 miljoen), meer indexatie van de bekostiging dan begroot (€ 2,4 miljoen), meer nieuwkomers VO dan begroot (€ 0,4 miljoen), meer groeibekostiging dan begroot (€ 0,7 miljoen) en meer inzet van geoormerkte subsidies dan begroot (€ 1,5 miljoen), waaronder basisvaardigheden.
Overige overheidsbijdragen
Overige overheidsbijdragen en -subsidies overige overheden (x € 1.000)
| 2025 | begroting | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Overige overheidsbijdragen en -subsidies overige overheden | 5.680 | 4.205 | 4.998 |
| Overige overheidsbijdragen en -subsidies | 5.680 | 4.205 | 4.998 |
Uitsplitsing:
| 2025 | begroting | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Overige gemeentelijke bijdragen en –subsidies | 5.543 | 3.638 | 4.800 |
| Overige overheden | 137 | 567 | 198 |
| Overige overheidsbijdragen en -subsidies overige overheden | 5.680 | 4.205 | 4.998 |
De overige overheidsbijdragen en –subsidies bevatten gemeentelijke subsidies voor maatschappelijke projecten zoals armoedebeleid en verlengde schooldag.
Er zijn in 2025 meer subsidies ontvangen en besteed dan begroot en ook meer dan in 2024. Voor de subsidie Verlengde schooldag is € 0,9 miljoen meer ontvangen in 2025 dan in 2024.
Overige baten
x € 1.000
| 2025 | begroting | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Opbrengst verhuur | 938 | 611 | 881 |
| Detachering personeel | 277 | 216 | 315 |
| Ouderbijdragen | 2.000 | 1.656 | 1.626 |
| Opbrengst catering | 135 | 138 | 148 |
| Overige | 4.072 | 1.499 | 3.470 |
| Overige baten | 7.422 | 4.120 | 6.440 |
De overige baten zijn hoger dan 2024. Dit komt met name door verschuiving van Rijksbijdragen naar de Onderwijsregio welke hier verantwoord worden (€ 0,6 miljoen). Er is € 1,2 miljoen ontvangen vanuit diverse fondsen (2024: € 0,9 miljoen) om schoolmaaltijden en andere voorzieningen in het kader van armoedebestrijding te verzorgen. Verder worden hier Rijks- en gemeentelijke subsidies verantwoord waarvan een ander bestuur de penvoerder is, waaronder Sterk Techniek Onderwijs en Verlengde Schooldag Hoogkerk.
De overige baten zijn € 3,3 miljoen hoger dan begroot. Dit komt met name door € 1,2 miljoen inkomsten voor armoedebestrijding vanuit het Jeugdeducatiefonds en € 0,5 miljoen overige subsidies die niet waren begroot omdat de omvang lastig in te schatten is. Hier staan lasten van gelijke omvang tegenover.
Daarnaast bevat deze post de ouderbijdragen die € 0,3 miljoen hoger zijn dan begroot. Ook hier staan lasten tegenover. Ook zijn de verhuuropbrengsten onderdeel van deze post. Deze zijn € 0,3 miljoen hoger dan begroot doordat er meer ruimten worden verhuurd.
Lasten
Personeelslasten
x € 1.000
| 2025 | begroting | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten | 146.002 | 143.277 | 143.067 |
| Overige personele lasten | 7.194 | 7.031 | 9.070 |
| Ontvangen vergoedingen | -2.287 | 18 | -1.960 |
| Personeelslasten | 150.909 | 150.326 | 150.177 |
De totale personeelslasten zijn € 0,7 miljoen hoger dan 2024. Dit komt met name door een CAO-stijging per 1 oktober 2024 en 1 november 2025 en een vrijval in de personele voorzieningen.
De totale personeelslasten zijn € 0,6 miljoen hoger dan begroot. Dit komt met name door de CAO-stijging per 1 november 2025 en vervanging van zwangerschapsverloven.
De ontvangen vergoedingen betreffen vergoedingen voor zwangerschaps- en ziekteverlof. Deze kunnen vanwege de onvoorspelbaarheid niet worden begroot. Deze vergoedingen zijn ter dekking van de vervangingskosten.
Uitsplitsing:
| 2025 | begroting | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Lonen en salarissen | 113.491 | 111.812 | 111.648 |
| Sociale lasten | 16.209 | 14.884 | 14.862 |
| Premies Participatiefonds | 377 | 722 | 721 |
| Pensioenlasten | 15.924 | 15.859 | 15.836 |
| Lonen en salarissen | 146.002 | 143.277 | 143.067 |
| Mutaties personele voorzieningen | -564 | 79 | 671 |
| Lasten personeel niet in loondienst | 2.114 | 1.031 | 2.005 |
| Overig | 5.644 | 5.921 | 6.394 |
| Overige personele lasten | 7.194 | 7.031 | 9.070 |
De lonen en salarissen zijn gestegen met € 1,8 miljoen ten opzichte van 2024 en zijn € 1,7 miljoen hoger dan begroot. Dit kan met name worden verklaard door het effect van de cao-stijgingen per 1 oktober 2024 en 1 november 2025 en een lichte daling van het aantal fte.
De loonstijging is gecompenseerd via de Rijksbekostiging.
De sociale lasten zijn hoger dan in 2024 en begroot door een veranderde werkwijze ten aanzien van de WGA/WIA-premie. Dit komt ook tot uiting in de overige personele lasten.
Over heel 2025 is in totaal gemiddeld netto 1.538 fte (excl. LIO's en exclusief verloven) in dienst geweest. In 2024 was dit in totaal gemiddeld 1.591 fte. Het gemiddeld aantal fte is als volgt verdeeld:
| VO | PO | overig | totaal | |
|---|---|---|---|---|
| - Bestuur / Management | 42 | 33 | 2 | 77 |
| - Personeel primair proces / docerend Personeel | 578 | 466 | - | 1.044 |
| - Ondersteunend personeel / overige medewerkers | 181 | 158 | 78 | 417 |
| 801 | 657 | 80 | 1.538 |
De mutatie in de personele voorzieningen is deels hier verantwoord en deels onder de financiële baten en lasten voor wat betreft de rentecomponent.
De lasten personeel niet in loondienst betreft de inhuur van uitzendkrachten, detacheringen vanuit andere schoolbesturen of instellingen en overige inhuur van arbeidskrachten.
De post Overig bestaat uit:
| 2025 | begroting | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Scholings- en studiekosten | 1.502 | 1.495 | 1.465 |
| Werk door derden | 1.970 | 1.467 | 1.916 |
| Premiekosten WAO/WIA | 0 | 0 | 771 |
| Vergoedingen | 645 | 472 | 659 |
| Arbo, zorg en deskundigheid | 861 | 702 | 768 |
| Juridische kosten | 85 | 150 | 69 |
| Kosten administratief pakket | 0 | 0 | 0 |
| Werving en selectie | 67 | 90 | 99 |
| Overig | 514 | 1.545 | 647 |
| Overig | 5.644 | 5.921 | 6.394 |
De lasten liggen in lijn met 2024 met uitzondering van de premiekosten WGA/WIA. Deze worden vanaf 2025 verwerkt via de sociale lasten in de loonkosten.
Afschrijvingen
Afschrijvingen materiele vaste activa (x € 1.000)
| 2025 | begroting | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Afschrijvingen materiele vaste activa | 7.098 | 7.433 | 7.050 |
| Afschrijvingen | 7.098 | 7.433 | 7.050 |
Uitsplitsing:
| 2025 | begroting | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Gebouwen en terreinen | 2.773 | 2.991 | 2.425 | |
| Inventaris en apparatuur | 4.172 | 4.441 | 4.078 | |
| Boekresultaat activa | 153 | 1 | 547 | |
| Afschrijvingen materiele vaste activa | 7.098 | 7.433 | 7.050 |
De afschrijvingslasten liggen in lijn met 2024 maar zijn lager dan begroot. Dit komt met name doordat investeringen later plaatsvinden dan begroot en dus de afschrijvingen later ingaan.
Huisvestingslasten
x € 1.000
| 2025 | begroting | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Huurlasten | 1.803 | 1.592 | 1.892 |
| Onderhoudslasten (klein onderhoud) | 2.207 | 1.755 | 2.107 |
| Energie en water | 2.812 | 3.423 | 2.806 |
| Schoonmaakkosten | 3.656 | 3.372 | 3.028 |
| Belastingen en heffingen ter zake van huisvesting | 203 | 117 | 132 |
| Overige huisvestingslasten | 236 | 352 | 254 |
| Huisvestingslasten | 10.917 | 10.611 | 10.219 |
De gerealiseerde huisvestingslasten zijn € 0,7 miljoen hoger dan in 2024 en liggen in lijn met de begroting.
De energielasten vallen lager uit dan de begroting, mede door een positieve afrekening met betrekking tot 2024 en meevallende kosten 2025. De schoonmaakkosten zijn hoger dan in 2024 als gevolg van hogere kwaliteitseisen en doorwerking van de schoonmaak-cao in het contract met een nieuwe leverancier.
Overige lasten
x € 1.000
| 2025 | begroting | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Administratie en beheer | 1.125 | 1.195 | 1.100 |
| Inventaris en apparatuur | 754 | 645 | 870 |
| Leer- en hulpmiddelen | 7.802 | 7.834 | 7.909 |
| Overige | 8.231 | 5.296 | 7.133 |
| Overige lasten | 17.912 | 14.970 | 17.012 |
De overige lasten zijn € 0,9 miljoen hoger dan in 2024 en € 2,9 miljoen hoger dan begroot. Dit kan worden verklaard door de uitgaven van verschillende subsidies waardoor meer activiteiten zijn uitgevoerd. Omdat de baten en lasten van deze activiteiten elkaar opheffen en lastig te begroten zijn, zijn deze niet of slechts deels begroot.
Accountantshonoraria
| Afier Accountants B.V. | Totaal | Afier Accountants B.V. | Totaal | ||
|---|---|---|---|---|---|
| 2025 | 2025 | 2024 | 2024 | ||
| Onderzoek van de jaarrekening | 113 | 113 | 123 | 123 | |
| Andere controleopdrachten | 30 | 30 | 39 | 38 | |
| Adviesdiensten op fiscaal terrein | 0 | 0 | 2 | 2 | |
| Andere niet-controleopdrachten | 6 | 6 | 20 | 20 | |
| 149 | 149 | 184 | 183 |
De bovenstaande accountantshonoraria zijn ten laste gebracht van het resultaat en betreffen uitsluitend de werkzaamheden uitgevoerd door accountantsorganisaties en onafhankelijke accountants.
De bedragen gerubriceerd onder Afier Accountants B.V. zijn gebaseerd op het contract dat is afgesloten met Afier. De in de tabel vermelde honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening 2025 hebben betrekking op de totale honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening 2025 ongeacht of de werkzaamheden al gedurende het boekjaar 2025 zijn verricht. De kosten met betrekking tot andere controleopdrachten betreffen de controle op de bekostigingsgegevens. De niet-controleopdrachten betreffen specifieke opdrachten met betrekking tot gemeentelijke subsidies. Deze zijn conform de individuele overeenkomsten per opdracht.
Financiële baten en lasten (x € 1.000)
| 2025 | begroting | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Rentebaten en soortgelijke opbrengsten | 513 | 500 | 766 |
| Rentelasten en soortgelijke lasten | -218 | 0 | -223 |
| Financiële baten en lasten | 295 | 500 | 543 |
De rentebaten betreffen rente op banktegoeden. De rentelasten vloeien voort uit de ophoging van de contante waarde van de voorzieningen als gevolg van een lagere disconteringsvoet.
Model G: Verantwoording subsidies
G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt
| Omschrijving | Toewijzing | De activiteiten zijn ultimo verslagjaar conform de subsidiebeschikking geheel uitgevoerd en afgerond | |
|---|---|---|---|
| Kenmerk | datum | Status* | |
| Subsidie voor studieverlof | 1415192 | 20-08-2024 | Ja |
| Subsidie voor studieverlof | 1415201 | 20-08-2024 | Ja |
| Subsidie voor studieverlof | 1415220 | 20-08-2024 | Ja |
| Subsidie voor studieverlof | 1415103 | 20-08-2024 | Ja |
| Subsidie voor studieverlof | 1415085 | 20-08-2024 | Ja |
| Subsidie voor studieverlof | 1415119 | 20-08-2024 | Ja |
| Subsidie voor studieverlof | 1414955 | 20-08-2024 | Ja |
| Subsidie voor studieverlof | 1414587 | 20-08-2024 | Ja |
| Subsidie voor studieverlof | 1418810 | 22-10-2024 | Ja |
| Subsidie voor studieverlof | 1414891 | 20-08-2024 | Ja |
| Subsidie voor studieverlof | 1447365 | 19-12-2024 | Ja |
| Subsidie voor studieverlof | 1414984 | 20-08-2024 | Ja |
| Subsidie voor studieverlof | 1414923 | 20-08-2024 | Ja |
| Subsidie voor studieverlof | 1474930 | 20-06-2025 | Onderhanden |
| Subsidie voor studieverlof | 1475152 | 20-06-2025 | Onderhanden |
| Subsidie voor studieverlof | 1475089 | 20-06-2025 | Onderhanden |
| Subsidie voor studieverlof | 1475191 | 20-06-2025 | Onderhanden |
| Subsidie voor studieverlof | 1475192 | 20-06-2025 | Onderhanden |
| Subsidie voor studieverlof | 1475076 | 20-06-2025 | Onderhanden |
| Subsidie voor studieverlof | 1474915 | 20-06-2025 | Onderhanden |
| Subsidie voor studieverlof | 1475128 | 20-06-2025 | Onderhanden |
| Subsidie voor studieverlof | 1475121 | 20-06-2025 | Onderhanden |
| Subsidie voor studieverlof | 1474936 | 20-06-2025 | Onderhanden |
| Subsidie voor studieverlof | 1475172 | 20-06-2025 | Onderhanden |
| Subsidie voor studieverlof | 1475122 | 20-06-2025 | Onderhanden |
| Subsidie voor studieverlof | 1475134 | 20-06-2025 | Onderhanden |
| Subsidie voor studieverlof | 1482853 | 22-09-2025 | Onderhanden |
| Subsidie voor studieverlof | 1480916 | 20-08-2025 | Onderhanden |
| Subsidie voor studieverlof | 1480758 | 20-08-2025 | Onderhanden |
| Subsidie voor studieverlof | 1480913 | 20-08-2025 | Onderhanden |
| Subsidie voor studieverlof | 1483812 | 21-10-2025 | Onderhanden |
| Subsidie voor studieverlof | 1483804 | 21-10-2025 | Onderhanden |
| Subsidie zij-instroom | 100008869 | 21-11-2023 | Ja |
| Subsidie zij-instroom | 100008939 | 21-11-2023 | Ja |
| Subsidie zij-instroom | 100008864 | 21-11-2023 | Ja |
| Subsidie zij-instroom | 100008910 | 21-11-2023 | Ja |
| Subsidie zij-instroom | 1373722 | 21-11-2023 | Ja |
| Subsidie zij-instroom | 100018084 | 20-11-2024 | Onderhanden |
| Subsidie zij-instroom | 100021754 | 19-12-2024 | Onderhanden |
| Subsidie zij-instroom | 100029236 | 20-11-2025 | Onderhanden |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV23-PO-0127 | 31-05-2023 | Ja |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV23-PO-0503 | 31-05-2023 | Ja |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV23-PO-3958 | 31-05-2023 | Ja |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV23-PO-1851 | 31-05-2023 | Ja |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV23-PO-5281 | 31-05-2023 | Ja |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV23-PO-3069 | 31-05-2023 | Ja |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV23-PO-3031 | 31-05-2023 | Ja |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV23-VO-0489 | 31-05-2023 | Ja |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV23-VO-4400 | 31-05-2023 | Ja |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV23-VO-3081 | 31-05-2023 | Ja |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV23-VO-5187 | 31-05-2023 | Ja |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV23-VO-0251 | 31-05-2023 | Ja |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV23-VO-3271 | 31-05-2023 | Ja |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV24-PO-0049 | 18-06-2024 | Onderhanden |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV24-PO-0051 | 18-06-2024 | Onderhanden |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV24-PO-0189 | 18-06-2024 | Onderhanden |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV24-PO-0437 | 18-06-2024 | Onderhanden |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV24-VO-1186 | 17-06-2024 | Onderhanden |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV24-PO-1127 | 18-06-2024 | Onderhanden |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV24-VO-1357 | 17-06-2024 | Onderhanden |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV24-PO-2482 | 18-06-2024 | Onderhanden |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV24-PO-3277 | 17-06-2024 | Onderhanden |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV24-PO-3465 | 18-06-2024 | Onderhanden |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV25-VO-0758 | 28-04-2025 | Onderhanden |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV25-VO-1257 | 28-04-2025 | Onderhanden |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV25-VO-0706 | 28-04-2025 | Onderhanden |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV25-VO1561 | 28-04-2025 | Onderhanden |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV25-PO-0574 | 28-04-2025 | Onderhanden |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV25-PO-1622 | 28-04-2025 | Onderhanden |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV25-PO-1765 | 28-04-2025 | Onderhanden |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV25-PO-0807 | 28-04-2025 | Onderhanden |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV25-PO-1577 | 28-04-2025 | Onderhanden |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV25-PO-0849 | 28-04-2025 | Onderhanden |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV25-PO-1276 | 28-04-2025 | Onderhanden |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV25-PO-1278 | 28-04-2025 | Onderhanden |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV25-PO-1274 | 28-04-2025 | Onderhanden |
| Verbetering basisvaardigheden | VBV25-PO-2630 | 28-04-2025 | Onderhanden |
| Praktijkgerichte HAVO | PHAVO24002 | 21-03-2024 | Onderhanden |
| Praktijkgericht vak gemengde en theoretische leerweg | PGLTL240053 | 04-07-2024 | Onderhanden |
| Praktijkgericht vak gemengde en theoretische leerweg | PGLTL240100 | 04-07-2024 | Onderhanden |
| Praktijkgericht vak gemengde en theoretische leerweg | PGLTL240180 | 04-07-2024 | Onderhanden |
| Praktijkgericht vak gemengde en theoretische leerweg | PGLTL240380 | 04-07-2024 | Onderhanden |
| Brugfunctionaris VO | BRF-240673 | 07-05-2024 | Onderhanden |
| Brugfunctionaris VO | BRF-241140 | 07-05-2024 | Onderhanden |
| Brugfunctionaris VO | BRF-242442 | 07-05-2024 | Onderhanden |
| Brugfunctionaris VO | BRF-242930 | 07-05-2024 | Onderhanden |
| Brugfunctionaris VO | BRF-242747 | 07-05-2024 | Onderhanden |
| School en omgeving | RSO-COA24108 | 06-08-2024 | Ja |
| School en omgeving | RSO-24262 | 06-08-2024 | Ja |
| School en omgeving | RSO-24263 | 06-08-2024 | Ja |
| School en omgeving | RSO-24264 | 06-08-2024 | Ja |
| School en omgeving | RSO-COA25630 | 25-06-2025 | Onderhanden |
| School en omgeving | rso-251567 | 25-06-2025 | Onderhanden |
| School en omgeving | rso-251568 | 25-06-2025 | Onderhanden |
| School en omgeving | rso-251570 | 25-06-2025 | Onderhanden |
| Statushouders en de stap naar de klas | SVDK240049 | 07-11-2024 | Ja |
| Statushouders en de stap naar de klas | SVDK250196 | 01-12-2025 | Onderhanden |
| Beproeven examenprogramma's | BEP250002 | 12-05-2025 | Onderhanden |
| Beproeven examenprogramma's | BEP250007 | 12-05-2025 | Onderhanden |
| Heterogene brugklassen | SHB322002 | 15-11-2022 | Ja |
| Digitale school | DS2024006 | 11-11-2024 | Onderhanden |
| Verbinding PO-VO | VPOVO24520 | 03-06-2024 | Onderhanden |
| Impuls Open Leermateriaal | IOL240090 | 03-04-2025 | Onderhanden |
| Intensivering en verbreding regionale samenwerking kansengelijkheid onderwijs | GKA250026 | 11-06-2025 | Onderhanden |
| Ontwikkelkracht | owk250238 | 23-07-2025 | Onderhanden |
| Onderwijspersoneel opleiding tot leraar VO | SOOLVO25164 | 19-11-2025 | Onderhanden |
* Toelichting bij status:
Onderhanden: De subsidie loopt nog conform de subsidieverplichtingen
Ja: De subsidie is afgerond conform subsidieverplichtingen
Nee: De subsidie is afgerond in strijd met de subsidieverplichtingen
G2B. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar
| Omschrijving | Toewijzing | Bedrag van de toewijzing | Ontvangen t/m 2024 | Totale subsidiabele kosten t/m 2024 | Saldo per 1-1-2025 | Ontvangen in 2025 | Subsidiabele kosten in 2025 | Saldo per 31-12-2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Kenmerk | datum | € | € | € | € | € | |||
| Techkwadraat | TECH25003 | 19-09-2025 | 1.550.918 | - | - | - | 516.973 | 24.291 | 492.682 |
| TOTAAL | 1.550.918 | - | 516.973 | 24.291 | 492.682 |
Segmentatie
x € 1.000
| Baten | ||||
| 2025 | 2025 | 2025 | 2025 | |
| VO | PO | ondersteuning | totaal | |
| Rijksbijdragen | 103.597 | 78.329 | 87 | 182.013 |
| Overige overheidsbijdragen en -subsidies | 997 | 4.648 | 36 | 5.680 |
| Baten werk in opdracht van derden | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige baten | 4.437 | 2.897 | 88 | 7.422 |
| Totaal baten | 109.030 | 85.874 | 211 | 195.115 |
| Lasten | ||||
| 2025 | 2025 | 2025 | 2025 | |
| VO | PO | ondersteuning | totaal | |
| Personeelslasten | 80.683 | 61.739 | 8.487 | 150.909 |
| Afschrijvingen | 4.001 | 2.953 | 144 | 7.098 |
| Huisvestingslasten | 5.220 | 5.316 | 381 | 10.917 |
| Overige lasten | 10.613 | 6.458 | 841 | 17.912 |
| Totaal lasten | 100.517 | 76.466 | 9.853 | 186.836 |
| Saldo baten en lasten | 8.514 | 9.408 | -9.643 | 8.279 |
| Financiële baten en lasten | -164 | -50 | 509 | 295 |
| Totaal resultaat | 8.350 | 9.359 | -9.134 | 8.574 |
Openbaar Onderwijs Groningen kent scholen voor het primair, voortgezet en speciaal onderwijs. Segmentatie naar onderwijssoort is verplicht zodat het ministerie de benchmark met de andere scholen voor het voortgezet en primair onderwijs goed kan maken. Het speciaal (basis-)onderwijs valt hierin onder het primair onderwijs. De kolom ondersteuning geeft de baten en lasten van het ondersteuningsbureau weer.
Wet Normering Topinkomens (WNT)
Model WNT: Bezoldiging bestuurders en toezichthouders
Volgens de WNT2-regelgeving heeft Openbaar Onderwijs Groningen 18 complexiteitspunten en valt zij daarmee in de hoogste klasse:
| 2023 | categorie | complexiteits-punten | ||
|---|---|---|---|---|
| Totale baten per kalenderjaar (x € 1.000) | € 176.722 | 138-220 mln | 9 | |
| Aantal leerlingen 1 oktober | 15.389 | 10.000-20.000 | 4 | |
| Het gewogen aantal onderwijssoorten of sectoren | 8 | 5 en meer | 5 | |
| totaal aantal complexiteitspunten | 18 |
Openbaar Onderwijs Groningen valt qua complexiteit in klasse G. Het bezoldigingsmaximum dat hier bij hoort voor 2025 is € 246.000. Dit geldt naar rato van de duur en/of omvang van het dienstverband. Voor topfunctionarissen zonder dienstbetrekking geldt met ingang van 1 januari 2016 voor de eerste 12 kalendermaanden een afwijkende normering, zowel voor de duur van de opdracht als voor het uurtarief.
1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling
Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt
| Gegevens 2025 (bedragen x € 1) | Mevr. A.L. Lukkes | Dhr. H.A.U. de Bruyne |
|---|---|---|
| Functiegegevens | voorzitter College van Bestuur | lid College van Bestuur |
| Aanvang en einde functievervulling in 2025 | 1/1 - 31/12 | 1/1 - 31/12 |
| Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) | 1 | 1 |
| Dienstbetrekking? | ja | ja |
| Bezoldiging | ||
| Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen | € 198.610 | € 189.809 |
| Beloningen betaalbaar op termijn | € 29.486 | € 29.416 |
| Subtotaal | € 228.096 | € 219.225 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | € 246.000 | € 246.000 |
| -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | N.v.t. | N.v.t. |
| Bezoldiging | € 228.096 | € 219.225 |
| Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | N.v.t. | N.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | N.v.t. | N.v.t. |
| Gegevens 2024 (bedragen x € 1) | Mevr. A.L. Lukkes | Dhr. H.A.U. de Bruyne |
|---|---|---|
| Functiegegevens | voorzitter College van Bestuur | lid College van Bestuur |
| Aanvang en einde functievervulling in 2024 | 1/1 - 31/12 | 1/1 - 31/12 |
| Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) | 1 | 1 |
| Dienstbetrekking? | ja | ja |
| Bezoldiging | ||
| Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen | € 188.411 | € 179.895 |
| Beloningen betaalbaar op termijn | € 29.093 | € 29.033 |
| Subtotaal | € 217.504 | € 208.928 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | € 233.000 | € 233.000 |
| Bezoldiging | € 217.504 | € 208.928 |
1b. Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de periode kalendermaand 1 t/m 12
Er zijn in 2025 geen beloningen geweest aan leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking.
1c. Toezichthoudende topfunctionarissen
| Gegevens 2025 (bedragen x € 1) | Dhr. H.F. van Oosterhout | Dhr. R.J. Bosker | Dhr. S.Y. Leistra | Mevr. J. Hermes | Dhr. C.G.C.G. Segers | Mevr. B.M. Tibbe |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Functiegegevens | voorzitter Raad van Toezicht | lid Raad van Toezicht | lid Raad van Toezicht | lid Raad van Toezicht | lid Raad van Toezicht | lid Raad van Toezicht |
| Aanvang en einde functievervulling in 2025 | 1/1 - 31/12 | 1/1 - 31/12 | 1/1 - 31/12 | 1/1 - 31/12 | 1/1 - 31/12 | 1/1 - 31/12 |
| Bezoldiging | ||||||
| Bezoldiging | € 18.450 | € 12.300 | € 12.300 | € 12.300 | € 12.300 | € 12.300 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | € 36.900 | € 24.600 | € 24.600 | € 24.600 | € 24.600 | € 24.600 |
| -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. |
| Bezoldiging | € 18.450 | € 12.300 | € 12.300 | € 12.300 | € 12.300 | € 12.300 |
| Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. |
| Gegevens 2024 (bedragen x € 1) | Dhr. H.F. van Oosterhout | Dhr. R.J. Bosker | Dhr. S.Y. Leistra | Mevr. J. Hermes | Dhr. C.G.C.G. Segers | Mevr. B.M. Tibbe |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Functiegegevens | lid Raad van Toezicht | lid Raad van Toezicht | lid Raad van Toezicht | lid Raad van Toezicht | ||
| Aanvang en einde functievervulling in 2024 | 1/1 - 31/12 | 1/1 - 31/12 | 1/1 - 31/12 | 1/1 - 31/12 | ||
| Bezoldiging | ||||||
| Bezoldiging | € 17.475 | € 11.650 | € 11.650 | € 11.650 | ||
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | € 34.950 | € 23.300 | € 23.300 | € 23.300 |
Voor de voorzitter van de Raad van Toezicht is het individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum op jaarbasis 15% van de WNT-norm voor de bestuurder. Voor de leden van de Raad van Toezicht is dit 10%.
2. Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen
In 2025 zijn er geen uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband van topfunctionarissen geweest.
3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT
Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.
Verbonden partijen
Openbaar Onderwijs Groningen heeft geen verbonden partijen.
Gebeurtenissen na balansdatum
Rechtszaak OCW
222 schoolbesturen hebben een rechtszaak aangespannen tegen het ministerie van OCW vanwege gemiste bekostiging in 2022. De rechtbank heeft het beroep in 2024 gegrond verklaard waarna de minister in hoger beroep is gegaan. Op 25 maart 2026 is het hoger beroep van de staatssecretaris door de Raad van State ongegrond verklaard en zijn de schoolbesturen in het gelijk gesteld.
Deze gebeurtenis heeft gevolgen voor het boekjaar 2025, derhalve is in de jaarrekening een vordering en een bate opgenomen. De waarde van deze vordering inclusief rente is naar schatting € 3,4 miljoen.