Spring naar inhoud

Ons onderwijs

2.1 Onze scholen

Openbaar Onderwijs Groningen bestaat uit 35 scholen (primair, voortgezet en speciaal onderwijs) en een onderwijsvoorziening (het (Orthopedagogisch didactisch centrum: OPDC). Onze scholen zijn te vinden in alle wijken van de stad Groningen. Daarnaast hebben we vestigingen in Haren voor voortgezet en (voortgezet) speciaal onderwijs. Het OPDC draagt bij aan het voorkomen van schooluitval door gedragsproblemen en begeleidt thuiszittende leerlingen terug naar het onderwijs.

Door onze omvang als stichting kunnen wij een aantrekkelijk en evenwichtig onderwijsaanbod verzorgen in de stad Groningen en in Haren. Onze scholen kennen een breed palet aan onderwijssoorten en -concepten, waaronder Dalton, Montessori en Jenaplan. Ook zijn er scholen met een specifiek onderwijsaanbod voor nieuwkomers, voor tien- tot veertienjarigen, praktijkonderwijs, voor topsporters, voor leerlingen met afstand tot de arbeidsmarkt en voor hoogbegaafde leerlingen. Deze opsomming geeft een indruk van ons brede aanbod, maar is verre van compleet. Het laat zien dat ouders en leerlingen kunnen kiezen voor de school die het beste bij de leerling past. 

Overzicht leerlingenaantallen per school (primair onderwijs)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Overzicht leerlingenaantallen per school (primair onderwijs) Aantal leerlingen peildatum 01-02-2025
Pendinghe 288
Sterrensteen 197
Karrepad 443
Borgman Oosterpark 338
Oosterhoogebrugschool 355
Beijumkorf 313
Vuurtoren 279
Swoaistee 349
Borgman Ebbinge 304
Borgman Oosterpoort 237
Boerhaaveschool 172
Brederoschool 489
Joseph Haydnschool 646
De Ploeg 197
Driebond 122
Starter 354
Meander 379
Feniks 215
Petteflet 317
Groenewei 497

Peildatum 1 februari 2025

Overzicht leerlingenaantallen per school (voortgezet onderwijs)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Overzicht leerlingenaantallen per school (voortgezet onderwijs) Aantal leerlingen peildatum 01 oktober 2025 (Bron: DUO)
Harens Lyceum 1480
Heyderdahl College 201
Internationale Schakelklas 468
Kamerlingh Onnes 873
Leon van Gelder 608
Montessori Lyceum Groningen 1080
Montessori Vaklyceum 549
Praedinius Gymnasium 793
Simon van Hasselt 132
Topsport Talentschool 350
Werkman Stadslyceum 1496
Werkman VMBO 330

Peildatum 1 oktober 2025

Overzicht leerlingaantallen per school (gespecialiseerd onderwijs)

Speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en speciaal voortgezet onderwijs.

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Overzicht leerlingenaantallen per school (speciaal onderwijs) Aantal leerlingen peildatum 01-02-2025
S.B.O. Bekenkamp (alle locaties)     180
W.A. van Lieflandschool (alle locaties) 215
Prins Johan Frisoschool (alle locaties) 193

Peildatum 1 februari 2025

2.2 Onderwijsontwikkelingen

Strategische onderwijsthema's

Basisvaardigheden op koers
Leerlingen hebben voldoende vaardigheden nodig op het gebied van taal, rekenen/wiskunde, burgerschap en digitale geletterdheid om gelijke kansen te krijgen in het vervolgonderwijs en op de arbeidsmarkt. Aandacht voor het verder versterken van de basisvaardigheden blijft nodig op alle scholen. Al onze scholen hebben een eigen plan van aanpak voor de basisvaardigheden. Dit is vertaald in een burgerschaps-, taal- en rekenbeleid. Daarnaast zijn scholen bezig met het inrichten van digitale geletterdheid binnen hun school, waarvoor nieuwe kerndoelen gaan gelden vanaf komend schooljaar.

Sociaal veilige werk- en leeromgeving
Al onze scholen hebben een schoolveiligheidsplan. Hierin wordt verwezen naar andere bovenschoolse en schoolspecifieke protocollen opgenomen. In 2025 zijn twee nieuwe bovenschoolse protocollen ontwikkeld: de 'Code sociale media' met richtlijnen voor medewerkers en leerlingen over het gebruik van sociale media binnen en buiten de schoolomgeving, en het protocol 'Omgang met ouders/verzorgers' met daarbij een aanpak gericht op een positieve samenwerking en de (preventieve) stappen die scholen hierin kunnen zetten.

Leernetwerken
Binnen Openbaar Onderwijs Groningen werken we met leernetwerken om als lerende organisatie van en met elkaar te leren. We hebben een start gemaakt met onder andere een leernetwerk voor de kwaliteitscoördinatoren (po, vo en so) en voor de examensecretarissen. 

Nieuwkomersonderwijs
Het nieuwkomersonderwijs in Groningen wordt gecoördineerd door de coördinator nieuwkomers die voor alle schoolbesturen in de stad Groningen werkt. Het beleid ten aanzien van het nieuwkomersonderwijs is vastgelegd in een integraal plan nieuwkomersonderwijs. Dit beleidsplan is vertaald naar een uitvoeringsnotitie. Het beleidsplan nieuwkomers wordt jaarlijks geactualiseerd. Openbaar Onderwijs Groningen biedt onderwijs aan nieuwkomers in zowel het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs.

Basisonderwijs
De eerste opvang van kinderen van nieuwkomers vindt vanaf 6/7 jaar (groep 3) plaats in de schakelgroepen voor nieuwkomers. Zodra de leerlingen voldoende basis hebben stromen ze door naar het reguliere onderwijs. Dit is ongeveer na een jaar tot anderhalf jaar. Het onderwijs aan nieuwkomers wordt binnen de gemeente Groningen verzorgd op 5 scholen, waarvan 3 scholen van Openbaar Onderwijs Groningen. Daarvan werkt 1 school (Feniks) samen met een school van een ander bestuur (VCOG).

We zien een lichte daling in aantal leerlingen in het nieuwkomersonderwijs, ook het aantal groepen is gedaan; in 2025 waren er 12 schakelgroepen (in 2024 10 groepen).

Voortgezet onderwijs
De Internationale Schakelklas Groningen (ISK) verzorgt het nieuwkomersonderwijs in het voortgezet onderwijs. De ISK biedt onderwijs aan leerlingen met veel verschillende nationaliteiten, hiermee is ook de onderwijsachtergrond van deze leerlingen heel divers. De meeste leerlingen hebben een (tijdelijke) verblijfsvergunning en stromen door naar regulier vervolgonderwijs in Nederland.

De ISK biedt onderwijs op de locaties Melisseweg, Vinkenstraat, Kiel, en 1 klas op het Kamerlingh Onnes. In 2025 kent de ISK gemiddeld 460 leerlingen. Dit aantal ligt lager dan in 2024 en ongeveer gelijk aan 2023. De verwachting is dat begin 2026 alle onderwijsplekken binnen de ISK bezet zullen zijn.

We streven ernaar om kinderen die nieuw in Nederland komen binnen 3 maanden toegang te geven tot een volledig onderwijsaanbod. Dit sluit aan bij de Europese richtlijnen. In de praktijk lukt dit niet altijd. Daarom wordt ook in 2025 het programma 'Geen onderwijs, toch uitdaging' of wel GOTU aangeboden door de gemeente. Jongeren op de wachtlijst van de ISK krijgen de mogelijkheid om mee te doen aan een alternatief programma met onder andere Nederlandse taal, Engels, muziek, beweging en weerbaarheidstraining. Dit ter voorbereiding op de instroom op het ISK. 

Schakelcoaches en het ECAG
De expertise NT2 (Nederlands als tweede taal) voor zowel PO als VO is gebundeld onder leiding van het Expertise Centrum Anderstaligen Groningen (ECAG). Het ECAG biedt vanuit deze expertise ook in 2025 scholen een schakelarrangement om leerlingen soepel te laten instromen in het vervolgonderwijs.  

Collegiale visitaties basiskwaliteit
In 2024 is de pilot collegiale visitaties gestart. De pilot is in 2025 geëvalueerd. Op basis van de positieve uitkomsten van de evaluatie is besloten de visitaties op onze scholen te continueren en structureel in te bedden in onze PDCA. Het doel van deze visitaties is om beter zicht te krijgen op de basiskwaliteit van de gevisiteerde schole. Deze inzichten gebruiken we om de onderwijskwaliteit verder te verbeteren. Ook stimuleren we scholen om zich te ontwikkelen op hun eigen ambities. Vanaf schooljaar 2025-2026 zijn de collegiale visitaties ingezet op een aantal PO-scholen en een aantal VO-scholen. Het doel is om alle scholen van Openbaar Onderwijs Groningen eenmaal in de vier jaar te visiteren. De visitaties zijn onderdeel van de kwaliteitszorg van het bestuur en draagt zij bij aan een lerende cultuur, waarin scholen van en met elkaar leren. De eerste visitaties in het PO en VO gaven een beeld van de basiskwaliteit van de scholen. Daarbij kwamen enkele risico’s en sterke punten naar voren. Scholen waren over het algemeen positief over de voorbereiding, uitvoering en uitkomsten van de visitatie. De aandachtspunten uit de evaluatie zijn besproken met de visitatieteams.

Gespecialiseerd onderwijs
Het speciaal onderwijs is er voor leerlingen die zeer moeilijk leren, die een lichamelijke, zintuigelijke of verstandelijke beperking hebben of langdurig ziek zijn.

Openbaar Onderwijs Groningen biedt zowel sbo, so en vso. Daarnaast zijn er binnen Openbaar Onderwijs Groningen verschillende zorgarrangementen met een looptijd tot 2028. HBS Metis is een gespecialiseerde schakelvoorziening voor leerlingen in het basisonderwijs, opgezet voor hoogbegaafde leerlingen in combinatie met bijkomende leer- en of gedragsbelemmeringen. Hieronder een video met een uitleg over HBS Metis. Talentklass is een voorziening voor leerlingen voor leerlingen met (kenmerken van) Autismespectrumstoornissen(ASS) in de basisschoolleeftijd. Mede met het samenwerkingsverband en de gemeente wordt onderzocht of, en zo ja hoe deze twee schakelvoorzieningen doorgang kunnen krijgen na 2028.

Met behulp van het Landelijke Doelgroepenmodel (LDGM) brengen scholen de ontwikkeling, onderwijsbehoeften en het verwachte uitstroomperspectief van leerlingen met leer- en ontwikkelingsachterstanden zo zorgvuldig mogelijk in beeld. In de didactische schoolstandaarden zijn per leerroute en per leerjaar de leerrendementsverwachtingen vastgelegd. Deze verwachtingen zijn gekoppeld aan de Cito-toetsresultaten of aan passende leerlijnen. Alle leerlingen worden systematisch gevolgd via een onderwijsperspectiefplan (OPP), waarin zowel de cognitieve als sociaal-emotionele ontwikkeling wordt gemonitord en periodiek geëvalueerd. Alle (v)so-scholen hebben de streefniveaus per leerroute op elkaar afgestemd.

2.3 Onderwijsresultaten

Basisonderwijs

Basisonderwijs
Basisscholen volgen de ontwikkeling en resultaten van hun leerlingen met het Cito‑LIB leerlingvolgsysteem (LVS). Zij analyseren deze resultaten regelmatig en gebruiken ze om het onderwijs goed af te stemmen op de leerlingen. 

Sinds het schooljaar 2020‑2021 beoordeelt de Inspectie van het Onderwijs of leerlingen het basisniveau voor lezen, taal en rekenen behalen.  Daarbij houdt de inspectie rekening met de leerlingenpopulatie op een school (de schoolweging). Voor een betrouwbaar beeld kijkt de inspectie naar de resultaten van de eindtoets van de afgelopen drie schooljaren.

De Inspectie van het Onderwijs beoordeelt twee referentieniveaus voor lezen, taal en rekenen. Het eerste is het fundamentele niveau (F). Dit is het basisniveau dat bijna alle leerlingen aan het einde van de basisschool moeten beheersen. Daarnaast is er het streefniveau (S). Dit is een hoger niveau dat de inspectie voor een groot deel van de leerlingen wenselijk vindt. De niveaus lopen van 1 tot en met 4. Hoe hoger het cijfer, hoe hoger het niveau.

De Inspectie gebruikt signaleringswaarden om te bepalen of scholen voldoende resultaat behalen. Dit zijn percentages leerlingen die een bepaald niveau moeten halen. Voor niveau 1F geldt voor alle scholen dezelfde signaleringswaarde: 85%. Dit betekent dat minimaal 85% van de leerlingen het fundamentele niveau moet behalen. De signaleringswaarde voor 2F/1S hangt af van de schoolweging. De schoolweging geeft aan hoe complex de leerlingenpopulatie van een school is. Bij een lagere schoolweging verwacht de inspectie hogere leerresultaten en geldt daarom een hogere signaleringswaarde. Bij een hogere schoolweging is deze waarde lager. 

Doorstroomtoets
In januari 2025 is op alle basisscholen binnen onze stichting de cito-doorstroomtoets afgenomen. Op basis van het driejaarsgemiddelde blijkt dat 16 van de 20 scholen (80%) erin is geslaagd om minimaal 95% van de leerlingen het 1F-niveau te laten behalen. Daarnaast scoren 14 van de 20 scholen (70%) op of boven het landelijk gemiddelde voor 1S/2F. Dit betekent een stijging ten opzichte van 2024.

Ook in 2025 ligt de focus op het formuleren van schoolambities voor alle leergebieden, passend bij de schoolpopulatie en gebaseerd op hoge verwachtingen in het pedagogisch-didactisch handelen voor alle leerlingen. Binnen het leernetwerk voor kwaliteitscoördinatoren en op schoolniveau is extra aandacht besteed aan het analyseren van resultaten en het werken vanuit hoge verwachtingen, gekoppeld aan passende opbrengsten.

Scholen hebben extra ingezet op de basisvaardigheden. Dit gebeurde onder andere door gerichte scholing en de inzet van extra taal‑ en rekencoördinatoren. Hierdoor is de kennis en expertise binnen de scholen versterkt. De schoolambities, vooral voor de niveaus 1S/2F, zijn vastgesteld en uitgewerkt in duidelijke groepsdoelen. Ook is er meer inzicht gekomen in de leerlingen op school. Scholen werken aan een samenhangend aanbod van leerlijnen, basisvaardigheden en onderwijs aanpak. Dit zorgt voor doelgerichter onderwijs dat beter aansluit bij de schoolpopulatie.

In 2025 is hiermee verdere vooruitgang geboekt in het structureel verbeteren van onderwijsresultaten en het versterken van de kwaliteit van het pedagogisch-didactisch handelen.

Hieronder zijn de onderwijsresultaten voor 2025 te zien:

Onderwijsresultaten 1F (fundamenteel niveau)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

School 1F 3 jr. gem. 1F landelijk gemiddelde
Pendinghe 86,7% 92,1%
Sterrensteen 92,7% 92,7%
Karrepad 96,9% 95,7%
Borgman Oosterpark 94,2% 94,8%
Oosterhoogebrugschool 94,9% 96,4%
Beijumkorf 95,9% 95,2%
Vuurtoren 100,0% 96,4%
Swoaistee 94,7% 95,9%
Borgman Ebbinge 97,1% 96,6%
Borgman Oosterpoort 96,7% 96,7%
Boerhaaveschool 99,0% 96,6%
Brederoschool 98,9% 97,4%
Joseph Haydnschool 99,0% 98,0%
De Ploeg 95,7% 94,8%
Driebond 99,3% 96,7%
Starter 96,0% 97,4%
Meander 99,0% 97,4%
Feniks 97,0% 97,4%
Petteflet 98,7% 97,4%
Groenewei 97,4% 97,7%

Signaleringswaarde: 85%

Onderwijsresultaten 2F/1S (streefniveau)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

School 2F/1S 3 jr. gem. 2F/1S landelijk gemiddelde 2F/1S Signaleringswaarde
Pendinghe 37,3% 45,30% 32,00%
Sterrensteen 43,6% 46,90% 32,80%
Karrepad 68,8% 57,30% 45,50%
Borgman Oosterpark 60,2% 53,40% 41,20%
Oosterhoogebrugschool 56,9% 60,70% 48,60%
Beijumkorf 56,3% 55,30% 43,50%
Vuurtoren 72,9% 60,70% 48,60%
Swoaistee 55,1% 57,80% 47,10%
Borgman Ebbinge 72,4% 63,90% 53,80%
Borgman Oosterpoort 63,2% 63,20% 51,80%
Boerhaaveschool 65,7% 63,90% 53,80%
Brederoschool 63,7% 66,90% 56,20%
Joseph Haydnschool 75,7% 71,90% 61,90%
De Ploeg 62,8% 53,40% 41,20%
Driebond 71,2% 63,20% 51,80%
Starter 70,9% 66,90% 56,20%
Meander 69,8% 66,90% 56,20%
Feniks 59,8% 66,90% 56,20%
Petteflet 76,8% 66,90% 56,20%
Groenewei 72,5% 67,60% 58,90%

Voortgezet onderwijs

De Inspectie van het Onderwijs beoordeelt de onderwijsresultaten van het voortgezet onderwijs met het Onderwijsresultatenmodel, in het onderzoekskader aangeduid als OR1. Deze indicator is als volgt uitgesplitst:

  • R1: richt zich op de onderwijspositie in leerjaar drie ten opzichte van het basisschooladvies;
  • R2: richt zich op de onderbouwsnelheid, waarbij het eventuele doorstromen of zittenblijven van leerlingen centraal staat;
  • R3: richt zich op het bovenbouwsucces, waarbij het eventuele doorstromen of zittenblijven in de bovenbouw, en het wel of niet succesvol afronden van de schoolloopbaan met een diploma centraal staan;
  • E: richt zich op de examencijfers van een school.


Beoordeling onderwijsresultaten - Examencijfers (E)
Vanaf schooljaar 2024-2025 is de indicator Examencijfers (E) weer meegerekend in het onderwijsresultatenoordeel (i.v.m. de nasleep van de coronajaren was dit tussen 2020-2021 t/m 2023-2024 niet het geval). 

Vanuit ons kwaliteitssysteem hebben we voor onze scholen in het voortgezet onderwijs gekeken naar de indicatoren R1, R2, R3 en E, waarvan de resultaten in onderstaand overzicht staan.

Onderwijspositie (R1)

In %

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Locatie Jaarscore Onderwijspositie Driejaargemiddelde Onderwijspositie Norm Onderwijspositie
Harens Lyceum 24,6% 21,2% -0,6%
Kamerlingh Onnes 23,9% 8,2% -0,6%
Montessori Lyceum Groningen 13,0% 16,0% 4,8%
Montessori Vaklyceum 20,6% 19,1% -7,0%
Praedinius Gymnasium 3,2% 1,4% 1,4%
Topsport Talentschool 12,7% 10,1% -7,0%
Werkman Stadslyceum 17,3% 15,5% 4,8%
Werkman VMBO 12,9% 12,8% -10,1%

Onderbouwsnelheid (R2)

In %

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Locatie Jaarscore 3-jaarsgemiddelde Norm (gecorr.)
Harens Lyceum 98,0% 98,2% 95,4%
Kamerlingh Onnes 95,4% 95,6% 94,0%
Montessori Lyceum Groningen 97,7% 97,9% 95,1%
Montessori Vaklyceum 96,3% 96,2% 94,7%
Praedinius Gymnasium 95,6% 95,6% 94,9%
Stadslyceum 99,5% 98,9% 94,8%
Topsport Talentschool 97,2% 96,7% 94,8%
Werkman VMBO 95,2% 94,8% 92,3%

Bovenbouwsucces (R3) VMBO

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Locatie Jaarscore 3-jaarsgemiddelde Gecorrigeerde norm
Montessori vaklyceum (VMBO-B) 88,6% 85,7% 85,6%
Werkman VMBO (VMBO-B) 80,4% 85,9% 83,4%
Montessori vaklyceum (VMBO-K) 83,5% 84,0% 85,1%
Werkman VMBO (VMBO-K) 84,4% 87,2% 83,9%
Kamerlingh Onnes (VMBO-(G)T) 81,1% 82,0% 83,6%
Montessori vaklyceum (VMBO-(G)T) 82,2% 81,6% 85,4%
Topsport Talentschool (VMBO-(G)T) 75,4% 81,5% 85,0%
Werkman VMBO (VMBO-(G)T) 90,0% 80,0% 82,2%

Bovenbouwsucces (R3) havo

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Locatie Jaarscore 3-jaarsgemiddelde Gecorrigeerde norm
Kamerlingh Onnes 76,8% 77,4% 79,0%
Stadslyceum 81,1% 80,4% 80,3%
Topsport Talentschool 76,4% 75,0% 79,7%
Montessori Lyceum Groningen 77,3% 75,1% 81,1%
Harens lyceum 78,8% 77,7% 81,5%

Bovenbouwsucces (R3) vwo

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Locatie Jaarscore 3-jaarsgemiddelde Gecorrigeerde norm
Kamerlingh Onnes 88,2% 86,9% 80,2%
Stadslyceum 85,2% 85,3% 81,1%
Topsport Talentschool 78,4% 78,9% 79,6%
Montessori Lyceum Groningen 79,2% 82,3% 81,3%
Harens lyceum 83,7% 83,2% 81,7%
Praedinius Gymnasium 92,4% 89,0% 81,3%

Toelichting onderwijsresultaten (R1 t/m R3)
Onze scholen in het voortgezet onderwijs geven leerlingen voldoende kansen om op een hoger niveau de onderwijsloopbaan voort te zetten in de onderbouw van het vo. Dit betekent dat de onderbouwpositie (R1) bij veel vo-scholen hoog uitvalt. In de onderbouwsnelheid (R2) zien we een soepele doorstroom zonder veel vertraging. Er wordt door vo-scholen kritisch gekeken naar realistische doorstroomkansen voor leerlingen richting de bovenbouw. Dit is nodig aangezien het bovenbouwsucces (R3) op verschillende afdelingen (vmbo, havo en vwo) nog niet altijd op het gewenste niveau ligt. Hiervoor volgen onze vo-scholen de leerlingen nauwlettend in hun (cognitieve en sociaal-emotionele) ontwikkeling, denk aan focus op de basisvaardigheden en andere ondersteuning. 

Examencijfers VMBO

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Locatie Jaarscore 3-jr. gemiddelde Norm
Montessori vaklyceum (VMBO-B) 6,5 6,6 6,4
Werkman VMBO (VMBO-B) 6,7 6,6 6,3
Montessori vaklyceum (VMBO-K) 6,5 6,4 6,2
Werkman VMBO (VMBO-K) 6,2 6,3 6,2
Kamerlingh Onnes (VMBO-(G)T) 6,6 6,4 6,1
Montessori vaklyceum (VMBO-(G)T) 6,2 6,2 6,2
Topsport Talentschool (VMBO-(G)T) 6,1 6,2 6,1
Werkman VMBO (VMBO-(G)T) 6,2 6,0 6,1

Examencijfers Havo

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Locatie Jaarscore 3-jr. gemiddelde Norm
Kamerlingh Onnes 6,4 6,4 6,2
Stadslyceum 6,3 6,2 6,3
Topsport Talentschool 6,2 6,2 6,2
Montessori Lyceum Groningen 6,3 6,3 6,3
Harens lyceum 6,5 6,3 6,3

Examencijfers Vwo

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Locatie Jaarscore 3-jr. gemiddelde Norm
Kamerlingh Onnes 6,2 6,4 6,3
Stadslyceum 6,3 6,4 6,3
Topsport Talentschool 6,6 6,3 6,2
Montessori Lyceum Groningen 6,2 6,3 6,3
Harens lyceum 6,5 6,4 6,3
Praedinius Gymnasium 6,5 6,7 6,3

Slagingspercentages en examencijfers 2025

We kijken samen met onze scholen tevreden terug op de examenresultaten. Onze scholen laten een vrij stabiele trend zien in slagingspercentages. Vmbo-b en vmbo-k scoren hoger dan het landelijk gemiddelde, vmbo-(g)t en de havo- en vwo-afdeling scoren lager dan het landelijk gemiddelde.

Gezien het onder druk staande bovenbouwsucces, houden wij onze gemiddelde examencijfers en slagingspercentages nauwlettend in de gaten. We passen ook hier, waar nodig, interventies toe op om leerlingen succesvol te laten zijn in hun schoolloopbaan.

Slagingspercentages

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Onderwijssoort Resultaten 2023 Resultaten landelijk 2023 Resultaten 2024 Resultaten landelijk 2024 Resultaten 2025 Restultaten 2025 landelijk
VMBO-B 97,9% 96,1% 98,5% 97,4% 97,2% 97,5%
VMBO-K 93,5% 93,6% 93,5% 95,7% 95,3% 95,3%
VMBO-(G)T 80,5% 91,2% 89,5% 91,5% 86,2% 91,6%
HAVO 79,2% 84,3% 77,3% 87,9% 83,5% 85,4%
VWO 83,2% 88,6% 86,5% 90,8% 85,6% 88,3%

Scholen met alternatieve onderwijsresultaten
Het Leon van Gelder heeft in afstemming met de onderwijsinspectie een eigen, alternatieve systematiek voor het meten van onderwijsresultaten. Dat is een afgeleide van het reguliere model. Op deze manier houdt de school zicht op de onderwijsresultaten en delen ze de onderwijsresultaten met de Onderwijsinspectie. Gezien het verschil in berekeningen achter deze alternatieve onderwijsresultaten worden deze resultaten niet meegenomen in dit jaarverslag. 

Toetsing en examinering voortgezet onderwijs

De verantwoordelijkheid van toetsing en examinering is belegd bij de afzonderlijke scholen. Alle scholen voor voortgezet onderwijs hebben een examencommissie met vastgelegde taken en verantwoordelijkheden. Het college van bestuur heeft in 2025, met instemming van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad voor het voortgezet onderwijs, het gezamenlijke Examenreglement 2025-2026 vastgesteld. Per schooljaar worden twee bijeenkomsten georganiseerd voor de examensecretarissen. Tijdens deze bijeenkomsten wordt gewerkt aan intervisie, casuïstiek en uitwisseling van kennis en actuele gebeurtenissen.

2.4 Onderwijskwaliteit

De kwaliteit van het onderwijs binnen onze scholen wordt systematisch gemonitord, bewaakt, geëvalueerd en bijgesteld volgens de PDCA-cyclus: plannen, uitvoeren, evalueren en bijstellen. Hiervoor zijn verschillende instrumenten ingericht, zoals schoolplannen, jaarplannen, schooleigen kwaliteitskalenders, viermaandsrapportages, dashboards, jaargesprekken, kwaliteitsgesprekken en interne visitaties. Het jaargesprek tussen CvB, schoolleiding en kwaliteitscoördinator is hierin een belangrijk moment van verantwoording, reflectie en bijsturing. Op basis van data, analyses, lesbezoeken en schoolontwikkeling worden afspraken gemaakt over borging en verbetering, die gedurende het schooljaar worden gevolgd.

De verantwoordelijkheden zijn helder belegd. De schoolleiding is integraal verantwoordelijk voor de onderwijskwaliteit op de eigen school en zorgt voor een professionele kwaliteitscultuur, duidelijke prioriteiten en uitvoering van de kwaliteitscyclus. De kwaliteitscoördinator ondersteunt daarbij door onderwijsdata te verzamelen, te duiden en te vertalen naar verbeteracties.Leraren, teamleiders, bouwcoördinatoren en adjunct-directeuren dragen vanuit hun eigen rol bij aan de uitvoering, monitoring en ontwikkeling van het onderwijs in de dagelijkse praktijk.

Het college van bestuur is eindverantwoordelijk voor de onderwijskwaliteit binnen de organisatie en stuurt via kaders, rapportages, dashboards, jaargesprekken, visitaties en de bestuurlijke kwaliteitskalender. De afdeling Onderwijs en Kwaliteit (O&K) ondersteunt scholen en bestuur met expertise, analyses, kwaliteitsinstrumenten en begeleiding. Wanneer de onderwijskwaliteit onder druk staat, maken schoolleiding, kwaliteitscoördinator en O&K samen een analyse en verbeterplan. De school blijft verantwoordelijk voor uitvoering en borging, terwijl O&K ondersteunt en het CvB waar nodig bijstuurt of opschaalt. Zo ontstaat een samenhangende kwaliteitsstructuur waarin scholen, bestuur en ondersteuning gezamenlijk werken aan het borgen, verbeteren en zichtbaar maken van goed onderwijs.

Een sterke basis en hoge kwaliteit

Openbaar Onderwijs Groningen werkt structureel aan het versterken van de basiskwaliteit van het onderwijs en het bieden van gelijke kansen voor iedere leerling. In 2025 stond het versterken van basisvaardigheden centraal, waaronder taal, rekenen-wiskunde, burgerschap en digitale geletterdheid (zie prioriteiten 2024-2025). Scholen hebben hiervoor eigen schoolambities opgesteld, passend bij de leerlingenpopulatie en gebaseerd op hoge verwachtingen van leerlingen.

Binnen het PO en het VO is gericht gewerkt aan het duurzaam verbeteren van de leerprestaties van leerlingen. Scholen hebben extra ingezet op taal- en rekenonderwijs door middel van gerichte scholing van medewerkers, de inzet van taal- en rekencoördinatoren en het versterken van vakdidactisch handelen in de klas. Binnen leernetwerken voor kwaliteitscoördinatoren is nadrukkelijk aandacht besteed aan opbrengstgericht werken, het analyseren van resultaten en het formuleren van passende interventies voor leerlingen en groepen.

Daarnaast is in 2025 verder gebouwd aan een professionele kwaliteitscultuur binnen de organisatie. Collegiale visitaties zijn structureel ingebed binnen de kwaliteitscyclus en dragen bij aan een lerende organisatie waarin scholen van en met elkaar leren. Ook de ontwikkeling van leernetwerken voor kwaliteitscoördinatoren en examensecretarissen ondersteunt de verdere professionalisering van de kwaliteitszorg en het cyclisch verbeteren van het onderwijs.

In aanloop naar de landelijke curriculumherziening worden voorbereidingen getroffen op de implementatie van het vernieuwde curriculum vanaf schooljaar 2026-2027. In 2025 is gestart met de eerste verkenningen op de consequenties van de nieuwe kerndoelen voor het onderwijsaanbod, de leerlijnen en de verdere versterking van de basisvaardigheden. Daarbij is specifiek aandacht voor taal, rekenen-wiskunde, burgerschap en digitale geletterdheid, zodat scholen tijdig kunnen anticiperen op de landelijke ontwikkelingen en de doorontwikkeling van hun curriculum.

De inspectiebezoeken die in 2025 hebben plaatsgevonden bevestigen het belang van een systematische aanpak van kwaliteitsontwikkeling. Waar nodig zijn verbetertrajecten ingezet of voortgezet. Openbaar Onderwijs Groningen blijft investeren in een sterke kwaliteitscultuur, waarbij hoge verwachtingen, cyclisch verbeteren en duurzame versterking van de onderwijskwaliteit centraal staan.

2.5 Passend onderwijs

Basisonderwijs

Openbaar Onderwijs Groningen wil dat iedere leerling onderwijs krijgt dat past bij wat hij of zij nodig heeft. Dat kan regulier onderwijs zijn, soms met extra ondersteuning. Voor sommige leerlingen is een speciale voorziening of speciaal onderwijs beter passend.

Alle scholen binnen de samenwerkingsverbanden voor primair onderwijs (PO) en voortgezet onderwijs (VO) bieden dezelfde basis ondersteuning. Binnen het primair onderwijs wordt nog gewerkt aan het verder verbeteren van deze basisondersteuning. Welke extra hulp een school daarnaast kan bieden, verschilt per school. Sinds augustus 2025 moeten scholen dit duidelijk uitleggen in hun schoolgids.

Scholen kunnen hulp en advies krijgen van het Kenniscentrum Openbaar Onderwijs Groningen (KCOO), zij bieden gerichte ondersteuning op school, doen onderzoek naar de onderwijsbehoefte van leerlingen en adviseren ouders/verzorgers en leerkrachten over passend onderwijs. Ook is er vanuit de afdeling Onderwijs & Kwaliteit (O&K) contact met de samenwerkingsverbanden voor PO en VO. Zij overleggen regelmatig met elkaar en met de schoolbesturen.

Vanaf augustus 2025 geldt de wet Versterking positie ouders en leerlingen in passend onderwijs. Volgens deze wet moeten scholen hun ondersteuningsaanbod opnemen in de schoolgids. Ook krijgen leerlingen meer inspraak: zij mogen meedenken over hun ontwikkelingsperspectief (OPP) en over de ondersteuning die de school aanbiedt. 

Thuiszitters basisonderwijs
In 2025 zijn 16 nieuwe meldingen gedaan van leerlingen die thuis dreigden te komen zitten of al thuis zaten. Het ging om 10 leerlingen waarbij dit dreigde en 6 leerlingen die daadwerkelijk thuiszaten.

In totaal waren er 23 leerlingen met een dreigende thuiszitterssituatie. Bij deze groep:

  • was 30% overbelast;
  • was 17% ziek of speelde een medische reden;
  • zat 4% in een overgangsfase naar een andere school;
  • viel 48% onder andere oorzaken.

Daarnaast waren er 11 leerlingen die daadwerkelijk thuiszaten. Van deze groep:

  • was 54% overbelast;
  • weigerde 9% naar school te gaan;
  • viel 36% onder andere oorzaken.

We onderzoeken hoe de registratie van deze gegevens verbeterd kan worden. Hiervoor worden duidelijke afspraken gemaakt over hoe scholen informatie invoeren, zodat gegevens beter vergelijkbaar worden.

Verwijzingen naar speciaal onderwijs
Soms heeft een leerling meer ondersteuning nodig dan een reguliere school kan bieden. In dat geval kan de school bij het samenwerkingsverband een aanvraag doen voor plaatsing in het speciaal basisonderwijs (SBO), speciaal onderwijs (SO) of voortgezet speciaal onderwijs (VSO).

De Commissie van Advies (CvA) beoordeelt deze aanvragen. Wanneer de aanvraag wordt goedgekeurd, krijgt de leerling een zogenoemde toelaatbaarheidsverklaring (TLV). Daarmee kan de leerling geplaatst worden in het speciaal onderwijs.

In 2025 zijn:

  • 34 aanvragen gedaan voor speciaal basisonderwijs (SBO); alle aanvragen zijn toegekend;
  • 12 aanvragen gedaan voor speciaal onderwijs (SO); ook deze zijn allemaal toegekend. Hiervan waren 3 aanvragen voor cluster 3 en 9 voor cluster 4;
  • 3 aanvragen gedaan voor voortgezet speciaal onderwijs (VSO) bij de overgang van primair naar voortgezet onderwijs; ook deze zijn allemaal toegekend.

Verwijzingen naar speciaal (basis)onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs 
Soms heeft een leerling extra ondersteuningsbehoeften die een reguliere basisschool niet kan bieden. In dat geval kan de school bij het Samenwerkingsverband (SWV) een aanvraag doen om de leerling te plaatsen in het speciaal (basis)onderwijs. De Commissie van Advies (CvA) beoordeelt deze aanvragen en adviseert het SWV over het afgeven van een toelaatbaarheidsverklaring (TLV).

In 2025 zijn er 34 nieuwe TLV-aanvragen gedaan voor het speciaal basisonderwijs (SBO). Al deze aanvragen zijn toegekend. Voor het speciaal onderwijs (SO) zijn 12 nieuwe TLV-aanvragen ingediend en toegekend. Hiervan waren 3 aanvragen voor cluster 3 en 9 aanvragen voor cluster 4. Daarnaast zijn in 2025 drie TLV-aanvragen gedaan voor het speciaal voortgezet onderwijs (VSO) bij de overstap van primair naar voortgezet onderwijs (PO–VO). Ook deze aanvragen zijn allemaal toegekend.

Middelen Passend Onderwijs Basisonderwijs
Middelen basisonderwijs

Openbaar Onderwijs Groningen valt onder het Samenwerkingsverband PO 20.01 9 (SWV). Voor het bieden van Passend Onderwijs krijgt Openbaar Onderwijs Groningen een regulier budget (programma 1) vanuit dit Samenwerkingsverband. De inkomsten Passend Onderwijs bedragen € 1.589.737. 

  • Ongeveer 35% hiervan ontvangen de reguliere basisscholen rechtstreeks ten behoeve van versterking van de basisondersteuning;
  • De overige 65% wordt besteed aan expertise om de school heen, georganiseerd vanuit het Kennis Centrum Openbaar Onderwijs (KCOO). Het gaat hierbij onder andere om de inzet van orthopedagogen, ambulant begeleiders en specialisten op het gebied van hoogbegaafdheid, bijvoorbeeld binnen bovenschoolse plusklassen.

Naast dit reguliere budget ontvangen specifieke scholen ook aanvullende middelen, afhankelijk van de ondersteuning die op de scholen geboden wordt.

Middelen voortgezet onderwijs

Inzet middelen voortgezet onderwijs
Het totaalbudget vanuit het samenwerkingsverband VO, inclusief HB-middelen, was in 2025 €6.926.525. Dit is exclusief de cao-stijgingen van de schooljaren 2024-2025 en 2025-2026. De middelen vanuit het Samenwerkingsverband VO worden als volgt ingezet:

  • Kleinschalig aanbod onderwijsvormen (KOV)binnen de scholen om maatwerk te bieden aan (met name hoog functionerende)leerlingen met internaliserende problematiek en verminderde belastbaarheid om uitval te voorkomen;
  • De uitvoering van de zorg op de school door inzet van de ondersteuningsteams op de scholen. De inzet is onder andere gepleegd op het gebied van hoogbegaafdheid, ernstige taal- en rekenproblematiek, groepsgericht werken en inzet van trainingen op het gebied van sociaal-emotionele problematiek;
  • Inzet van middelen om leerlingen passende ondersteuning te geven en om de (wettelijke)zorgplicht uit te voeren op het gebied van leren en/of sociaal-emotionele ontwikkeling en gedrag.

Thuiszitters voortgezet onderwijs
In 2025 zijn 66 nieuwe meldingen gedaan van (dreigende) thuiszitters. Het ging hierbij om 52 leerlingen die thuis dreigden te zitten, en 14 leerlingen die daadwerkelijk thuiszitters waren. Tot 15 december 2025 gaat het in totaal om 68 dreigende thuiszitters. Van deze leerlingen is 57% verminderd belastbaar en heeft 32% een medische of ziekte‑gerelateerde reden. Daarnaast heeft 3% te maken met schoolweigering, 1% spijbelt en bij 7% is de reden anders.

Daarnaast zijn er 21 daadwerkelijke thuiszitters geregistreerd. Van deze leerlingen spijbelt 29% en is 29% thuis door schoolweigering. Bij 9% is sprake van schoolonthouding. Voor 33% van de leerlingen is de reden voor het thuiszitten overig.

Onderwijs-zorg arrangement OPDC
Het experiment onderwijs‑zorgarrangement van het OPDC wordt uitgevoerd en tussentijds geëvalueerd. Dit experiment is bedoeld voor leerlingen met complexe en meervoudige problematiek. Voor deze leerlingen wordt het onderwijs stap voor stap opgebouwd, in combinatie met ondersteuning vanuit de jeugdhulpverlening.

Daarnaast zijn verkennende activiteiten uitgevoerd naar een collectief aanbod voor een praktijkgericht curriculum binnen het voortgezet onderwijs. Dit gebeurt in samenwerking met externe partijen en heeft als doel om beter aan te sluiten bij de onderwijs‑ en ondersteuningsbehoeften van leerlingen.

2.6 Subsidies voor verbetering onderwijs en onderwijsachterstanden

Gemeentelijke subsidies
Jaarlijks ontvangt een deel van de scholen in het primair onderwijs gemeentelijke subsidies in het kader van het creëren van gelijke kansen. Het betreffen scholen met een hoge achterstandsscore en een hoger schoolgewicht(>30).  De gemeentelijke subsidies zijn in 2025 ingezet voor:

  • Een brugfunctionaris;
  • Voor- en vroegschoolse educatie (VVE);
  • Schakelgroepen/taalinterventies;
  • Gezonde voeding
  • Tegemoetkoming in de ouderbijdrage (VOS)

De subsidie wordt hiermee voornamelijk ingezet voor de inzet van personeel, maar ook voor het inkopen van activiteiten. Dit gebeurt vooral op de scholen waar sprake is van relatief veel armoedeproblematiek. De subsidie voor de brugfunctionaris is eveneens ingezet in het SBO en 3 VO-scholen (Kamerlingh Onnes, Leon van Gelder en Werkman VMBO).

Positief opgroeien in de wijk
Naast de meer schoolspecifieke subsidies ontvingen scholen in 2025 wijksubsidies. Deze wijksubsidies zijn gericht op het positief op laten groeien van kinderen en jongeren in deze wijken. Hierbij gaat het onder andere om Lewenborg XL, het pedagogisch wijkplan Selwerd, Paddepoel, Tuinwijk(SPT) en het wijkplan ‘Kansen voor kinderen’ in de Wijert.

SPUK-regeling JoKi
De SPUK-regeling (Specifieke Uitkering) is bedoeld voor Nederlandse gemeenten om activiteiten te financieren op het gebied van sport, bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis. In 2025 namen vijf scholen in de noordelijke wijken deel aan de SPUK‑regeling JoKi (Jonge Kind) van de gemeente Groningen. Deze regeling is gericht op het versterken van de ontwikkelkansen van jonge kinderen in kwetsbare wijken in Groningen‑Noord. Het doel is om kansenongelijkheid zo vroeg mogelijk te verkleinen door een samenhangende aanpak van opvang, onderwijs en ondersteuning.

De deelnemende scholen ontvingen subsidie voor de inzet van een extra beroepskracht in de groepen 1 en 2. Daarnaast kreeg één school subsidie voor de inzet van een voorschoolse brugfunctionaris, gericht op het verbeteren van de toeleiding naar voor‑ en vroegschoolse educatie (VVE) en het ondersteunen van ouders.

Verlengde schooldag
Inmiddels doen 13 scholen van Openbaar Onderwijs Groningen in de wijken Lewenborg, Beijum, Korreweg, Oosterpark, Paddepoel, Vinkhuizen, Hoogkerk, de Wijert, Campus Kluiverboom (VMBO Werkman en het Heyerdahl College) en de ISK mee aan de verlengde/verrijkte schooldag. Zij ontwerpen samen met partners in en rond de wijk een integraal talentprogramma ter bevordering van kansengelijkheid. Dit programma wordt na schooltijd aangeboden, soms alleen voor de leerlingen van de eigen school en soms ook voor andere kinderen in de wijk. Basisschool De Beijumkorf heeft in 2025 ook een verrijkt programma tijdens schooltijd ontwikkeld en uitgevoerd.

Subsidie Verbetering basisvaardigheden 2025
In 2025 hebben meerdere van onze scholen de subsidie 'Verbetering basisvaardigheden' ontvangen. Scholen zetten deze subsidie in op basis van een eigen activiteitenplan. De middelen worden gebruikt om het onderwijs te versterken op het gebied van taal, rekenen‑wiskunde, digitale vaardigheden en burgerschap.

Het aantal scholen dat gebruikmaakt van deze subsidie is in de afgelopen jaren sterk gegroeid. In 2023 ging het om 13 scholen, in 2024 om 23 scholen en in 2025 maakten alle scholen gebruik van de subsidie. Dit betreft scholen in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en (voortgezet) speciaal (basis)onderwijs.

Nationaal Programma Onderwijs (NPO)  
In 2021 hebben alle scholen een schoolscan uitgevoerd en op basis hiervan een programma geschreven voor de besteding van de NPO-middelen. Op alle scholen is instemming verkregen van de MR op dit plan. De interventies op onze scholen zijn voornamelijk gericht op de extra inzet van personeel en ondersteuning en effectievere inzet van onderwijs om kennis en vaardigheden te verbeteren. Enkele voorbeelden van gekozen interventies:

  • Groepsverkleining en extra instructie buiten de groep;
  • Voorkomen van lesuitval;
  • Scholing en professionalisering;
  • Extra zorgbegeleiding en inzet op sociaal-emotionele ontwikkeling.

Ongeveer 0,3% van de uitgaven in 2025 is besteed aan personeel dat niet in loondienst is (PNIL). Dit betreft inhuur op detacheringsbasis van leerkrachten vanuit andere besturen. Er zijn in 2025 nagenoeg geen middelen ingezet voor de inhuur van begeleidings- en ondersteuningsuren door commerciële bedrijven. Er zijn geen middelen vanuit het NPO bovenschools ingezet.

2.7 Onderzoek en ontwikkeling

Afbouw primoraat en auctoraat
De afgelopen jaren hebben programma’s plaatsgevonden om ontwikkelvragen uit de onderwijspraktijk op een gestructureerde en onderbouwde manier te onderzoeken. Thema’s waren onder andere hoge verwachtingen en student agency. Deze werkwijze heeft bijgedragen aan gerichtere interventies en aan het stimuleren van een lerende cultuur binnen de organisatie. Uit een evaluatie onder schoolleiders blijkt echter dat de opbrengsten van deze programma’s onvoldoende zichtbaar en merkbaar zijn binnen de hele schoolorganisatie. Op basis hiervan is besloten om de lopende programma’s zorgvuldig af te ronden.

Een meerjarig onderzoek naar het versterken van student agency in het voortgezet onderwijs loopt nog door tot en met 2026. In het kader van dit onderzoek wordt samengewerkt met de Groninger Opleidingsschool en het lectoraat Didactiek voor Vak en Beroep van NHL Stenden. Dit onderzoek ontvangt subsidie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NRO). Drie scholen nemen deel aan dit onderzoek, ieder met een eigen focus. Het Praedinius Gymnasium richt zich op metacognitie, het Stadslyceum op formatief handelen en het Kamerlingh Onnes op eigenaarschap van leerlingen. Het onderzoeksprogramma loopt door tot en met 2026 en wordt daarna afgerond.